Speelruimte EU zeer beperkt

De Europese Unie is zwaar teleurgesteld over het Grieks-Cyprische nee tegen het VN-vredesplan van Kofi Annan. Maar zij kan heel weinig meer ondernemen. Zaterdag wordt Cyprus lid van de EU.

,,Een schaduw over de toetreding van Cyprus tot Europa''. Zo betitelde Europees commissaris Verheugen, belast met de portefeuille uitbreiding van de Unie, dit weekeinde de uitslag van het referendum op het eiland waarbij de Grieks-Cyprioten in overgrote meerderheid het vredesplan van VN-secretaris-generaal Kofi Annan naar de prullenbak verwezen.

Verheugen drukte zich voor zijn doen nog gematigd uit. Boos en zwaar teleurgesteld is hij over de houding van de Cyprische president Tassos Papadopoulos onder wiens leiding de afgelopen weken een massale nee-campagne op het eiland werd gevoerd. Maar Verheugen weet ook dat woede in het mijnenveld van de internationale diplomatie veelal weinig productief is.

De Europese Unie moet nu een oplossing zien te bedenken en anders dan zo vaak in zaken die buitenlandse politiek betreffen, kan nu eens niet de factor tijd worden ingezet. Zaterdag wordt Cyprus officieel lid van de Europese Unie wat betekent dat áls er nog wat ondernomen moet worden, dit voor die datum moet gebeuren. Daarna praat de Cyprische regering – bovendien vergezeld van het vetorecht – zelf volledig mee. Voor die vraag staan vandaag de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie in Luxemburg waar zij hun reguliere overleg hebben.

Het probleem is dat de Unie heel weinig meer kan ondernemen. De toetredingsonderhandelingen met Cyprus zijn reeds lang afgerond en de handtekeningen gezet. Dat is gebeurd in het volle besef dat Cyprus een gedeeld eiland was. Er bestond weliswaar hoop dat in het licht van de toetreding en met behulp van de VN nog voor 1 mei een oplossing zou kunnen worden gevonden, maar zekerheid daarover was er niet.

Dat is dan ook nu het verwijt dat onder diplomaten in Brussel valt te vernemen. Er is geen enkel drukmiddel achter de hand gehouden om een eenwording van het eiland te forceren. Het overheersende idee was altijd dat de Grieks-Cyprioten zeer coöperatief zouden meewerken aan een oplossing en dat het probleem lag bij de Turks-Cyprioten. De uitslag van het referendum toont precies het omgekeerde; een scenario waarmee binnen de Europese Unie tot voor kort geen rekening was gehouden.

Vandaar dat de speelruimte nu erg beperkt is. Vooralsnog resteert er niet veel meer dan de belofte van de kant van de Unie aan de Turks-Cyprioten dat naar wegen zal worden gezocht om de economische ontwikkeling van hun deel van het eiland te stimuleren.

De Britten willen meer. Zij hebben de afgelopen dagen steun gezocht voor een plan om als Europese Unie een duidelijke uitspraak te doen over de zogeheten `groene lijn' die het eiland verdeelt. Nu wordt in alle stukken nog erkend dat dit geen echte grens is. Hiermee is steeds toegegeven aan de claim van de Grieks-Cyprioten op het gehele eiland. Op het moment dat de Unie zou uitspreken dat de groene lijn tevens de buitengrens van de Unie vormt, zou dit een de facto erkenning zijn van de scheiding van het eiland en tevens van het Turkse deel. Voor dit harde standpunt zou het Verenigd Koninkrijk een willig oor hebben gevonden bij Frankrijk, Nederland, België en de Scandinavische landen.

Dan nog is de vraag wat dit materieel zal betekenen, behalve een duidelijke terechtwijzing aan het adres van de Grieks-Cyprioten. Het belangrijkste is toch dat het probleem Cyprus met ingang van 1 mei een intern probleem van de Europese Unie is geworden, dat de Unie dan ook zelf zal moeten zien op te lossen. Een kantoor op het eiland is reeds beschikbaar. Dat is het afgelopen weekeinde vrijgekomen door het vertrek van de onderhandelaars van de VN.