Geen no-claimkorting in gezondheidszorg

Schadevrij rijden is een verdienste, maar een goede gezondheid is ook geluk, vinden Martin Buijsen, André den Exter en Bert Hermans.

Ruim tweeduizend jaar geleden schreef Aristoteles in zijn Politica dat kooplui zoveel mogelijk uit steden geweerd moesten worden. Hun streven is op winst gericht en door het drijven van handel slaat hun hebzucht over naar de harten van de burgers, waardoor alles in de gemeenschap verhandelbaar wordt, het vertrouwen wordt ondermijnd en de gemeenschap aan list en bedrog ten prooi valt. Zo is het ook met ondernemers en de gezondheidszorg. De aanwezigheid van te veel ondernemers in de gezondheidszorg en de dominantie van hun ideeën ondermijnen het stelsel.

Verstrekking op basis van behoefte enerzijds en solidariteit anderzijds kenmerken ons stelsel van gezondheidszorg. Van eenieder naar vermogen, aan eenieder naar behoefte, dat is het principe van rechtvaardigheid dat aan het systeem ten grondslag ligt.

Onlangs ging de Tweede Kamer akkoord met de invoering van een no-claim-teruggaafregeling in de zorg. Per 1 januari krijgen ziekenfondsverzekerden recht op een no-claim-teruggaaf van maximaal 250 euro. Verzekerden die voor minder dan dat bedrag aan zorgkosten maken, krijgen na afloop van het verzekeringsjaar het overgebleven deel uitgekeerd. Omdat volgens berekeningen van het Centraal Planbureau de regeling tot een verlaging van de medische consumptie met 410 miljoen euro zal leiden, en tot een vermindering van de collectieve uitgaven met bijna 1,7 miljard euro, kreeg het voorstel in de Kamer veel handen op elkaar. Weinigen zien echter in dat de regeling indruist tegen de uitgangspunten van ons stelsel. Zij introduceert een ander beginsel van rechtvaardigheid in de zorg.

De no-claim-teruggaafbonus is in de branche van de autoverzekering welbekend. Het is een beproefd middel om automobilisten aan te zetten tot voorzichtig rijgedrag. Schadevrij rijden is een verdienste van de automobilist. Met gezondheid is dat anders. Een goede gezondheid geldt in veel mindere mate als een verdienste. Volgens de no-claim-teruggaafregeling krijgt de verzekerde die een goede gezondheid gegeven is, geld terug. Voor anderen, zoals chronisch zieken, zal dat niet zijn weggelegd. Ook degenen die wel gezondheidsproblemen hebben, maar die om wat voor redenen dan ook – en financiële redenen liggen voor de hand – geen gebruik maken van gezondheidszorgvoorzieningen, zullen worden beloond. Gedrag dat aan de verstrekkingenkant wordt aangemerkt als verdienstelijk, maar dat welbeschouwd niet kan zijn, levert aan de premiekant een beloning op voor de betrokkene zelf. Dit is in strijd met wat in de context van de gezondheidszorg als rechtvaardig geldt.

Rechtvaardigheid is de vaardigheid om recht te doen, om eenieder te geven wat hem toekomt, wat hij verdient. Omdat we doordrongen zijn geraakt van het fundamentele goed dat gezondheid voor het menselijke welzijn is, zijn we tot het besef gekomen dat in de gezondheidszorg `verdienste' niet de betekenis heeft van merite (zoals de regeling veronderstelt) maar van behoefte. Alleen een stelsel van gezondheidszorg dat verstrekt op basis van behoefte, en daarmee tevens solidariteit als uitgangspunt aanvaardt, doet aan het belang van gezondheid werkelijk recht.

Het heeft de Nederlandse samenleving jaren van strijd gekost om de gezondheidszorg te grondvesten op de pijlers van behoefte en solidariteit. Aan een dergelijk systeem zijn financieringsproblemen inherent, ongeacht het welvaartspeil. In dit opzicht wordt het Nederlandse stelsel van gezondheidszorg voortdurend uitgedaagd. Het is evenwel een kwestie van beschaving om hiervoor oplossingen te vinden die geen afbreuk doen aan de grondslagen van het stelsel.

Een auto is wat anders dan gezondheid. Gezondheidsschade is van een andere orde dan blikschade. De wereld van de gezondheidszorg is een andere dan die van de autoverzekeringsbranche. Onder degenen die verantwoordelijkheid dragen voor het gezondheidszorgstelsel, zijn er helaas velen die de verschillen tussen beide werelden onvoldoende hebben onderkend, met als gevolg een regeling die werkelijk wezensvreemd is aan de Nederlandse gezondheidszorg, en apert onrechtvaardig.

Martin Buijsen, André den Exter en Bert Hermans zijn universitair (hoofd)docenten gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.