Haitink leidt Wiener door Mahler vol contrasten

De Negende symfonie van Mahler loopt als een rode draad door de programmering van het Concertgebouw. Bernard Haitink leidde de Negende gisteravond als gastdirigent bij de Wiener Philharmoniker, zaterdag klinkt het werk bij het Budapest Festival Orchestra onder Iván Fischer.

Mahlers Negende, zijn laatste complete symfonie, klinkt als het muzikaal complement van afscheid, sterven en – tot slot – berusting in de dood. Helemaal toevallig is het dus niet dat Riccardo Chailly eerder dit seizoen juist met de Negende zijn Mahler-cyclus én zijn chef-dirigentschap bij het Concertgebouworkest symfonisch bekroonde en besloot. In 1987 nam ook Bernard Haitink in zíjn laatste seizoen als chef in Amsterdam afscheid met Mahlers Negende, waarbij hij muziekgeschiedenis schreef door na het slotakkoord der slotakkoorden zijn dirigeerstokje uit de hand te laten vallen.

De hartelijke maar losse relatie van Haitink, onlangs 75 geworden, en de Wiener kent een dergelijke persoonlijke emotionele laag niet. Maar ook in de uitvoering die Haitink met het orkest realiseerde, kwam de berusting van het slot niet zonder slag of stoot tot stand.

In verhouding tot de rauwe, avant-gardistische Negende van Riccardo Chailly en het Concertgebouworkest, trok de uitvoering van Haitink voor de Wiener vooral de aandacht door de grote contrasten op kleine schaal. Zo klonk het begin van het openingsdeel Adagio comodo uitzonderlijk teder en koesterend, waardoor de snerpende, vitale en conform Mahlers voorschrift inderdaad `hoogst gewelddadige' inmengingen van koperblazers des te schokkender werkten.

Eenzelfde troef speelde Haitink uit in de burleske middendelen, die hier een eenheid vormden door de manier waarop verschillende ideeën prompt naast elkaar werden geplaatst. In het tweede deel was een zware, boertige Ländler onderdeel van een bonte parade aan levensherinneringen, met koddige blazers als slotnoot. Ook het derde deel klonk daarna uitzonderlijk weinig sarcastisch.

Onbetwist hoogtepunt was hier het laatste Adagio, waarin de diep in de snaar spelende strijkers van de Wiener Philharmoniker aangrijpend illustreerden hoe zelfs een broos gevoel als melancholie een monumentale gedaante kan aannemen. Aan het slot windt het deel steeds verder af, totdat langzaam het leven uit de muziek wegvloeit. Niet de állerlaatste maat was hier de mystieke climax, maar een van de muzikale zuchten daarvoor; in een onder de huid kruipend pianissimo voelbaar tot op de laatste rij van een doodstille Grote Zaal.

Concert: Wiener Philharmoniker o.l.v. Bernard Haitink. Gehoord: 26/4 Concertgebouw, Amsterdam.