De weg van de liberaal

Eind jaren '30 beleefde Nederland een rel over de Amerikaanse film The Green Pastures (Grazige weiden). Ik heb die film een keer op de televisie gezien. Je lacht je rot. Zwarte acteurs, gehuld in witte doeken en met vleugels van karton, spelen in de hemel onder de goedkeurende blik van een sigaren rokende, eveneens zwarte, God de Vader verhalen uit het Oude Testament. Het is een wonder dat die film, de eerste met een all black cast, niet wegens racisme verboden werd. Negers worden erin afgeschilderd als halfdebiele kinderen.

Nu lees ik in de onlangs verschenen Colijn-biografie van Herman Langeveld dat onze toenmalige gereformeerde minister-president die film wilde verbieden wegens godslasterlijkheid. Per ongeluk was hij door de filmkeuring gekomen. ,,De fout schijnt mij te zijn'', schreef Colijn aan zijn minister van Binnenlandse Zaken, ,,dat de keurende intellectueelen de gevoelens van het eenvoudige volk niet kennen.'' De antirevolutionaire kiesvereniging `Nederland en Oranje' en de kerkenraad van de gereformeerde kerk van Rotterdam hadden scherp tegen de vertoning geprotesteerd. Die viel landelijk niet meer tegen te houden, maar P.A. Colijn, broer van de minister-president, vaardigde als burgemeester van Alphen aan den Rijn een verbod uit op grond van verstoring van de openbare orde.

't Kan raar lopen. Ik vond de vertoning van het brave stelletje zingende zwarte sukkels nogal potsierlijk. Maar in De Avonden beschrijft Gerard van het Reve hoe zijn hoofdpersoon, Frits van Egters, in december 1946 tot in het diepst van zijn ziel ontroerd werd door de film die Colijn zo onbestaanbaar walgelijk had gevonden. ,,Hij voelde zijn ogen nat worden, hij voelde zijn armen en benen trillen. Ja, dacht Frits, de man, die dit heeft gemaakt, heeft het gezien. Geloofd zij zijn naam (...) Halleluja, zei hij zacht.''

Geen hond zou The Green Pastures meer willen verbieden. De grenzen aan de vrijheid van meningsuiting verschuiven in de tijd. Ook al bestaat het grondrecht al enkele eeuwen, de interpretatie ervan vertoont een voortdurende pendulebeweging. Die pendule slaat vandaag de dag wel erg wild uit. Het ene moment hoor je dat het verbod op discriminatie en het zaaien van haat tegen bevolkingsgroepen uit het strafrecht moet worden verwijderd, want je moet kunnen zeggen wat je denkt. Het volgende moment heet het dat keihard optreden geboden is tegen het in de El Tahweed-moskee verspreide boek De weg van de moslim, omdat dit haat zaait tegen vrouwen en homo's.

Eigenaardig is dat het recht om te discrimineren voor zichzelf wordt opgeëist door dezelfde politici die de genoemde moskee het liefst met de grond gelijk zouden willen maken.

Ook de rechtspraak vertoont een jojobeweging. Nog vorig jaar bevestigde de Hoge Raad een in 1997 uitgesproken veroordeling van de voormalige voorzitter van de Centrum-Democraten, wijlen Janmaat, wegens het aanzetten tot rassendiscriminatie. De veroordeling was gebaseerd op de uitspraak: ,,Wij schaffen, zodra wij de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af.'' Het gerechtshof in Arnhem interpreteerde dat, volgens de Hoge Raad terecht, als een oproep om de Nederlandse samenleving etnisch te zuiveren. Inmiddels, daar neem ik vergif op in, zou het openbaar ministerie schouderophalend voorbij gaan aan een pleidooi voor `afschaffing' van de multiculturele samenleving, al was het maar omdat men daar volcontinu de handen vol aan zou hebben. Hoeveel leden van de Tweede Kamer zouden nu de uitspraak van Janmaat tot de hunne willen maken? Heel wat, vrees ik.

En mag je homoseksuelen inmiddels wel of niet beledigen? Een islamitische geestelijke, El Moemni, en een christelijke politicus, Van Dijke, mochten het wel (vrijheid van godsdienst), maar het evangelistenechtpaar Goeree werd veroordeeld omdat het op bijbelse gronden tot de conclusie was gekomen dat aids een goddelijke straf voor homoseksuelen is en dat de joden de holocaust over zichzelf hebben afgeroepen, omdat zij hun verlosser vermoord hebben.

Een half jaar geleden hield staatsrechtgeleerde en lid van de Eerste Kamer E. Jurgens een pleiooi voor een heruitgave – door de overheid te verzorgen – van Hitlers Mein Kampf. Dat boek, betoogde Jurgens, is tachtig jaar geleden geschreven, in een andere epoche, het vergt alleen toelichting om het in het tijdsbeeld te plaatsen. Waarom dan geen staatsuitgave van De Weg van de moslim, voorzien van een uitleg om het te plaatsen in de context van zijn tijd (1964)?

Ik hoop dat het openbaar ministerie tegen de verspreiders van De weg van de moslim een strafvervolging instelt, aangezien daarin wordt opgeroepen tot moord op homo's en ongelovigen en tot het fysiek afdwingen van de onderdanigheid van vrouwen en vrouwenverminking. Ik ben trouwens ook voor een verbod van Mein Kampf, als een heruitgave door neonazi's wordt gebruikt voor het propageren van antisemitisme. De vrijheid van meningsuiting is nu eenmaal in ons rechtssysteem niet absoluut.

Dus wil ik hartgrondig meeroepen: wég met De weg van de moslim, wég met aanzetten tot haat en geweld tegen vrouwen en homo's, maar daar dan wel deze aantekening achteraan mompelen: een eenzijdige campagne, tegen slechts één vorm van godsdienstwaanzin en orthodoxie gericht, is schadelijk voor een maatschappelijke en culturele ontwikkeling in vrijheid.

De vrijheid van meningsuiting mag geen speelbal van de politiek worden, of worden overgelaten aan, om Colijn te citeren, ,,de gevoelens van het eenvoudige volk''. Wat nu gebeurt, riekt al te zeer naar politiek opportunisme. Zeggen wat je denkt, tenzij Balkenende het namens de christenheid walgelijk vindt? Sinds wanneer zijn de christelijke politici voorvechters van vrouwen- en homorechten? Hebben zij deze rechten geïnternaliseerd, of is het hun te doen om de bestrijding van een concurrerende orthodoxie?

Niet de premier, het kabinet of de Tweede Kamer behoren een oordeel over individuele uitingen van burgers te vellen – dat oordeel komt de rechter toe. Het verbaast me dan ook dat zelfs de liberale partijen, VVD en D66, nu op de stoel van de rechter willen gaan zitten. Zo slaan zij de verkeerde weg in, de liberalen. Straks moeten religieuze geschriften een nihil obstat van het parlement verwerven. En straks komt een hedendaagse Colijn weer vertellen welke films we mogen zien.