Escorte separatisten Ambon leidt tot oproer

Laksheid van de overheid wakkert de frustraties op Ambon aan. De jonge vechtersbazen van twee jaar geleden hebben nog altijd geen werk en zijn zo weer de straat op te krijgen.

Ambon brandt weer. Misschien is het een strovuur, maar dit eerste forse geweld in twee jaar bewijst dat de Molukken nog steeds brandgevaarlijk zijn.

Na een venijnige burgeroorlog van drie jaar sloten Molukse moslims en christenen op 12 februari 2002 in Malino, Zuid-Sulawesi, een vredesovereenkomst. Sindsdien zijn er uit aller heren landen vredesengelen neergestreken op de Duizend Eilanden om de Molukkers van hun `trauma's' af te helpen en `verzoening' te preken. Intussen blijven duizenden, zowel moslims als christenen, ontheemd, blijven kinderen verstoken van klaslokalen en hebben de jonge vechtersbazen die vooropgingen in de strijd nog steeds geen werk.

De straatvechters uit het christelijke kamp hebben een nieuwe held gevonden in Alexander Manuputty, arts en avonturier, die het Front voor Soevereiniteit van de Molukken (FKM) oprichtte en het in de Molukken sedert lang gedoofde separatistische vuur weer poogt aan te wakkeren. Bij de oorlogsmoede massa heeft hij geen succes, wel bij het legertje jonge werklozen van de wijk Kuda Mati in Ambon-Stad.

Manuputty begon weer vlaggen te hijsen op 25 april, de dag in 1950 dat Manusama, Sumokil en Manuhutu in Ambon de Republiek der Zuid-Molukken uitriepen, en stijfde zo islamitische heethoofden in hun overtuiging dat alle Molukse christenen separatisten zijn. Het ritueel herleefde, zij het op kleine schaal, en de afgelopen jaren wist de politie er wel raad mee. Gisteren liet de hermandad het echter uit de hand lopen.

Dr. Thamrin Amal Tomagola komt uit de Noordelijke Molukken, tegenwoordig een afzonderlijke provincie, en doceert sociologie aan de Universitas Indonesia in Jakarta. Hij houdt aan het thuisfront de vinger aan de pols en gisteren maakte hij zich kwaad. Hij vertelt: ,,Niet die vlaggenmars veroorzaakte het oproer, maar de nalatigheid van de politie. Vlaggenincidenten op 25 april waren er de afgelopen jaren ook en de politie had dit moeten voorzien. Als de koplopers meteen waren afgevoerd naar het bureau, was dit nooit gebeurd. Dat de stoet werd begeleid door motoragenten is door scherpslijpers onder de moslims, die zich opwerpen als kampioenen van de eenheidsstaat, meteen uitgelegd als `een escorte voor separatisten'. Dat het politieapparaat van de Molukken partij trekt voor de christenen is een vooroordeel, maar de handelwijze van gisteren gaf daar volop voedsel aan.''

Tomagola suggereert nu om de provinciale politie te zuiveren van mensen van Ambon en Seram en hen te vervangen door, bijvoorbeeld, Balinezen. Die zijn overwegend hindoe en kunnen niet worden verdacht van partijtrekken voor christenen of moslims.

De wortels van het jongste geweld zijn volgens Tomagola de opgekropte frustraties in beide Molukse geloofsgemeenschappen over de laksheid van de autoriteiten, zowel in Jakarta als in Ambon-Stad. Niet-gouvernementele organisaties uit de hele wereld hebben zich na het uitbreken van de vrede over de Molukken ontfermd en aan middelen is er geen gebrek.

Tomagola: ,,Intussen stagneert de registratie van huizen en grond die duizenden Molukkers tijdens de burgeroorlog moesten verlaten om het vege lijf te redden. Er zijn geen nieuwe arbeidsplaatsen geschapen en het onderwijs aan ontheemde kinderen vertoont nog steeds grote gebreken. Ik schrijf dit toe aan een competentiestrijd tussen de departementshoofden in Jakarta en de plaatselijke overheden. De centrale overheid wil de hand aan de geldkraan houden en verlamt zo het lokale bestuur. Dat is spelen met vuur, zo bleek gisteren.''

De politieke elite in Jakarta is intussen zo druk bezig met de verkiezingen dat ze de Molukken even was vergeten. De twee bewindslieden die zich twee jaar geleden sterk hebben gemaakt voor het Akkoord van Malino, Susilo Bambang Yudhoyono en Yusuf Kalla, willen respectievelijk president en vice-president worden. Ze zijn de afgelopen maand uit het kabinet gestapt om campagne te kunnen voeren voor de komende presidentsverkiezingen in Indonesië, op 5 juli. Ambon bleef verweesd achter en eiste gisteren opnieuw de aandacht op.