Minuutje om paard te doorgronden

Met zijn `gouden' paard De Sjiem wist Jeroen Dubbeldam (31) zich niet te plaatsen voor de wereld- bekerfinale, maar in Athene wil hij weer meedoen in de strijd om de olympische medailles. ,,Jeroen presteert met een flegmatiek paard net zo goed als met een opgewonden standje.''

Na het behalen van de gouden medaille in Sydney moest behalve De Sjiem ook Jeroen Dubbeldam (31) zich melden voor de dopingcontrole. Tijdens het wachten brak het angstzweet de ruiter uit. De avond tevoren had de Nederlandse ruiterequipe de gouden medaille van Anky van Grunsven (dressuur) uitbundig gevierd. Omdat het `nog lang onrustig was' nam Dubbeldam een slaappil. ,,Toen ik zat te wachten in dat hokje schoot mij ineens te binnen dat ik een slaapmiddel had genomen en zag ik mijn gouden medaille uit handen glippen. Ik vertelde het aan de begeleidende arts van NOC*NSF, dr. Kessel. Die raadde mij aan het te melden. Hij vroeg of ik wist om welk middel het ging. Ik wist het niet. De angstvisioenen werden steeds groter.''

Dubbeldam kan lachen om zijn angst destijds. ,,Toen ik het wist gaf ik meteen door welk middel het was. Er viel een last van mijn schouders toen ik van Kessel hoorde dat het niets bevatte wat mijn gouden medaille in gevaar kon brengen.''

Met internationaal springruiter Wim Schröder, die dit weekeinde als achtste eindigde bij de wereldbekerfinale in Milaan, onderhoudt Dubbeldam een vriendschappelijke relatie. Als belangrijkste kwaliteit van Dubbeldam ziet Schröder het gevoel van de olympisch kampioen wanneer die op een paard stapt. ,,Het is alsof Jeroen in minder dan een minuut een paard kan doorgronden. Hij voelt wat de zwakke en sterke kanten zijn.''

Dubbeldam bewees dat onder meer in vijf internationale wedstrijden, waarin vier ruiters op elkaars paarden reden. Hij won viermaal en werd eenmaal tweede. ,,Daarom was Jeroen in Jerez (WK springen 2002, red.) zeker wereldkampioen geworden als hij tot de laatste vier was doorgedrongen. Niet alleen omdat hij ook de andere drie paarden foutloos had weten rond te sturen, maar ook omdat de andere ruiters grote problemen met De Sjiem gehad zouden hebben'', denkt Schröder.

Het gevoel voor de mogelijkheden van een paard roemt iedere paardensportliefhebber die Dubbeldam kent. Het is ontstaan in zijn jeugd toen hij de paarden reed van zijn vader, een paardenhandelaar in Zwolle. Dubbeldam reed niet volgens een bepaald systeem, maar handelde in het zadel instinctmatig, met als enig doel geen balken te raken tijdens een demonstratie. Jaarlijks werden tientallen door Dubbeldam bereden dieren verkocht, terwijl telkens een nieuwe lichting zich onder de jonge ruiter moest etaleren. Hoe beter de sprong, hoe hoger de vraagprijs.

Er was geen tijd voor lessen, er was geen ruimte voor een systeem – alleen voor het gevoel van de ruiter over hoe een paard zich optimaal aan de potentiële koper kan presenteren was plaats. Daarom denkt Schröder dat ruiters nooit moeten imiteren wat Dubbeldam met een paard doet. ,,Dat lukt je niet, omdat zijn talenten gebaseerd zijn op zijn gevoel.''

Dat ruitergevoel werd begin jaren '90 verder ontwikkeld in de handelsstal van de Zwitser Gerhard Etter. ,,Ik had toen voor mijn ruiters geen hoofdstellen of zadels. De tuigage moesten ze zelf meenemen. Jeroen kwam met een hoofdstel, een bit, een zadel en een stel pijpkousen. Daar moest hij tien paarden per dag mee rijden'', vertelt Etter, die ervan overtuigd is dat ruiters die de top willen halen zich slecht op één manier kunnen ontwikkelen. ,,Alleen als je leert hoe je een paard dat te lui is om te springen op hetzelfde bit kunt rijden als een paard dat daar te fanatiek voor is, word je een goede ruiter. Dubbeldam had dat gevoel en heeft dat verder ontwikkeld.''

Hoewel Dubbeldam dus – vrij vertaald – zowel moeiteloos een Ferrari als een `lelijke eend' (Citroën 2cv, red.) kan besturen, blijft hij altijd zoekende. De ene keer houdt hij de beugels kort aangespannen, de andere keer houdt hij de teugels zo lang alsof hij in een leunstoel zit. Ook wisselt hij vaak van zadel. ,,Ik vind een nieuw zadel prettig. Zodra ik er één gewend ben, zit ik niet meer prettig. Dan moet er een ander komen'', zegt Dubbeldam. Schröder meent dat de springruiter zijn instinct de ruimte geeft. ,,Daardoor kan Jeroen op het goede moment het uiterste uit zijn paard halen. Dat is een kwestie van gevoel.''

Voor Dubbeldam is zijn groom Tonnie Kreuwel een steun en toeverlaat. Kreuwel volgde Dubbeldam bij diens wedstrijden bijna tien jaar. De paardenverzorger, die zo'n twintig jaar van wedstrijd naar wedstrijd reisde, verstaat zijn vak. Nu blijft hij achter op de stal van Dubbeldam in het Twentse Weerseloo, om daar de zaak draaiende te houden als de ruiter wedstrijdverplichtingen heeft. ,,Jeroen heeft de mentaliteit om zich voor meer dan honderd procent in te zetten, maar hij gaat na een teleurstelling niet bij de pakken neerzitten'', weet Kreuwel.

Hij roemt Dubbeldams eigenschap om na falen de fout nooit bij zijn paarden, zijn medewerkers of de omstandigheden te zoeken, maar altijd bij zichzelf te rade te gaan. Bovendien laat Dubbeldam zijn paarden volgens Kreuwel altijd in hun waarde en benadert de viervoeters als individu. ,,Jeroen kan zich aanpassen en presteert daarom met een flegmatiek paard net zo goed als met een opgewonden standje.'' Voordat Kreuwel acht jaar geleden voor Dubbeldam ging werken, hanteerde hij al het zweetmes voor de van transpiratievocht nat geworden paarden van springruiter Jos Lansink. ,,Jeroen heeft in Milaan even een mentale opdonder gekregen, maar de rust en kalmte die hij op zijn paarden en omgeving weet over te brengen, helpt hem ook over deze teleurstelling heen'', verzekert Kreuwel.

Bert Romp, bondscoach van de Nederlandse equipe, ziet Dubbeldam als een introverte ruiter, die goed weet waarmee hij bezig is en naar een hoogtepunt, zoals de Spelen in Athene, kan toewerken. En volgens Romp kan Dubbeldam goed relativeren. Geen overbodige luxe voor een sporter die afhankelijk is van een dier. ,,Ik werk nu ruim drie jaar met hem en hij is eerlijk over zijn mogelijkheden'', zegt Romp.

Zijn relativeringsvermogen en professionele instelling toonde Dubbeldam afgelopen weekeinde in Milaan ondanks de mislukte wereldbekerfinale. Zijn `gouden' paard, met zestien jaar een routinier, gooide zaterdag vier balken uit de lepels. ,,De Sjiem voelde goed aan, maar op de laatste hindernis van de driesprong maakte hij een zware fout, en daarna kwamen er nog drie. Ook al is hij niet in topvorm, hij maakt nooit meer dan twee springfouten. Ik weet echt niet wat er aan de hand is'', verzuchtte een in eerste instantie aangeslagen Dubbeldam. Gisteren kon hij zijn schimmel sparen, want voor de eindstrijd (top-20, red.) plaatste Dubbeldam zich met een 26ste plaats niet.

Na Milaan staan de signalen van De Sjiem even op rood, maar Dubbeldam raakt niet in paniek en beschouwt `Athene' nog altijd als het hoogste doel. De ruiter beseft dat zijn schimmel last heeft van `iets' dat hem blokkeert. Wat is hem onduidelijk. Deze week wordt De Sjiem in een Duitse paardenkliniek gescand. ,,Vorig jaar heb ik verloren omdat ik er te laat achterkwam dat een rugspier was ontstoken. Daardoor was De Sjiem pas afgelopen najaar inzetbaar. Hopelijk ben ik er nu vroeg genoeg bij om de oorzaak van het falen op te sporen. Het kan nooit veel zijn. Daarvoor voelde hij veel te goed aan.''