Ongekamde gedachten van Peper

Hollands Maandblad, alweer een paar jaar fier en ongesubsidieerd onder eenmansredactie van Bastiaan Bommeljé, komt in het aprilnummer plotseling met een mission statement: ,,Hollands Maandblad wil de werkelijkheid verdedigen tegen de waarheid. Wij beogen ongekamde gedachten te beschermen tegen het dagelijks spervuur van zekerheden.'' Vijanden van ongekamde gedachten zijn ,,de neiging te denken in clichés, te spreken in platitudes, en te schrijven in gemeenplaatsen''.

De vervolgvraag is dan simpel: hoe ongekamd zijn de gedachten van Bram Peper? De ex-burgemeester en ex-minister laat in het openingsstuk van het blad zijn gedachten gaan over de ,,dubbele crisis'' waarin de Europese Unie zich bevindt. Volgens Peper zit de Unie klem tussen de groeiende behoefte van de natiestaat om ,,de grenzen van de eigen nationale identiteit, soevereiniteit en autonomie vast te stellen (en te houden)'' en de noodzaak om juist het Europese beleid vorm te geven en uit te breiden.

Ook in het vervolg van zijn betoog belandt Peper bij gemeenplaatsen, maar Bram Peper zou Bram Peper niet zijn als hij niet in staat zou zijn zich aan zijn eigen haren uit het moeras te trekken – althans in dit stuk. In het laatste deel komt het essay, ongekamd en wel, tot leven. Daarin stelt Peper voor om in de verdeling van bevoegdheden over verschillende bestuursniveaus ,,de bewijslast om te keren''. Zaken moeten in principe op een zo laag mogelijk niveau worden geregeld, pas als duidelijk gemaakt kan worden ,,waarom een bepaald bestuursniveau bepaalde taken niet adequaat kan vervullen, zal er meer begrip ontstaan voor de overheveling naar een ander, hoger niveau van bestuur''. Zo kunnen `lokale beleving' en `Europese realiteit' samenkomen. Het zijn prikkelende gedachten, en in die zin ongekamd dat de Europese bestuursstructuren te vast zitten om tot uitvoering ervan te komen. Peper zegt dat er veel tijd voor genomen moet worden. Onthaasting spreekt ook uit een terloopse opmerking over de relativiteit van arbeidsmigratie uit Polen: ,,Mensen zijn – aan het eind van de dag – het liefste thuis''.

Dat het met een stuk ook precies andersom kan gaan laat Ronald Giphart zien in het verhaal Er is geen daar daar. Dat begint met een voor Gipharts doen tamelijk geserreerd en zorgvuldig geschreven verslag van een bruiloft in het Friese merengebied, als plotseling een jonge Friezin naakt in een Italiaanse kelder staat omringd door een mechanische stier en vijftien hitsige jongemannen – waarna het verhaal een voorspelbare draai maakt.

Verder in Hollands Maandblad enigszins ongekamde gedichten van Wim Brands, L. Th. Lehmann en Chrétien Breukers en artikelen van Emanuel Overbeeke en Peter Buwalda. Die laatste vraagt aandacht voor de enige zin die S. Vestdijk aan Elvis Presley wijdde, in een passage waarin een corpsbal het opzetten van een Beethovenplaat door een kunstenaarstype bespot: ,,Het kostte mij enige moeite hem te doen begrijpen, dat hij (ik denk net als bij Elvis Presley) voor het tweede deel in de eerste groef moest wezen...'' (uit Juffrouw Lot).

Hollands Maandblad, april 2004. Uitgeverij L.J. Veen, €5,95