Vrijheidsbeeld in Arad herrezen, tot woede extremisten

Na lang ruziën is gisteren in een park in Arad, in Transsylvanië, het Vrijheidsbeeld herrezen. De beeldengroep herdenkt de dertien Hongaarse generaals die in 1849 in Arad zijn geëxecuteerd wegens hun deelname aan de Hongaarse opstand van 1848 tegen het Habsburgse gezag. Die opstand werd door de Oostenrijkers met Russische hulp neergeslagen.

De plechtigheid werd gisteren bijgewoond door rond tienduizend Hongaren en Roemenen en door de Hongaarse premier, Péter Medgyessy, de leider van de Hongaarse minderheid in Roemenië, Béla Marko, en de Roemeense minister van Cultuur, Razvan Theodorescu. De Roemeense premier, Adrian Nastase, had het laten afweten. Aanwezig waren ook vijftig tot honderd Roemeense ultra-nationalisten van de xenofobe en fel anti-Hongaarse Groot-Roemenië Partij (PRM), die Theodorescu, Marko en Medgyessy uitscholden voor `verraders', `dieven' en die leuzen riepen als ,,weg met het standbeeld voor de moordenaars''.

De beeldengroep werd in 1890 in Arad opgericht ter ere van de dertien generaals. De stad lag toen in Oostenrijk-Hongarije. Na de Eerste Wereldoorlog werd Transsylvanië bij Roemenië gevoegd. De Roemenen ontmantelden de beeldengroep in 1924 en borgen het op in een militair museum, met het argument dat de Hongaarse generaals geen helden waren maar tijdens de opstand van 1848 Roemenen hadden vermoord. De Hongaren – in Hongarije en in Transsylvanië – hebben lang geijverd voor de heroprichting van het monument op de oorspronkelijke plek, maar na veel geruzie is het beeld, bekroond door de figuur van Hungaria die een krans ten hemel reikt, nu neergezet in een `Verzoeningspark' aan het Brandweerliedenplein in Arad. Het park wordt gewijd aan zowel de Hongaarse als de Roemeense gemeenschap: de Roemenen gaan er honderd meter verderop een eigen `Triomfboog' neerzetten.

Theodorescu zei dat ,,dit standbeeld een etnische groep eert die nooit heeft gevochten op het grondgebied van Roemenië, al zullen bepaalde mensen het daarmee niet eens zijn''. De toevoeging was kennelijk gericht aan het adres van de jouwende PRM-activisten. Ook Béla Marko richtte zich tot de extremisten: ,,Iedereen houdt het meest van zijn eigen moeder, traditie en taal. Maar daarnaast kunnen we elkaar respecteren en de traditie, taal en helden van de ander eren. Er zijn misschien mensen die een Verzoeningspark een vreemd idee vinden, maar er is voor Hongaren zowel als Roemenen geen andere keus dan zich te verzoenen. Helaas zijn er mensen die niets van de geschiedenis leren.''

Premier Medgyessy pleitte voor een verzoening die vergelijkbaar is met die van de Fransen en Duitsers. Transsylvanië noemde hij ,,onze Elzas''. ,,We weten dat de nationale waardigheid voor Hongaren en Roemenen een vitaal thema is. Alles wat ons samenbindt werkt alleen and we respecteren wat ons scheidt.''