De late doorbraak van de magnetron

Al in 1921 werd de werking van de magnetron beschreven en in 1931 bleek dat water met behulp van de microgolven na drie minuten kookte. Naar aanleiding van een artikel van Philips verschenen ruim honderd wetenschappelijke publicaties, die de basis legden voor de magnetron; maar vooral als zendbuis voor radar.

Het Amerikaanse bedrijf Raytheon ontwikkelt in de Tweede Wereldoorlog met die kennis radarapparatuur, omdat zo laagvliegende vliegtuigen opgespoord konden worden, wat met radiogolven onmogelijk is. Door orders van de geallieerden is Raytheon zo succesvol dat de omzet stijgt van 3 miljoen naar maar liefst 173 miljoen. Het past magnetrons eveneens toe om radaronderdelen te verharden. Dat deze apparaten warmte afgeven, brengt onderzoeker Spencer, die tijdens zijn leven 120 patenten op zijn naam wist te schrijven, op het idee van voedselbereiding. Het verhaal gaat dat halverwege de jaren veertig een reep chocolade in zijn zak smelt als hij dicht bij een magnetron staat. Tijdens een presentatie voor de bedrijfsleiding spat een ei uit elkaar, maar desondanks besluit Raytheon geld te investeren. In 1947 komt de eerste magnetronoven op de markt, de Radarange; zwaar, duur, watergekoeld en alleen voor grote keukens van restaurants, bedrijven, schepen en treinen.

Het principe van de magnetron is dat microgolven de moleculen in het voedsel activeren. De hierdoor ontstane wrijving veroorzaakt warmte. Doordat dit proces binnenin het voedsel plaatsvindt, wordt eten snel gaar. De golven dringen door glas, porselein en papier, maar niet door metaal. Voordelen zijn de korte bereidingstijd en water noch vet hoeft toegevoegd te worden.

Aanvankelijk waren er nog tekortkomingen: eten werd niet goed gaar of kreeg geen krokant korstje. Pas twintig jaar later, door een ingebouwde oven- en grillfunctie, werd de magnetron begin jaren zeventig alsnog een succes in de VS. De lange introductietijd werd mede veroorzaakt doordat consumenten bang waren dat bestraald voedsel ongezond was.

Cultureel antropologe M. Veenis, die over de magnetron schreef in het vierde deel van `Techniek in Nederland in de twintigste eeuw', vertelt: ,,Ook na de Tweede Wereldoorlog verrichtte Philips onderzoek naar de magnetron. In 1950 was het protestants-christelijke blad Moeder erin geïnteresseerd voor de kleingebruiker en in 1957 al kwam in Duitsland een elektronenfornuis – magnetron plus infraroodgrill – voor particulier gebruik op de markt. In 1958 wilde de vestiging in Drachten de magnetron voor kleingebruikers ontwikkelen, maar kreeg nul op het rekest van het Philips-hoofdkantoor. Na onderzoek door vrouwelijke ingenieurs van Philips werd gekeken of Unilever en Albert Heijn diepvriesmaaltijden konden leveren, maar de plannen strandden voortijdig, vermoedelijk omdat Philips bang was dat het niet zou lukken.''

Pas in 1974 bracht Philips een klein model op de markt en in 1987 bezat slechts 2 procent van de Nederlandse huishoudens een magnetron. Veenis: ,,Omdat Philips aan de basis van de magnetronoven heeft gestaan, zou je verwachten dat het apparaat hier veel eerder een succes was geworden. Philips faalde niet alleen in het omzetten van een technologische voorsprong in een marktvoorsprong, maar besloot in 1990 zelfs de productie van kleine magnetrons af te stoten.'' Hierdoor werd de magnetron geen succes voor Philips, maar korte tijd later wel voor merken als Sharp, Samsung en Panasonic. Ook in Nederland is de magnetron toch – maar pas tachtig jaar na de ontdekking van de werking – nog een succes geworden. In 2002 werden volgens directeur M. Muijser van Vlehan (Vereniging voor Leveranciers van Elektrische Huishoudelijke Apparaten in Nederland) 430.000 magnetronovens verkocht. Nu zijn er tussen de 3 en 4 miljoen.