Skoglund: droomprijs

Lars Skoglund won zaterdagavond het Project Jonge Componisten van Holland Symfonia met de compositie Sentences for Orchestra. Hij kreeg 4000 euro, de andere helft van de prijs is dat Holland Symfonie zijn compositie op 5 november weer uitvoert in de Lichtfabriek in Haarlem.

Het was de zeventiende editie van het project, begonnen door het Nederlands Balletorkest dat opging in Holland Symfonia. De jury kon kiezen uit 32 inzendingen. De zes beste, alle van in Nederland studerende of werkzame componisten, kregen een concertuitvoering – een droom voor jonge componisten, die hun werk vaak maar moeilijk uitgevoerd krijgen.

De winnende compositie van de Noor Skoglund (1978) is gebaseerd op lange lijnen van warme, gestaag veranderende akkoorden. Weldadig en onheilspellend tegelijk, zorgen deze voor een geladen atmosfeer. Hierin passeren kleine ritmische en melodische figuren de revue, waarbij de meest onvermoede klankkleuren ontstaan. Het zijn vooral de individuele klankschakeringen die Skoglund hierbij savoureert.

Ook Evrim Demirel (1977) gebruikt in zijn Ottoman Miniatures geleidelijk evoluerende klankspectra als een canvas waarop miniaturen geschilderd worden. Demirel, van Turkse origine, baseerde zijn miniaturen op toonschalen uit de Ottomaanse muziek, makams. Hij slaagt erin deze op natuurlijke wijze in de West-Europese orkestklank te integreren. De jury kende Demirel de aanmoedigingsprijs toe.

Pyroclastic Stream for Orchestra, het orkestdebuut van Claudia Rumondor (1983), bestaat volgens haar toelichting uit een aantal verschillende, onafhankelijke groepen. Ook door Rumondors gebruik van seriële compositietechnieken is het verband met Stockhausens Gruppen für drei Orchester (1958) snel gelegd. De onderste drie lagen versmelten echter met elkaar in een traag pulserende ritmiek, waartegen de hoogste laag, gespeeld door een jachtige marimba, schril afsteekt. Wat een spannend lagenspel had kunnen worden, verzandt hierdoor helaas in een grauwe massa.

Autumn Concerto van de Poolse Katarzyna Glowicka (1978) is een indringende dialoog voor altsaxofoon en orkest. De hoge, klagende tonen waarmee de solist inzet sijpelen langzaam door in het orkest. Het filmische slot doet nog het meest denken aan de sterfscène van een of ander prehistorisch wezen.

De Griek Epaminondas Macriiannis (1977) noemt Erik Satie als inspiratiebron voor zijn Viennent des lectures symphoniques. Het onregelmatig pulserende orkest herinnert vooral aan Stravinky's Le sacre du printemps. Ook de abrupte overgangen doen soms meer aan deze componist denken. Het geheel is echter een stuk minder vitaal.

Daan Verlaan (1978) schreef zijn The Quickest Girl in the Frying Pan voor een omvangrijk stereofonisch-symmetrisch bezet symfonieorkest en koor. Verlaan is veelzijdig: prettig chaotische passages, Debussyaanse melodieën en ijle, verstilde momenten rijgt hij moeiteloos aaneen. Het is indrukwekkend, maar dat mag ook wel gezien de ingezette middelen. Het publiek vond het schitterend, dus Verlaan kreeg de publieksprijs.

Concert: Holland Symfonia o.l.v. Hans Leenders met Ties Mellema (altsaxofoon) en Projectkoor Amsterdam. Project Jonge Componisten. Gehoord: 24/4 Beurs van Berlage, Amsterdam. Opname VPRO-radio voor latere uitzending.