Vergeetachtige beschaving

Ik was ooit in een louche videotheek waar een jongeman stond te wachten op zijn illegale kopie van een Hindi-film. Plotseling kwam een andere jongeman binnenstormen die scheldend op de wachtende man toeliep en uit zijn korte leren jack een mes trok. Dat mes hield hij gevaarlijk dicht tegen de keel van zijn vijand. Het schelden ging door, de bedreigde man probeerde de messentrekker nog te sussen met aardige woorden en iets van een glimlach. Maar hij voelde de punt van het mes steeds duidelijker tegen zijn huid en toen greep hij de pols van zijn belager.

In plaats van het gevaar af te wenden, werd het gevaar groter. Je zag de blik van de belaagde veranderen in tien, vijftien seconden, van vriendelijkheid naar schrik en vervolgens doodsangst, omdat hij merkte dat zijn belager steeds meer kracht zette. Op een bepaald moment verminderde de belager de kracht en zag de belaagde het gevaar voorbijgaan.

Waarom de kracht verminderde was mij niet duidelijk. Fysieke uitputting? Het schreeuwen van de videotheekhouder? Het plotselinge vooruitzicht van jarenlange gevangenschap wegens moord?

Aan dit tafereel moest ik denken, toen ik het stuk las van de Amerikaanse filosoof Lee Harris in Trouw van 17 april. Het stuk begint met een heel rustige zin: ,,Het onderwerp van dit betoog is vergeetachtigheid.'' Maar direct na deze zin vliegen de bommen en granaten je om de oren. Beschaafde mensen, zegt Harris, en hij bedoelt vooral westerlingen, hebben zo lang in vrede en voorspoed geleefd dat ze de tijd van de Hobbesiaanse oorlog van allen tegen allen zijn vergeten. Door 11 september kwamen ze weer te weten dat er barbaren zijn die beschaafde mensen als hun vijanden beschouwen.

De beschaafde mensen waren zelfs zo beschaafd dat ze het woord vijand niet meer kenden. Harris: Een vijand was gewoon een vriend waar we nog niet genoeg voor gedaan hadden. Of misschien was er een misverstand geweest of hadden wij van onze kant iets over het hoofd gezien – iets wat we konden goedmaken.

Maar, legt Harris uit, een vijand is iemand die bereid is te sterven om jou te doden. In de ogen van je vijand kun je niets goeds doen, in de ogen van je vijand valt niets meer goed te maken, er is geen vergeving mogelijk, het is al te laat, de grens is overschreden.

Zo komt Harris tot het onderscheid tussen beschaafden en barbaren: de beschaafden kennen geen vijanden, de barbaren kennen hun vijanden. Op het moment waarop je een vijand bent, heb je een vijand. Ergo: op dat moment kun je de beschaving niet volhouden en moet je doden, voordat je wordt gedood.

Het is soms prettig om ingewikkelde gebeurtenissen terug te brengen tot simpele eenheden. In de videotheek stond die man vredig te wachten op zijn videobandje. De barbaar die binnenstormde had hem al gedefinieerd als vijand, een definitie die nog niet tot de wachtende man was doorgedrongen. Pas toen hij de kracht achter het mes voelde, viel bij hem het kwartje: je bent een vijand, dus heb je een vijand. Je moet terugvechten, of zoals Harris zegt: Het is jouw vijand – en niet jij – die bepaalt of iets een zaak is van leven of dood.

In deze redenering moest de belaagde man direct nadat zijn belager kracht verminderde, zelf een mes trekken en dat desnoods in de rug van zijn vijand steken. Je moet doden voordat je gedood wordt. Deze ene keer liep het met een sisser af, de volgende keer kan het misgaan.

Het is de wet van de straat die Harris toepast op de regels van de wereldpolitiek en hij doet dat op een aannemelijke manier. Net als Lee Harris geloof ik dat er geen beschaafd antwoord bestaat op barbarisme. Maar Harris gaat een stap verder: hij zegt eigenlijk dat er alleen een barbaars antwoord bestaat op barbarisme. Hij laat in het midden hoe we de barbaren moeten doden, hij adviseert nog net niet dat het Westen met zelfmoordcommando's de islamitische wereld in moet, maar in zijn redenering zou het wel hebben gepast.

De fout die Lee Harris maakt, zit in het niet doordenken van zijn eerste zin: ,,Het onderwerp van dit betoog is vergeetachtigheid.'' Vergeten is een kwestie van tijd: je weet iets, na een tijd vergeet je het, door een bepaald voorval weet je het weer. Of breder: eerst waren er barbaarse tijden, toen kwam de tijd van beschaving, die zo lang duurde dat we het barbarisme vergaten, maar door het voorval op 11 september herinneren we ons de barbaarse periode weer.

Ik zou nu hebben gezegd dat we die herinnering moeten gebruiken om snel te handelen, maar wel met als doel, met als enige doel, om terug te keren naar de tijd van beschaving, ofwel: terug te keren naar de vergeetachtigheid.

Maar Harris heeft een heel andere opvatting van beschaving. Hij ziet beschaving halverwege zijn betoog niet meer in termen van tijd, waarmee hij zijn betoog begon, maar in termen van ruimte. Hij schetst het beeld van beschaafde enclaves in verre, onbereikbare, geïsoleerde oorden, die dankzij de onbereikbaarheid niet worden lastiggevallen door barbaren.

Het is precies deze Shangri-La mythe die niet meer opgaat. Juist de westerse beschaving heeft voor het verdwijnen van het isolement gezorgd. Alles en iedereen is nu bereikbaar. Sinds het westerse imperialisme, driehonderd jaar geleden, en de ontwikkeling van de luchtvaart, vijftig jaar geleden, de mobiele telefoon en internet, kortgeleden, is isolement een belachelijk waanidee. Dat heeft Osama bin Laden ons wel ingepeperd.

Uiteraard was het naïef van het Westen om te denken dat het onbereikbaar en onkwetsbaar zou zijn, het Westen was het barbarisme vergeten en juist door die vergeetachtigheid kon zich een tijd lang beschaving voordoen. Nu we ons het barbarisme weer herinneren, moeten we handelen, maar niet op zo'n manier dat wij zelf barbaren worden. Daarom moet de jongen van de videotheek zijn belager niet ter plekke vermoorden, daarom moeten we Saddam Hussein en Bin Laden en de terroristen niet standrechtelijk executeren. Barbarisme mogen we bij tijd en wijle vergeten, beschaving niet.

ramdas@nrc.nl