Hongkong in het nauw

De autoriteiten in Peking hadden bij de overdracht van Hongkong door Groot-Brittannië in 1997 wellicht verwacht een compact controleerbaar koloniaal bestel te beërven. Zo eenvoudig is het niet uitgepakt. Op de valreep spande de laatste Britse goeverneur Patten (de huidige Europese commissaris) zich in de democratische krachten in de kroonkolonie enkele opstapjes te bezorgen. Dat was rijkelijk laat. Maar als de Volksrepubliek dacht dat de democratische aspiraties wel snel zouden overwaaien onder het motto bussiness as usual is zij bedrogen uitgekomen. Vorige zomer ging een half miljoen mensen de straat op om uitstel af te dwingen van draconische wetten die waren ingediend tegen zogeheten subversieve activiteiten.

De laatste opiniepeilingen in Hongkong leveren een meerderheid van 60 procent op voor directe verkiezing van de opvolger van de door Peking neergezette en steeds minder populaire regeringsleider Tung als diens ambstermijn afloopt in 2007. De formule `één land, twee systemen' die de grondslag vormde voor de overdracht aan China en die vijftig jaar zal gelden, biedt niet alleen ruimte voor subversiewetten maar ook voor geleidelijke democratisering. Aan dit evenwicht wordt echter steeds meer geknabbeld. Peking heeft de demonstraties van vorig jaar kennelijk niet vergeten. Het begon eerder dit jaar met een streng commentaar in een belangrijk tijdschrift tegen `onpatriottische' elementen, een nauwelijks verhulde dreiging om een aantal gekozen afgevaardigen die Peking niet bevallen, te diskwalificeren. Begin deze maand volgde een verklaring van de communistische partij. Deze heette slechts een nadere `interpretatie' van de zogeheten Basiswet, maar de boodschap was duidelijk: de mate van autonomie van de voormalige kroonkolonie wordt bepaald door China en niet door de gemaakte afspraken. Deze voorzien in een op termijn rechtstreeks gekozen wetgevende raad (de zogeheten Legco). Nadat Peking zijn vetobevoegdheid duidelijk had gemarkeerd, heeft een commissie van het Chinese parlement nu de directe verkiezingen van de raad en de regeringsleider daadwerkelijk buiten de orde verklaard.

Deze eenzijdige maatregelen zijn in elk geval tegen de geest van de Gezamenlijke Verklaring van Groot-Brittannië en China, die de basis vormt voor de bijzondere status van Hongkong. De regering in Londen kan weinig praktische invloed uitoefenen, maar zal de sluipende erosie van gemaakte afspraken toch ook niet zomaar kunnen laten passeren. De half miljoen mensen die vorig jaar de straat opgingen voor de burgerlijke vrijheden vormden een duidelijk signaal dat de economische betekenis van het stadsstaatje niet los valt te zien van elementair respect voor mensenrechten. Waar het dit thema in de verhouding met China betreft, kiezen de landen van de Europese Unie de weg van een voortdurende `dialoog'. Deze keuze weerspiegelt geopolitieke realiteiten. Hongkong met zijn bijzondere positie verdient een dringender vorm van aandacht.