NMa verdenkt hoveniers van prijsafspraken

De Nederlandse Mededingingsautoriteit verdenkt hoveniersbedrijven van het maken van verboden afspraken bij opdrachten voor de aanleg en het onderhoud van groenvoorzieningen in Zuid-Limburg.

De tien hoveniersbedrijven uit Limburg, Brabant en België zouden ook na de bouwfraudeaffaire zijn doorgegaan met hun praktijken om onderling afspraken te maken.

Gisteren heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) invallen gedaan bij enkele ondernemingen. Delen van hun administratie zijn in beslag genomen. Het onderzoek begon na een melding van de gemeente Maastricht. Die had, na een openbare aanbesteding op 19 februari dit jaar van het onderhoud van openbaar groen in vijf stadsdelen, het vermoeden dat vooraf prijs- en werkafspraken waren gemaakt.

Volgens een woordvoerder van de gemeente Maastricht ontstond het vermoeden ,,nadat bleek dat het laagste inschrijfbedrag aanzienlijk hoger lag dan het geraamde bedrag, de zogenoemde `directieraming'. Dit grote verschil zou verklaard kunnen worden door prijsafspraken of marktverdeling bij de hoveniers.''

De laagste aanneemsom voor het werk in de vijf stadsdelen was 2,3 miljoen euro. Dat bedrag lag 15 procent hoger dan de directieraming. De gemeente heeft ten behoeve van het onderzoek documenten ter beschikking gesteld van de NMa. De karteldienst zelf wil op dit moment geen mededelingen doen. Een woordvoerster bevestigt dat er ,,een redelijk vermoeden'' is dat de Mededingingswet is overtreden.

Net als wegenbouwers en aannemers zijn hoveniers eerder in verband gebracht met illegale prijs- en werkafspraken. Namen van hoveniers komen voor in de in 2001 publiek geworden schaduwadministratie van bouwbedrijf Koop. Al in 1996 zijn twaalf hoveniers door de rechtbank Rotterdam veroordeeld voor het jarenlang maken van kartelafspraken. Opdrachtgevers, waaronder de gemeente Rotterdam, betaalden 10 tot 15 procent te veel.

Maastricht was in de jaren tachtig en negentig in de greep van bouwkartels. Wegenbouwers en aannemers verdeelden opdrachten van de gemeente onderling. Na publiciteit over het kartel betaalden enkele betrokken bedrijven een schikking.

Eén bedrijf, Baars Wegenbouw, weigerde te schikken en werd veroordeeld door de rechtbank. Overigens zonder oplegging van een boete. De rechtbank oordeelde namelijk dat de gemeente Maastricht weet had gehad van de verboden praktijken.