`Rock & roll is perfect platform voor mijn poëzie'

De Amerikaanse Patti Smith (57) doet haar cd Trampin' zinderen van levenslust en hoop, geïnspireerd door Rimbaud, opera en gospel. Maar ook van woede over het Amerikaanse geweld in Irak, in het nummer Radio Baghdad bezongen vanuit het perspectief van een Iraakse moeder.

`Rimbaud, Rimbaud, go Johnny go!' Patti Smith spuwt haar woorden uit met vreugdevolle geestdrift. Als een furie raast ze over het podium van de chique concertzaal van het Palais des Beaux-Arts in Brussel, waar in het museumgedeelte een fascinerende tentoonstelling is ingericht over leven en werk van de Franse dichter Arthur Rimbaud (1854-1891).

Patti Smith, de rockdichteres die in 1975 de weg vrijmaakte voor de Amerikaanse new wave, heeft in haar teksten vaak verwezen naar de inspiratie die de hartstochtelijke en visionaire poëzie van Rimbaud haar gaf. Het concert in Brussel heeft de bevlogenheid van een scéance, waarbij de geest van Arthur Rimbaud het rock & roll-vuur aanwakkert.

Op 57-jarige leeftijd hervindt Patti Smith de vonk van de beste albums uit haar beginjaren, Horses en Easter. Haar nieuwe cd Trampin' zindert van levenslust, hoop en woede. `Maak van je leven een feest', zingt ze in Jubilee. Nog nooit ging ze zo heftig tekeer als in het twaalf minuten lange en grotendeels geïmproviseerde Radio Baghdad, waarin ze de `shock and awe'-tactiek van het Amerikaanse leger hekelt vanuit het perspectief van een opgejaagde Iraakse moeder.

Zelf is Patti Smith moeder van twee, zoon Jackson van 21 en dochter Jesse van 16, geboren uit haar huwelijk met de in 1994 overleden gitarist Fred `Sonic' Smith van de revolutionaire hardrockgroep MC5. Dochter Jesse speelt een verdienstelijke partij piano in het titelnummer van Trampin', oorspronkelijk een gospelsong van de zwarte operazangeres Marian Anderson (1897-1993).

Opera en gospel mogen verrassende bronnen zijn voor een zangeres die aan de wieg stond van de punk, maar Patti Smith put er inspiratie uit. ,,Luisteren naar opera heeft me geleerd hoe ik een maximum aan energie in mijn zang kwijt kan. Ik rook niet, drink niet, gebruik geen harddrugs en daarom kon mijn stem in de loop der jaren steeds krachtiger worden. Toen ik begon zag ik mezelf helemaal niet als zangeres. Ik wilde schrijfster worden, dichter, schilder. Het was een grote verrassing voor mij om te ontdekken dat rock & roll het perfecte platform bood voor mijn poëzie. Een carrière in de popmuziek was misschien wel het laatste waartoe ik mezelf in staat achtte. Ik bedoel, in 1974 was Keith Richards mijn held! Ik had nooit durven dromen dat ik in zijn voetspoor zou kunnen treden.''

De snik in haar stem dankt Smith aan haar zuidelijke Amerikaanse roots, vermoedt ze. ,,Mijn hele leven luister ik al naar Hank Williams, Robert Johnson, gospelmuziek en folksongs uit de Appalachen. Uit mijn jeugd herinner ik me ooms die banjo en mandoline speelden. Verhalende teksten hebben me altijd aangesproken, vooral als er zwervers of andere vrijgevochte geesten in voorkwamen. Trampin' is een lied dat me bijbleef, omdat er een grenzeloos optimisme uit spreekt. Het gaat over pelgrims of arbeiders die alsmaar door blijven stappen op hun zoektocht naar spirituele verlossing. Eigenlijk is dat het verhaal van mijn leven.''

Is zo'n vroom lied over `trying to make heaven my home' niet in flagrante tegenspraak met de blasfemische openingswoorden van haar debuutalbum Horses: `Jesus died for somebody's sins but not mine'? Patti vindt van niet. ,,Ik schreef die woorden toen ik twintig was, jong en opstandig. Niet als een schotschrift tegen Jezus, maar als een proclamatie van mijn onafhankelijkheid. Ik ben behoorlijk religieus opgevoed en moest me daarvan losmaken. Als kunstenaar kon ik het me niet veroorloven om verantwoording aan de kerk verschuldigd te zijn. In de tussenliggende tijd heb ik Jezus leren waarderen als de revolutionaire gangmaker die hij was, en ben ik tot het inzicht gekomen dat je de hemel eerst maar eens hier op aarde moet zoeken.''

Oorlog en vrede zijn thema's die haar bovenmatig bezig houden. ,,Ik heb in protestmarsen meegelopen tegen de schandalige aanval op Irak. Mijn vader heeft in de Tweede Wereldoorlog gevochten. Hij vertelde me over de verschrikkingen van Nagasaki en de holocaust. In de jaren vijftig ben ik opgevoed met de angst voor de bom. Letterlijk, want we hadden een schuilkelder onder het huis waar we oefeningen hielden. Vietnam heeft mijn generatie geleerd hoe je weerstand moet bieden tegen regeringen die hun land ten oorlog voeren. Al die dingen kwamen tot ontlading in de geïmproviseerde tekst van het nummer Radio Baghdad, waarin ik me verplaats in de woede van onschuldige bewoners van een stad die de bakermat is geweest van onze westerse beschaving. Improvisatie is een fascinerend fenomeneen, want je weet aan het begin niet waar het je naartoe zal voeren. Al mijn woede en frustraties kwamen in Radio Baghdad naar buiten, zodanig dat ik na afloop emotioneel en fysiek uitgeput was.''

Patti Smith schuwt de pretentie niet. In haar teksten figureren Baudelaire, William Blake en Mahatma Gandhi. De rebelse spirit van de rock & roll laat ze tegenwoordig aan jongere muzikanten over. ,,The MC5 en The Stooges waren belangrijk in hun tijd, toen je tegen het establishment aan kon schoppen door `Kick out the jams, motherfuckers!' in een microfoon te roepen.

,,Zelf zoek ik mijn verlichting liever bij dichters, schilders en denkers uit een verder verleden. Arthur Rimbaud gaf mij het gevoel dat ik niet alleen stond in mijn kunstenaarschap, toen ik als beginnend dichter worstelde met de vorm en de draagwijdte van de vreemde woordcombinaties die in mijn hoofd opkwamen. Door toeval ben ik in de rock & roll terecht gekomen. Daar ben ik blij om, want er heeft in de afgelopen vijftig jaar geen krachtiger medium bestaan.''

Patti Smith: Trampin' (Columbia/Sony). The Patti Smith Group met oudgedienden Lenny Kaye (gitaar) en Jay Dee Daugherty (drums) treedt 10 juli op tijdens het Bospopfestival in Weert. Arthur Rimbaud, Een Seizoen in de Hel: tot 16/5 in Palais des Beaux-Arts, Brussel (www.bozar.be).