De koran en de bijbel 1

Uit de discussie over het op de koran gebaseerde voorschrift om homoseksuelen met het hoofd naar beneden van een grote hoogte te laten vallen, blijkt dat vooral met woorden wordt gereageerd, maar dat er weinig wordt geanalyseerd. Het kost niemand met een bijbel en een concordantie in de hand moeite om in de bijbel teksten van even grote wreedheid en discriminatie te vinden. Als een man het met een man doet zoals met een vrouw, moeten beiden gedood worden, en een vrouw die mannenkleren draagt moet worden (dood)gestenigd, etc.

En toch hoor ik niemand ziedend roepen dat het een schande is dat een boek met dergelijke barbaarse teksten en opvattingen overal vrij verkrijgbaar is, en, erger nog, in tienduizenden kerken, scholen en bibliotheken ligt, in grote delen van het onderwijs en in alle christelijke kerken ter lezing wordt aanbevolen. Geen dominee of pastor wordt gesommeerd zich te verantwoorden. De verontwaardiging lijkt mij dan ook tamelijk selectief.

Een mogelijke oorzaak daarvan kan zijn dat de christenen, uit de verlegenheid die dit soort voorschriften oproept, hebben besloten de voorschriften in de bijbel te onderscheiden in tijd- en cultuurgebonden leefregels, en godsdienstige basisregels. De laatste zijn eeuwige waarheden, de eerste kunnen steeds worden aangepast, in ieder geval de toepassing ervan. En daar wringt de schoen met de islam, blijkens het artikel in deze krant van 23 april, waarin prof. Witkam uitlegt dat de desbetreffende en andere regels door de islamitische wereld worden gezien als zó sterk aan de koran zelf verbonden, dat ook deze regels onveranderbaar zijn.

Realiseert men zich dit verschil met het christendom, dan komen pijnlijke vragen op betreffende de verenigbaarheid van de islam met onze seculiere verlichtingsstaat, nu, maar óók straks, wanneer de zo bezongen derde en vierde generatie het allemaal beter gaan doen.