Onderwijsgeld gaat op aan bureaucratie

Het extra geld dat de rijksoverheid de afgelopen twintig jaar in het onderwijs heeft gestoken, gaat vrijwel volledig op aan de toenemende bureaucratisering van scholen. Het bedrag dat naar onderwijs aan leerlingen of studenten gaat, is nauwelijks veranderd.

Dat blijkt uit een rapport dat de Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan van minister Van der Hoeven (CDA, Onderwijs), vanmiddag zou presenteren. Scholen besteden extra overheidsgeld vooral aan extra papierwerk, zoals administraties, rapporten, of overlegorganen. Volgens de raad kan deze ontwikkeling ,,niet langer ongestraft doorgaan'' en moeten scholen de bureaucratisering in het onderwijs indammen.

Het bedrag dat de overheid per leerling of student besteedde, nam tussen 1980 en 2000 toe van gemiddeld 3.800 euro naar 4.000 euro, een stijging van 5 procent. In diezelfde periode nam het budget dat scholen, universiteiten en hogescholen aan overhead besteden met 82 procent toe.

Scholen besteden volgens de cijfers uit 2000 inmiddels 20 procent van hun budget aan administratie, beheer en andere zogeheten secundaire lasten. In het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie is dit percentage met 39 het hoogst. Op basis- en middelbare scholen is dit 11 en 12 procent. Tot nu toe ontbraken gegevens over bureaucratisering in het onderwijs.

Volgens de Onderwijsraad is de overheid zelf mede schuldig aan deze tendens. Door de toegenomen autonomie die het ministerie van Onderwijs geeft ,,zadelt [het rijk] scholen op met toegenomen administratie- en verantwoordingslast'', aldus de raad.

Het beleid van de overheid om scholen minder regels op te leggen, leidt volgens het rapport bovendien niet tot minder landelijke bureaucratie. Zo blijven de ministeries van Onderwijs en Sociale Zaken met gedetailleerde circulaires komen en is het budget voor de Onderwijsinspectie toegenomen. Bovendien prikkelt de overheid scholen niet om hun geld zo efficiënt mogelijk te besteden. De schaalvergroting in het onderwijs, juist bedoeld om scholen efficiënter te laten werken, heeft op termijn tot meer bureaucratie geleid.

Hoewel bureaucratisering niet slecht hoeft te zijn, leidt het in het onderwijs volgens de Onderwijsraad tot een negatief gevoel bij leraren. ,,Zij maken bezwaar tegen formalisatie en centralisering, tegen toenemende gelaagdheid [..] en stafdiensten die voortdurend regels produceren [..]''. Steeds meer leraren krijgen het gevoel dat er op school een sfeer van ,,hiërarchie, controle, afrekencultuur en prestatiecontracten'' heerst.

Volgens de Onderwijsraad zou de overheid beter toezicht moeten houden op fusies en monopolieposities van grote schoolbesturen, zoals de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) dat in het bedrijfsleven doet. Bovendien beveelt de raad aan dat ministeries bij het maken van nieuwe regels voortaan een kosten-batenanalyse maken.