Integratie achteraf

Kan een 55-jarige geïmmigreerde werkloze analfabeet op straffe van boete gedwongen worden een examen Nederlands te halen? Volgens leraren Nederlands voor immigranten is de kans op succes niet al te groot. Toch moeten volgens de inburgeringsplannen van het kabinet genaturaliseerde werkloze immigranten de cursus zelf betalen als ze het examen binnen drie jaar niet halen en krijgen ze een boete als ze na vijf jaar nog geen diploma inburgering op zak hebben. Als zelfs oudere analfabeten zo'n examen moeten kunnen halen, moeten de eisen miniem zijn en is het de vraag of zo'n toets dan nog wel zin heeft voor meer kansrijke immigranten. Dergelijke problemen geven het sterk theoretische gehalte aan van de nieuwste inburgeringsplannen van het kabinet. Inburgeringsmaatregelen zijn hard nodig maar tientallen jaren verwaarlozing kunnen niet in één klap ongedaan worden gemaakt. Het is goed iedere immigrant er zo snel mogelijk toe te brengen mee te doen aan de samenleving, maar dan kan de overheid zich maar beter concentreren op de tienduizenden die nog in Nederland komen of er nog niet zo lang zijn.

Afgezien van de haalbaarheid is het oneerlijk om achteraf de toelatingseisen te veranderen voor een immigrant die reeds een Nederlands paspoort heeft en die niet door de staat wordt onderhouden. Het heeft weinig zin om geïmmigreerde analfabete vrouwen die tientallen jaren van het inkomen van hun man afhankelijk zijn geweest, tot examens te dwingen. Een dergelijk plan kan sneuvelen bij de Europese rechter. Van een immigrant die bijstand krijgt, kan wel worden geëist dat hij alles doet om weer aan het werk te komen. Taalverwerving hoort daarbij. Toch zou het ook mogelijk moeten zijn om – net als in het buitenland – immigranten in staat te stellen door laaggeschoold werk Nederlands te leren. Er zijn veel baantjes – in bloemenkassen, bij schoonmaak, stratenmaken – waar nu tijdelijk niet-Nederlands sprekende buitenlanders voor worden aangetrokken. Waarom dan geen werkloze gezinsherenigers of gezinsvormers?

De meeste winst valt te halen bij de integratie van degenen die nog moeten komen. Speciaal de massale immigratie van vaak tegen hun wil uitgehuwelijkte bruiden en bruidegommen uit achtergebleven gebieden in Turkije en Marokko moet worden afgeremd. Dergelijke huwelijken lopen vaak mis en zo wordt de integratie een generatie uitgesteld. De verhoging van de minimumhuwelijksleeftijd tot 21 jaar en een aantal inkomenseisen zijn de eenvoudigste maatregelen. Wegens de rechtsgelijkheid moeten die ook voor andere groepen immigranten gelden. Het is ook onvermijdelijk dat de aanstaande bruid al in het land van herkomst aan enige exameneisen moet voldoen, opdat zij zelfstandiger en beter onderlegd aan het hachelijke emigratie-avontuur begint. Dergelijke huwelijken kosten vaak veel geld in verband met de bruidschat die moet worden betaald. Het cursusgeld wordt dan onderdeel van die kosten. Fraai zijn deze maatregelen niet, maar als de eisen pas na het immigratiehuwelijk worden gesteld, zijn ze moeilijker af te dwingen. Achteraf valt er weinig meer recht te zetten.