Attentie, attentie

De groene PTT-telefooncellen, de koddige omroepberichten in het stadion of klok kijken – door de mobiele telefonie is veel moois verdwenen. De hoogste tijd voor een grote inventarisatie.

,,Telefoon voor de heer Mulisch'', klonk in een ver verleden regelmatig door het cafégedeelte van het hoofdstedelijke American Hotel aan het Leidseplein. Het verhaal gaat dat Mulisch hier zelf verantwoordelijk voor was om zodoende zijn eigen bekendheid te vergroten.

Tegenwoordig zou Mulisch het anders aan moeten pakken. Want door de opkomst van de mobiele telefoon is er geen hotelpersoneel meer nodig om iemand aan de lijn te krijgen. De gebelde pakt zelf op. Wie omgeroepen moet worden is niet bij de tijd. Het komt in restaurants nog maar zelden voor dat klanten door personeel aan de telefoon worden genood voor een wanhopige oppas, wachtende echtgenoot of een op zijn laatste man wachtende voetbalcoach.

En die mooie omroepberichten zijn elders ook schaars geworden. In De Meer, vroeger de thuisbasis van Ajax, hoorde je nog wel eens dat de heer Peters naar huis moest komen omdat zijn ,,vrouw aan het bevallen was''. Of dat Willem werd gevraagd zich bij de uitgang van Vak G te vervoegen, omdat ,,Jaap daar wacht wiens kaartje bij u in de zak zit''. Helaas, in de Amsterdam Arena hoor je dit proza niet meer. Voorgoed verdwenen door de mobiele telefonie.

Of neem de `meeting points' op de grote treinstations. Een geweldige uitvinding die ooit bijna bezweek onder haar eigen succes. Want op spitsuren werd het er zo druk dat je overal beter kon afspreken dan daar. Nu staan ze leeg, want iedereen weet elkaar te vinden. Overbodig geworden, net als de luidsprekerinstallaties waarvan vroeger elke camping was voorzien. Die dienden in de eerste plaats om kampeerders te attenderen op de begintijd van de bingo en het badmintonnen, maar daarnaast werden er om de haverklap bezoekers voor kampeerders mee omgeroepen. ,,Attentie, attentie. Bij de receptie staat mevrouw Mik voor de familie Bakker'', dat soort berichten.

De grote, groene PTT-telefooncellen zijn vervangen door smartcard lezende belzuilen. Nooit meer een kwartje wisselen of lenen om te bellen. ,,Kan ik hier ergens bellen?'' Wie dat vraagt kan rekenen op meewarige blikken. Klok kijken of een blik op het horloge werpen zijn verdwijnende handelingen; de tijd lees je van de display op je mobiel. Een nummer opzoeken in het telefoonboek? Niet nodig, staan allemaal geprogrammeerd in het geheugen.

Wie ziet er langs de snelweg nog wel eens een pechvogel bij een praatpaal staan? Niemand, mensen met pech onderweg kunnen bellen vanaf elke hectometerpaal en een lange wandeling naar de gele ANWB-reddingsboei is hopeloos ouderwets. Wie op een zomerse dag een pretpark bezoekt gaat haast denken dat geen enkel kind zijn ouders nog kwijt raakt. Zoekgeraakte kinderen worden hier niet meer omgeroepen. Ze zijn er nog wel, maar kind en ouder vinden elkaar in stilte. Omdat het mobiele nummer van de ouders bij het kroost op pols of polsbandje staat. Twee tranen en het mobiele netwerk ligt bijna plat omdat tal van behulpzame omstanders dat nummer bellen.

De grote prikborden bij de trefpunten op popconcerten vol met handgeschreven briefjes zoals `We zitten bij de tent' of `Truus, bel Annie' zijn leeg of weg. Niemand is meer zoek, en ook niemand is meer te laat. Vergaderingen begonnen vroeger steevast met de opsomming van de aanwezigen, daarna de afwezigen met bericht van verhindering en ten slotte de afwezigen zonder bericht van verhindering. Die bestaan niet meer. Laatkomers bellen onderweg dat ze in de file zitten, treinvertraging hebben, er binnen vijf minuten zijn of iets later komen. Dat noemt niemand meer te laat komen.

Naast deze voorbeelden is er vast nog veel meer dat door de komst van de mobiele telefoon is verdwenen. Hoogste tijd voor een grote inventarisatie van al dit verdwenen cultuurgoed. Ligt hier geen schone taak voor het Meertens Instituut?