Onderwijsbureaucratie

De hoogleraar neemt zelf de telefoon aan, staat dagelijks aan zijn gammele kopieerapparaat en vult talloze formulieren in, terwijl een gebouw verderop het College van Bestuur van de universiteit resideert in grotere kamers, met hogere inkomens, batterijen secretaresses en stafleden die alles wat ze maar wensen, kunnen uitwerken, vermenigvuldigen en opleggen. De uitgaven aan overhead zijn bijna verdubbeld, stelde de Onderwijsraad gisteren in een rapport vast. Te zien aan de inrichting van de onderwijsgebouwen hebben bestuur en administratie meer prestige dan de onderwijsgevenden zelf. Zo is het lang gegaan: veel onderwijsgevenden die zich ergerden aan de vele regels en povere faciliteiten zochten zelf promotie in het beter voorziene beleidsgebied. Het is een illustratie van de stelling van H. Tjeenk Willink, de vice-voorzitter van de Raad van State, dat de bureaucratie de professionals wegdrukt.

Volgens de Onderwijsraad zijn de extra uitgaven voor onderwijs de afgelopen twintig jaar geheel opgegaan aan overhead. Dat is een bij de overheid bekend verschijnsel, dat zich ook heeft voorgedaan bij extra uitgaven voor de medische sector. De grotere autonomie van onderwijsinstellingen werd gecompenseerd door meer regels, controle, verantwoording en de noodzaak tot verslaglegging. En omdat kleine scholen niet aan alle administratieve eisen konden voldoen, fuseerden ze tot grotere eenheden met aparte administratieve departementen die vanzelf weer verder groeiden. Grote scholen zijn impopulair bij ouders, blijkt uit vele onderzoeken, maar schaalvergroting heeft haar eigen dynamiek en volgens de Amerikaanse socioloog W. Niskanen streven schooldirecties naar uitbreiding, ongeacht de efficiency en kwaliteit van het onderwijs.

Afgelopen tientallen jaren heeft het onderwijs te lijden gehad onder de ambitieuze hervormingsdrang in Den Haag, waarbij weinig rekening werd gehouden met de uitvoerbaarheid. Op hoger onderwijs werd flink bezuinigd en een deel van het overgebleven geld ging ook nog naar niet-onderwijsgebonden zaken zoals een OV-kaart voor studenten. Bureaucratisering zit ook vaak achter het masker van verstandig klinkende beleidsvoornemens. Er worden nieuwe verplichtingen opgelegd tot kwaliteitszorg, regelingen tegen seksuele intimidatie, enzovoorts. Scholen moeten steeds grondiger rapporteren over hun prestaties, zodat toezichthouders beter kunnen vergelijken en ouders beter kunnen kiezen. En dan zijn er nog de gecompliceerde CAO's (mede dankzij de bonden), de Arbo-wet, de Wet poortwachter en andere administratieve verantwoordelijkheden. Ook bezuinigingen hebben hoge uitvoeringskosten.

Den Haag moet terughoudender worden met maatregelen. Het voorstel van de Onderwijsraad om de uitvoeringskosten van elke voorgenomen maatregel uit te rekenen is verstandig. Meer concurrentie gaat ook vervetting van organisaties tegen. Helaas is in vele onderwijssectoren de concurrentie weggefuseerd. De Onderwijsraad pleit terecht voor het toetsen van fusies door toezichtsorganen.

Maar er moet vooral meer waardering komen voor de professionals zelf. Het College van Bestuur van de universiteit zou een aantal administratieve krachten kunnen overplaatsen naar de faculteiten. Onderwijsinstellingen horen niet zo groot te worden dat leraren voortdurend moeten vergaderen. Scholen, universiteiten en de overheden moeten meer bouwen op degenen die het eigenlijke werk doen, de leraren.