Grieks-Cyprioten zullen het voelen

De reacties voorspellen dat de Grieks-Cyprioten na hun `nee' een moeilijke periode tegemoet gaan.

De stemming was gedrukt, zaterdagavond in Nicosia. Een klein aantal Grieks-Cyprioten toeterde en zwaaide met vlaggen. Maar de toeters klonken minder hard dan op de grote nee-manifestatie van donderdag en de cafés in het centrum van de stad waren opvallend leeg. Verbazingwekkend was dat niet. Al voordat de verpletterende uitslag van 75,8 procent tegen het plan-Annan voor de hereniging van Cyprus bekend werd, beseften veel Grieks-Cyprioten dat hun land een uiterst moeilijke periode tegemoet gaat. Aan het nee van zaterdagavond zit immers een pijnlijk prijskaartje vast. Nu de vlaggen en de toeters langzaamaan weer worden opgeborgen, zijn het daarom de tranen en wellicht zelfs de spijt die tevoorschijn komen.

Eén overduidelijk slachtoffer van het `nee' is natuurlijk de hereniging van Cyprus zelf. Veel Grieks-Cyprioten onderstreepten voor het referendum dat zij juist hartstochtelijk voor hereniging zijn, maar dan alleen niet op basis van het plan van VN-secretaris-generaal Kofi Annan dat zaterdag werd weggestemd. Ook president Papadopoulos zei gisteren dat het werk voor hereniging door moet gaan. Maar wie moet dat werk voortzetten? Al voor het referendum plaatshad, liet Annan weten dat hij bij verwerping van zijn plan geen rol meer voor zichzelf zag in Cyprus. De VN gaan hun kantoor in Nicosia dan ook op korte termijn sluiten. Na het debacle van zaterdag zullen andere internationale organisaties niet in de rij staan om de fakkel over te nemen – de hereniging van Cyprus is voorlopig zo dood als een pier.

Dat is tragisch voor alle Grieks-Cyprioten. Velen van hen verwierpen het plan van Annan omdat bijvoorbeeld niet voldoende vluchtelingen uit het noorden, die in 1974 ten tijde van de Turkse invasie noodgedwongen huis en haard verlieten, terug konden keren. Of omdat het aantal Turkse militairen op het eiland in het plan te langzaam werd teruggebracht. Maar nu het plan verworpen is, kan geen enkele vluchteling terug. En de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül, liet zaterdagavond direct al weten dat alle Turkse militairen nu op Cyprus blijven. Van de naar schatting 30.000 man zwaait er geen enkele af.

Daar komt nog bij dat Grieks-Cyprus zich in een aantal maanden in een diplomatiek isolement heeft gemanoeuvreerd. Lange tijd waren het de Turks-Cyprische leider Rauf Denktas en Turkije zelf die steevast de zwartepiet kregen toegespeeld voor elk nieuw echec in het onderhandelingsproces. Maar sinds gisteren is in de ogen van de internationale gemeenschap niet Denktas, maar Papadopoulos de Dr. No van Cyprus. ,,Ons pad zal niet bezaaid zijn met rozen'', liet Papadopoulos gisteren weten, maar pas de komende maanden zal hij ontdekken tot hoeveel doornen zijn advies om `nee' te stemmen heeft geleid. Als er één land is dat profijt trekt van de uitslag van gisteren, dan is het Turkije.

[vervolg CYPRUS: pagina 5]

CYPRUS

Turkije overwinnaar

[vervolg van pagina 1]

Vergeleken met Papadopoulos vervulde de Turkse regering immers een glansrol. Het was de Turkse premier Erdogan die steeds maar weer onderstreepte dat het probleem-Cyprus nu moest worden opgelost. En minister Gül zette Denktas publiekelijk op zijn nummer toen de Turks-Cyprioot toch nog een keer zijn rol van Dr. No wilde spelen. Het resultaat is dat Turkije zaterdag een belangrijke hobbel op weg naar de Europese Unie heeft genomen. In december besluit Brussel of het Ankara een begindatum voor de EU-onderhandelingen wil geven. De afgelopen maanden liet een stroom bezoekers Turkije weten dat het dan in ieder geval moest meewerken aan een oplossing in Cyprus. Dat heeft het nu gedaan, dus het lijkt moeilijk in te zien hoe Cyprus in december nog tegen Ankara kan worden ingebracht aan de onderhandelingstafel. In theorie zouden Cyprus of Griekenland in december een veto over de Turkse datum kunnen uitspreken. In de praktijk zullen beide landen het moeilijk vinden daar argumenten voor te vinden nu de Turks-Cyprioten (enthousiast aangemoedigd door Turkije) ja zeiden en de Grieks-Cyprioten nee.

Deze week nog gaat Turkije waarschijnlijk al een andere overwinning boeken, namelijk verzachting van het embargo tegen de zelfverklaarde Turkse Republiek Noord-Cyprus. Deze wordt alleen door Ankara erkend, hetgeen tot gevolg heeft dat bijvoorbeeld het vliegveld van Gecitkale niet officieel is en er geen directe vluchten uit Europa mogelijk zijn. Nu de Turks-Cyprioten voor hereniging hebben gestemd, vinden velen in de internationale gemeenschap dat het tijd wordt het embargo te verzachten. Zo liet de Europese Commissie zaterdag al weten bereid te zijn geld in Noord-Cyprus te pompen. Uitgesloten is ook niet dat Gecitkale een normaal vliegveld wordt. Als dat inderdaad gebeurt, twijfelt niemand eraan dat Noord-Cyprus binnen korte tijd een aanzienlijke toeristenindustrie kan ontwikkelen. Zelfs is niet helemaal uitgesloten dat sommige landen de republiek gaan erkennen.

Misschien dat dat de ultieme doodsteek zal zijn voor de hereniging van Cyprus. Tot nu toe was Noord-Cyprus immers de arme sloeber die op de deur klopte van zijn rijke buur, het zuiden. Maar als het embargo wordt verzacht, zal het noorden zich pijlsnel gaan ontwikkelen, want voor de Turkse inval van 1974 lag het zwaartepunt van de toeristenindustrie niet in het zuiden, maar juist in het noorden. Als dat gebeurt, zullen de Turks-Cyprioten wellicht steeds minder de noodzaak zien om nog moeite te doen voor hereniging omdat zij ook zonder de Grieks-Cyprioten heel goed het hoofd boven water kunnen houden. Paradoxaal genoeg krijgen dan niet de Grieks-Cyprioten maar juist Denktas wat hij altijd wilde: een eiland met twee staten die wellicht goede betrekkingen onderhouden, maar wel zelfstandig zijn.