Nederwiet met veel THC is niet gevaarlijk

Wetenschappers en deskundigen op het gebied van drugs zijn verdeeld over de vraag of een verhoogd THC-gehalte (tetrahydrocannabinol) in nederwiet een verhoogd risico voor gebruik met zich meebrengt.

Een platform van deskundigen onder auspiciën van de Inspectie voor de volksgezondheid, het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM) vindt van niet, zo schrijft het platform in een spoedprocedure aan het ministerie van Volksgezondheid. Het Criminologisch Instituut Bonger van de Universiteit van Amsterdam spreekt van een `zorgelijke ontwikkeling'.

Stijging van het THC-gehalte in nederwiet was voor de ministers Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) en Donner (Justitie, CDA) aanleiding om in de vrijdag naar de Tweede Kamer gestuurde `cannabisbrief' onderzoek aan te kondigen naar de schadelijkheid van nederwiet en om de softdrug op de lijst van verboden opiaten te plaatsen.

Uit de cannabisbrief blijkt dat beide adviserende instanties de vraag of dat verhoogde THC-gehalte schadelijk is voor de volksgezondheid niet hebben gebaseerd op wetenschappelijke conclusies. Volgens het coördinatiepunt heeft dat verhoogd THC-gehalte hoogstens voor onervaren gebruikers een `licht verhoogd risico'. De afhankelijkheid kan toenemen, maar dat gaat niet op voor alle gebruikers.

Om dat THC-gehalte te reguleren staan ook andere opties open dan plaatsing op de verboden lijst, zo schrijven de ministers in een bijlage bij de brief. De `sterkte' van nederwiet kan worden opgenomen in de gedoogcriteria voor coffeeshops of de coffeeshophouders kunnen gestimuleerd worden tot zelfregulering. De door de PvdA voorgestelde optie van regulering van teelt en distributie wordt in de brief opnieuw van de hand gewezen. Plaatsing op de lijst van verboden opiaten wordt in de brief omschreven als `het uiterste geval'.

Een eerder door Donner voorgesteld verbod op verkoop vanuit coffeeshops aan buitenlanders in de grensstreek, wordt nu omschreven als onderzoek naar de vraag op welke wijze coffeeshophouders dat `tot een minimum' kunnen terugbrengen. Een experiment in de gemeente Maastricht moet uitwijzen wat daarvoor de mogelijkheden zijn. Het terugdringen van coffeeshoptoerisme vindt het kabinet een taak voor lokale overheden. Als de toestroom van toeristen massaal blijft, kan dat een grond zijn om de vergunning in te trekken of nieuwe vergunningen te weigeren. Ook kan de klandizie verminderd worden door de openingstijden te beperken.