Eindelijk vrij

Moet een Nederlandse minister-president goed kunnen opschieten met een zoon van het staatshoofd en diens aanstaande vrouw, met prins Friso en Mabel Wisse Smit dus? Zou hij, waar die middendertigers een internationaal georiënteerd leven leiden, voor hun ,,andere wereld'' niet een goede antenne moeten hebben? En zou hij niet wat ,,charismatischer en aantrekkelijker'' moeten zijn om een goed contact met het bruidspaar te krijgen en te houden?

Wie de zaterdag in deze krant afgedrukte reconstructie van de aanloop naar het zaterdag gesloten huwelijk van het paar leest, meer in het bijzonder: van de redenen waarom voor dat huwelijk geen parlementaire goedkeuring is gevraagd, moet vaststellen dat de antwoorden op die vragen negatief voor premier Balkenende uitvallen. Een met naam genoemde goede vriend van het paar, Huub Oosterhuis, weet te melden dat het vorig jaar juni, toen het paar Balkenende in kennis stelde van de wens om per 30 juni de verloving bekend te maken, al vrijwel direct mis was in wat je zou kunnen noemen de ,,intermenselijke sfeer''. Op 16 juni, in een eerste gesprek, ging het nog wel, maar een week later, in een gesprek onder vier ogen met Mabel, reageerde de premier ,,al geïrriteerd'', toen zij vertelde dat zij de in 1991 vermoorde crimineel Bruinsma wel eens een hand had gegeven, vertelt Oosterhuis, die dat wel niet van Balkenende zal hebben gehoord. Dat bracht het paar ertoe de relatie Mabel-Bruinsma verder low key te brengen, vertelt hij ook. Anders gezegd, op 23 juni, een week voordat de verloving bekendgemaakt zou worden, besloot het paar welbewust om de premier bepaalde dingen aangaande haar relatie met die Bruinsma niet te vertellen. Dat besluit nam het paar, ondanks waarschuwingen uit hun vriendenkring, al voor het eerste gesprek met Balkenende, dat de kwestie-Bruinsma een probleem zou kunnen worden, herinnert een vriend zich. Je zou denken dat het paar, aldus gewaarschuwd, één of twee weken voordat de verloving bekend zou worden juist heel goede redenen om de premier als eerste politiek verantwoordelijke nauwkeuriger in te lichten. Maar nee, legt Oosterhuis uit, Friso en Mabel ,,hebben een internationale herkomst'', (wat dat ook mag betekenen, j.m.b.), ,,hij is geen type voor hen.'' Een vriendin verduidelijkt verder voor gewone polderbewoners: ,,Mabel vond Balkenende geen charismatische of aantrekkelijke man.''

Wie wil begrijpt het meteen: het lag dus aan de habitus van de (deze) premier dat het paar hem onkundig hield van dingen waarover Friso een paar maanden later in een excuusbrief zou schrijven dat het verkeerd was geweest (en naïef) om die niet te vertellen. Van die brief, die natuurlijk mede nodig was om duidelijk te maken dat de koningin in juni net als de premier een informatieachterstand had gehad (anders waren de poppen in constitutioneel opzicht pas echt aan het dansen geweest), vond oud-minister Ed van Thijn het niet best dat er ,,zoveel excuses'' in stonden. Hier zou je van een vroegere minister van Binnenlandse Zaken, iemand met een scherp oog dus voor het belang van de ministeriële verantwoordelijkheid, juist lof voor Friso hebben verwacht. En begrip voor de premier, die omdat Friso en Mabel ,,niet tijdig in alle opzichten open'' waren geweest, concludeerde dat hij voor de gek was gehouden en dat daarom voor het huwelijk dus geen parlementaire goedkeuring zou worden gevraagd. Maar nee, Van Thijn had het kabinet eind vorig jaar (27 december) in de Volkskrant al ,,een ramkoers'' verweten. Hij hield het ervoor, en doet dat nog, dat Balkenende in deze kwestie, na zijn matige optreden in de Margarita-affaire, ,,korte metten heeft gemaakt met het paar'', omdat hij ,,niet nog eens in een koningskwestie op zijn bek wilde gaan''.

Dat klinkt als een verwijt, als een raar verwijt zelfs. Had de premier het feit dat hij, waarom ook, voor de gek was gehouden in een dossier dat voor het dragen van zijn verantwoordelijkheid belangrijk was, dan moeten zeggen: nee hoor, niets (of weinig) aan de hand, we dienen gewoon een goedkeuringswet in en zeuren nergens meer over? Wat zouden dan de reacties zijn geweest? Zou dat, vermoedelijk vooral ter linkerzijde, niet met recht zijn gekritiseerd als een verkeerde knieval voor het koninklijk huis? En als het tekortschieten van de premier als eerstverantwoordelijke?

Immers, het is begrijpelijk dat twee goedopgeleide dertigers, moderne wereldburgers, weinig zin hebben wegens hun plan om te trouwen hun hele voorleven en hun emotionele hebben en houden breeduit te etaleren aan een derde. Laat staan aan een derde als J.P. Balkenende, die, zoals hun vrienden als getuige-deskundigen willen toelichten, maar weinig begrijpt, of wil begrijpen, van ,,hun wereld''.

Maar het ligt anders als één van die dertigers lid is (en desverlangd ook wel wil blijven) van het koninklijk huis. In dat geval namelijk hebben de personages een vaste, onontkoombare rol te spelen. De prins en zijn aanstaande moeten de premier, of hij nu uit Amsterdam of uit Zeeland komt, of hij ervaren of onervaren is, alles vertellen, en ook tijdig, wat hij voor het dragen van zijn verantwoordelijkheid noodzakelijk acht. De Tweede Kamer bekijkt daarna of de premier de lat op de juiste hoogte heeft gelegd, zoals ook is gebeurd. Er is nu nog maar weinig dat Mabel en Friso kan beletten om samen een leven dat zij volgens hun vrienden het liefst leven ook te gaan beleven. Een leven in het buitenland zonder Balkenendes en andere constitutionele toezichthouders, zonder de regels van het polderland, zonder die koninklijke verjaarsvieringen in Dokkum of Hoensbroek. Een leven ook zonder Maartje van W., Wilma N., Albert V. en de RVD, als het ware. Eindelijk vrij, en eind goed al goed, zeggen zij misschien wel.

In de politiek, ook in het CDA, wordt de laatste jaren geweldig vernieuwd en verjongd. En dus kan het gebeuren, zoals gebeurd is, dat er in Nederland een jonge en politiek onervaren premier aantreedt die ook nog archetypisch is voor zijn oude antirevolutionaire land van herkomst. Tegelijkertijd is het in de rijk met kinderen gezegende koninklijke familie gewoonte geworden dat haar leden hun partners niet meer naar hun afkomst (moeten) kiezen maar om wat zij zijn. In een constitutionele monarchie kunnen verschillende werelden dan wel eens met elkaar botsen.