Nederland lichtend voorbeeld

Na de aanslagen in New York in 2001 leidde de link tussen terrorisme en armoede tot goede voornemens voor hulp.

De uitwerking valt tegen.

Goed nieuws van het ontwikkelingsfront: het tegen 2015 halveren van het aantal mensen dat wereldwijd onder de absolute armoedegrens leeft, maakt grote kans van slagen. Dit is een van de belangrijkste van de zogenoemde Millenniumdoelen, die door de VN vier jaar geleden werden geformuleerd en in Monterrey in 2002 tot grote beloftes leidden van de VS en Europese landen. Niet dat de toezegging van de VS en Europese landen al geholpen heeft: erg veel gaat de hulp niet omhoog, en de in de jaren zeventig overeengekomen norm van 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp) wordt na de verhoging in Europa slechts voor ruim eenderde gehaald, en in de VS voor ongeveer een kwart. Zo schraal is het klimaat, dat de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne dit weekeinde samen met haar Deense collega een pluim kreeg van non-gouvernementele organisaties omdat deze twee landen als enige ter wereld aan de norm voldoen.

Zelfs het verwachte halen van het doel van gehalveerde absolute armoede in 2015 kan niet zonder kanttekeningen. De trend was in 2001 al aan de gang, en ligt voornamelijk aan de hogere economische groei in zowel China als India. Vooral in Afrikaanse landen verslechtert de situatie alleen maar, en ook in Latijns-Amerika wordt weinig vooruitgang geboekt.

Afgelopen weekeinde, tijdens de voorjaarsvergaderingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, produceerde laatstgenoemde organisatie het eerste voortgangsrapport over alle Millenniumdoelen, het Global Monitoring Report 2004. De inhoud stemt niet vrolijk. Geen enkele van de doelen, van het terugdringen van kindersterfte en sterfte van bevallende vrouwen tot het halveren van het aantal mensen dat geen toegang heeft tot veilig drinkwater en basisonderwijs voor alle jongens én meisjes, maakt kans gehaald te worden als de trends van nu worden doorgetrokken naar 2015.

De totale wereldwijde ontwikkelingshulp bedroeg in 2002 58 miljard dollar. De toezeggingen in Monterrey doen daar, als ze worden nageleefd, 18,5 miljard bij per 2006. Maar voor het halen van de doelen is, zo zei Wereldbank-president Wolfensohn gisteren, nog eens 30 miljard nodig. Zelfs dan zouden alle industrielanden bij elkaar gemiddeld 0,34 procent van hun bbp uitgeven – nog niet de helft van de norm van 0,7 procent.

Ontwikkelingsorganisatie Oxfam, waar de Nederlandse Novib onderdeel van is, legde de nadruk op het Millenniumdoel voor onderwijs. Voor het `Education for All-initiatief' is 5,6 miljard dollar nodig. Dat is ongeveer het bedrag, zegt Ben Phillips van Oxfam, dat de VS maandelijks uitgeven aan Irak. Onderwijs is niet voor niets als speerpunt gekozen. Het is de belangrijkste uitweg uit armoede. Mensen in ontwikkelingslanden die basisonderwijs hebben afgerond lopen, door gedragsverandering en grotere mondigheid, minder risico op infectie met hiv/aids. Het halen van het doel voor onderwijs scheelt jaarlijks naar schatting 700.000 geïnfecteerden.

Twaalf ontwikkelingslanden hebben inmiddels voldaan aan een versneld Wereldbank-programma dat hun recht geeft op de westerse hulp om onderwijs aan al hun kinderen aan te bieden. Maar alleen al deze twaalf landen komen nu 0,75 miljard dollar tekort, want het geld is er niet. Een speciaal fonds voor de allerarmste onder deze landen leunt voor 90 procent op de bijdrage van Nederland. Van Ardenne laat uitgaven aan onderwijs oplopen van 5 procent naar 15 procent van het budget – in totaal 600 miljoen euro aan onderwijsgericht ontwikkelingsgeld.

Wolfensohn noemde Nederland meermalen als lichtend voorbeeld van hoe het moet. Maar ons land dankt zijn grote rol in het discours vooral aan de zuinigheid van anderen. Wolfensohn was dan ook bitter dat de industrielanden zich niet aan hun deel van de afspraak houden. Stilstand betekent achteruitgang, en de roerloosheid hing in Washington als een deken over de voorjaarsvergadering.

De link tussen armoede, onmacht, verzet en terrorisme heeft een merkbaar minder hoge prioriteit. Wolfensohn benadrukte het gisteren nog maar eens: ,,Wereldwijd wordt jaarlijks 900 miljard dollar uitgegeven aan defensie, en 58 miljard aan ontwikkelingshulp'', constateerde hij. ,,Als er, omgekeerd, 900 miljard aan ontwikkelingshulp zou worden gespendeerd, dan zou er misschien maar 58 miljard nodig zijn voor defensie.''

Bij het IMF, waar de Europese voordracht van de Spanjaard Rato als nieuwe directeur dinsdag formeel in de bestuursvergadering wordt ingebracht, bleek er niet zo veel te zijn geleerd van het selectieproces. De VS leveren traditioneel de Wereldbank-president en Europa levert de IMF-directeur. Daar was opnieuw veel weerstand tegen van ontwikkelingslanden. De volgende keer, zo verwoordde minister Zalm van Financiën, moet het anders. Maar hoe? Aangezien Europa en de VS als grootaandeelhouders van het IMF samen 51 procent van de stemmen hebben, haalt een door hen samen gesteunde kandidaat het altijd dus ook een volgende keer.