Europees eilanddrama

Per 1 mei treedt Cyprus gedeeld en daarmee als probleem toe tot de Europese Unie. Deze mediterrane ministaat moet zich vanaf aanstaande zaterdag als EU-lid officieel achter de Europese eenwording stellen, maar de Grieks-Cyprioten waren eergisteren nog niet eens bij machte om hun bijna 800.000 zielen tellende eiland te herenigen. Oude sentimenten leidden tot een uitbarsting van nationalisme. Een herenigingsplan van de Verenigde Naties werd bij referendum door Grieks-Cyprus afgewezen. Turks-Cyprus stemde in meerderheid voor, wat van belang is voor het vervolg van deze kwestie. De afwijzing is een tragedie voor het hele eiland, maar vooral voor de Grieks-Cyprioten. Hun `nee' is een historische enormiteit waarvan de gevolgen zich zullen doen voelen. Hun Turkse tegenstrevers en vooral de regering van Turkije zijn de winnaars in dit overigens weinig glorierijke hoofdstuk van de toch al problematische moderne geschiedenis van Cyprus.

Het afwijzen van de hereniging zet een domper op de uitbreiding van de Unie. Het is een persoonlijke nederlaag voor VN-chef Kofi Annan en heeft de littekens van weleer opengehaald. Niemand weet hoe het nu verder moet en alleen al om die reden zitten de betrokkenen vast aan nieuw overleg. Maar voorlopig is alles stilgelegd. Het VN-kantoor in Nicosia gaat dicht; de onderhandelaars likken hun wonden en iedereen realiseert zich dat Cyprus terug is bij af. De verhouding van het toetredende staatje tot de Europese Commissie en het Europees Parlement is bij voorbaat slecht. De Commissie voelt zich `bedrogen' en beticht de (Grieks-) Cyprische regering ervan dat zij de bevolking onvoldoende in staat heeft gesteld om zich een afgewogen oordeel over de hereniging te vormen. Het EU-parlement onderzoekt of sprake is geweest van censuur. Deze ernstige beschuldigingen moeten tot op de bodem worden uitgezocht. Het laat zich raden wat het betekent voor de toekomstige verhoudingen tussen Brussel en Nicosia. In Brussel zal met spijt worden teruggedacht aan het moment dat onder Griekse druk de EU-eis verviel om Cyprus vóór toetreding te laten herenigen.

Natuurlijk zijn er schuldigen. Maar uitsluitend naar de Grieks-Cyprioten wijzen, lijkt niet fair. De campagne van de regering en de rol van met name president Tassos Papadopoulos waren weinig verheffend. Maar de VN noch de EU zijn erin geslaagd om het wantrouwen jegens Annans plan en de angst voor Turks-Cyprische overheersing weg te nemen. De hereniging van Cyprus had op het laatst veel weg van internationaal handjeklap, waarbij een ingewikkeld plan met duizenden details die slechts weinigen doorgrondden er nog even snel bij de bevolking moest worden doorgedrukt. Die zei misschien ook wel `nee' omdat de trauma's uit het verleden te diep zitten en niet ongedaan kunnen worden gemaakt door wat menigeen zag als een onevenwichtig ontwerp voor eenwording.

Zoals gezegd: voor Turks-Cyprus en voor Turkije pakt de uitkomst van het referendum vermoedelijk gunstig uit. Premier Erdogan heeft immers `geleverd' wat zijn deel van het vraagstuk betreft. Dat kan hij uitspelen bij de onderhandelingen over Turkse toetreding tot de EU. Het verarmde Turks-Cyprus zal voor de getoonde goede wil zeker geld van de internationale gemeenschap ontvangen – hoewel minder dan het bij toetreding had ontvangen uit Brussel.