De burgemeester die de hele boel flink aanveegt

Gerd Leers werd als Kamerlid een katholieke draaikont genoemd. Toen hij burgemeester van Maastricht werd, nam hij zich voor `niet weer platgewalst te worden door het systeem' en het geen kleurloze periode te laten worden. De eerste twee jaar is dat gelukt.

Bij het gesloten poortje dat de ingang vormt van het monumentale stadhuis staan drie agenten. Achter het poortje, onderaan de trap naar de verdieping met de kamers van burgemeester en wethouders, staan er nog twee. En bovenaan de trap, met meteen links de burgemeesterskamer, is een zesde agent geposteerd.

De kamers van burgemeester en wethouders liggen rond een grote, hoge hal met op de vloer eeuwenoude plavuizen. Zo nu en dan steekt een medewerker van het secretariaat de hal over, een vaas bloemen in de hand. Die zijn bij de poort afgegeven voor de burgemeester.

Op het secretariaat liggen ook de mappen met brieven en e-mails die de afgelopen week zijn binnengekomen. Niemand heeft ze precies geteld, maar het moeten er een stuk of driehonderd zijn. De toon is juichend:

`Leers for president!'

`Gewoon top!'

`Van Leers trekken!'

`Perfect!'

Meestal zijn ze wat uitgebreider:

`Laat die aso's niet winnen. Wanneer ik mijn electra niet betaal, word ik ook afgesloten. Dat vindt dan ook niemand zielig.'

`Normaal schrijf ik geen fanmail, maar als ik zie hoe deze mensen zich aan de wetgeving onttrekken, kan ik alleen maar hopen dat de hele boel flink wordt aangeveegd.'

Ze komen uit Limburg:

`Eindelijk emes dae neet allein zaet mer auch duit.'

Maar ook uit andere delen van het land: `We steunen uw actie. Wij zijn eerlijke burgers van Friesland. En wij moeten ook onze belasting betalen. Waarom zij dan niet?'

`Mocht u ooit solliciteren als onze eigen `Oppi' met pensioen gaat, dan zal ik op u stemmen.' (Oppi is Burgemeester Opstelten van Rotterdam, red.)

Twee jaar geleden nog maar werd Gerardus Bernardus Maria Leers (52) burgemeester van Maastricht. In die korte tijd groeide hij uit tot een volksheld. Gerd Leers pakt zaken aan die velen ergeren, maar die altijd werden gedoogd: belastingontduiking en andere illegale praktijken in het woonwagenkamp, financieel wanbeheer van de voetbalclub, extreem veel coffeeshops, drugstoerisme. Het levert de nieuwe burgemeester ook bedreigingen op. Vooral toen het college vorig jaar besloot de voetbalclub niet langer te subsidiëren. Maar ook nu de politie opnieuw het woonwagenkamp is binnengevallen. De hatemail vormt ongeveer één procent van de post, vorige week woensdag een kogelbrief en twee of drie anonieme e-mails:

`Gerd Leers alias Josef Mengelen, jij als burgemeester van Maastricht gaat veel ste ver in zaak woonwagenbewoners. Jij moet egt gaan oppassen, vuile nazi, je bent nog erger dan wijlen Adolf Hitler (...) Een kogel is sneller dan jij denk en daar help geen wouten smeris besgerming tegen op. (...) En als jij niet luister dan ik jou gezin onverwagt bezoekje brengen. Ik hou je in de gate, ik zie jou geregelt in mijn oog visier.'

Vandaar de bewaking, die hij blijkens een e-mail van een aantal agenten zelfs vrijwillig zou kunnen krijgen:

`De bereidheid bij collega's is zo groot, dat men in vrije tijd desnoods zonder vergoeding voor u wil komen werken.'

Zo geliefd als hij nu is, was de nieuwe burgemeester niet altijd. Als Tweede-Kamerlid voor het CDA (1990 tot 2002) stond Leers onder collega's bekend als ,,iemand met een drive'' (Pieter Jan Biesheuvel, CDA), ,,die op een open manier politiek bedrijft'' (Rob van Gijzel, PvdA). Maar óók jouwden boze omwonenden hem uit op `inspraakavonden' over de Betuwelijn. Beschreef de pers hem als iemand die van `geharnast voorstander' van de Betuwelijn `opmerkelijk omzwaaide' naar het `kamp van de twijfelaars'. En die uiteindelijk tegenstander werd, maar pas toen zijn partij in de oppositie zat. Die zich uitsprak voor rekeningrijden, maar daar met zijn partij later toch tegen bleek. Een katholieke draaikont werd hij genoemd.

Hij begrijpt wat je bedoelt als je hem dit voorlegt. Leers: ,,Als Kamerlid zette ik óók een lijn neer. Maar dan is het anders. Dan hoor je bij een systeem. En in dat systeem gelden spelregels die het spel verpesten. Je sluit compromissen. Je doet concessies. Mensen komen met een vierkant probleem bij de politiek en ze krijgen iets ronds terug: daar komt het op neer.''

Met `de wijsheid van de afstand' vindt hij dat hij `mee vervormde'. Leers: ,,Ik weet nog dat bij mijn eerste speech mensen de krant lazen en zaten te praten. Ik vond dat onbegrijpelijk. Dus dat zei ik later ook in de fractie. Maar daar lachten ze me uit: wacht maar. En inderdaad, ik voegde me ernaar. Ik legde me neer bij oplossingen waarvan ik dacht: is dit nou wel het beste besluit? Zitten de mensen hier nou op te wachten?''

Zijn voormalige collega's vinden dat hij zichzelf tekort doet als hij dit zegt, ,,want hij sleepte er altijd zo veel mogelijk uit in de fractie, hij wist precies hoe je mensen overtuigt'', zegt Biesheuvel. Rob van Gijzel: ,,Maar ik wist wel dat hij die worsteling had, ja. Want hoe gaat dat: dan kom je met een oplossing en dan wordt in het torentje toch iets anders beslist. Of in het overleg met de coalitiefracties. En daar sta je dan. Maar hij volgde altijd een duidelijke, inhoudelijke lijn.''

Pieter Jan Biesheuvel: ,,Hij kwam binnen met een missie. Hij was ambitieus. Maar in de loop van de jaren realiseer je je dan: ik kan niet alles wat ik doe uitleggen. Gerd was vóór de Betuwelijn. Maar onder voorwaarden. Nou, krijg dat maar eens in de krant.'' Volgens Biesheuvel liet Leers `zijn twijfel niet blijken in de fractie'. Biesheuvel: ,,Hij realiseerde zich dat je het spel mee moet spelen. Hij was loyaal. En hij genóót van zijn werk. Maar samen hadden we het er wel eens over: is de oplossing waar de fractie voor heeft gekozen nou wel de meest praktische of is dit strategisch gedrag?''

Aan het einde van zijn derde periode besloot hij dat hij iets anders wilde. Hij zei het tegen collega's, familie en vrienden. Niemand was verbaasd. Broer Mike Leers: ,,Hij wil aanpakken. Hij wil wat laten zien. Niet lullen maar aanpakken. Dat miste hij.''

De twee broers gingen samen naar kostschool, ,,daar leerden we overleven''. Het was een vrij harde, sobere jeugd. Thuis moesten ze helpen in de wasmachinefabriek van hun vader: ,,Wasmachines oppoetsen. Ook in het weekeinde.'' Vader Leers overleed toen Gerd Leers 13 was. Hij liet vier kinderen achter, twee zonen en twee dochters.

Niet lullen maar aanpakken: kon dat niet het beste als burgemeester? Zijn broer dacht van wel. Bovendien: ,,Toen hij klein was zei hij al dat hij burgemeester wilde worden.'' Ook anderen herkenden de burgemeester-in-spe in hem. Op 12 juli 2001, z'n vijftigste verjaardag, dichtte zijn Nijmeegse studievriend Har Daemen:

`Voor Gerd wordt het Kamer van Koophandel,

Gedeputeerde Staten of toch weer het Haagse licht

wij zien hem het allerliefste terugkeren

als burgemeester van Maastricht'

Dat gedicht bracht hem op het idee, zegt hij achteraf. Leers: ,,Maar je mag best weten: ik dacht dat ik kansloos was.'' Hij aarzelde met zijn sollicitatie. ,,Tot ik op een avond een gesprek had met Marnix van Rij (toenmalig partijvoorzitter, red.). Die zei dat ik een kans maakte en dat ik het moest doen. Toen dacht ik: oké, dan probeer ik het. En als ik het dan word, dan moet het ook niet kleurloos worden. Dan moet het echt wat worden. Ik wilde mezelf blijven deze keer. Niet wéér worden platgewalst door het systeem.''

Ook Marnix van Rij heeft `een duidelijke herinnering aan dat gesprek'. Van Rij: ,,Ik weet het nog precies. Het was op een dinsdagavond in de week dat er crisis uitbrak in de partij. De volgende dag legde ik het partijvoorzitterschap neer. Dus, eens kijken... dat was 25 september 2001.''

Leers had Van Rij om het gesprek gevraagd. Het vond om zes uur 's avonds plaats en duurde niet veel langer dan een kwartier. Van Rij: ,,Het was een hele hectische periode. Ik had die dinsdag veel afspraken en dit was er één van. Hij vroeg mij: wat moet ik doen? De sluitingstermijn voor de sollicitatie was vijf dagen later. We hadden ons in de partij natuurlijk afgevraagd: hebben we kandidaten. Maxime (Verhagen, red.) had ook belangstelling.''

Van Rij antwoordde Leers dat hij moest `solliciteren in het belang van de partij'. Van Rij: ,,Ik wist dat hij weg wilde. En ik waardeerde hem. Hij durfde zijn nek uit te steken, het was geen grijze muis. De partij moet dan kijken: kunnen we zo iemand voor de publieke zaak behouden. Hij had de goede papieren. Hij kwam uit het zuiden. We hadden niet nog tien van zulke kandidaten.''

Van Maxime Verhagen `dacht ik: die is nog niet echt tot het inzicht gekomen dat hij weg wil'. Van Rij: ,,Maxime zat toen in een dip: wat moet ik verder? Later is hij door de omstandigheden natuurlijk op een hele mooie plek terechtgekomen. Maar op dat moment vond ik het minder logisch dat híj burgemeester zou worden. Dus ik weet nog goed dat ik dat letterlijk zei, ja: in het belang van de partij moet je solliciteren.''

Maar voor Maastricht was Gerd Leers géén droomkandidaat. Dat was Karl Dittrich van de PvdA. Maar die trok zich terug wegens commotie rond zijn verleden als bestuurder van de voetbalclub. Leers: ,,Toen ik wist dat ik het zou worden, heb ik bedacht wat ik dan precies wilde aanpakken. Dat heb ik voor mezelf op een rij gezet. Ik dacht: ik ben hier een relatieve buitenstaander, dus kan ik dat ook maken. Ik hoorde niet bij de clans.''

Zijn eerste daad was z'n weigering de tekorten van de voetbalclub nog langer aan te vullen. Hij vroeg de Limburgse zakenman Leon Melchior om `financiële ondersteuning' van MVV. Nu is het stadion verbouwd en is de boekhouding op orde. In buurten met hangjongeren belegde hij avonden waarvoor hij de ouders uitnodigde: `zo kan het niet langer'. En hij pakte het woonwagenkamp aan.

Zijn invulling van het burgemeesterschap loopt vooruit op de gekozen burgemeester: iemand die een eigen programma uitvoert in plaats van een apolitieke collegevoorzitter. Leers is voorstander van de gekozen burgemeester. ,,Burgers vragen om een sterke burgemeester, een leider, die de richting aangeeft'', schreef hij vorig jaar in een opiniestuk.

Maar totdat de gekozen burgemeester bij wet is geregeld, geldt in het college de regel van het collegiaal bestuur. Geeft dat geen problemen? Leers: ,,Ik ben geen diplomaat. Ik ben duidelijk. En wat ik doe is a-typisch. Dus ja, inderdaad, dat geeft wel eens spanningen.''

Maar die spanningen worden geen onenigheden: hij kent de regels van het spel, zeggen zijn nieuwe collega's. Wethouder Jean Jacobs (PvdA): ,,Toen hij aantrad, heb ik gezegd dat ik er geen bezwaar tegen zou hebben als hij zich als gekozen burgemeester zou gaan gedragen. Maar ik heb erbij gezegd dat hij zich dan aan politieke discussies moest blootstellen. En dat doet hij.''

Wethouder John Aarts (VVD): ,,Wij vroegen in de profielschets om iemand die handelend optreedt. Nou, die hebben we nu. En ja, dan komt hij wel eens op iemands portefeuille. Maar er gebeuren nu wel allemaal goeie dingen.'' Wethouder Jean Jacobs: ,,Kijk, je kunt natuurlijk denken: wat erg dat ik nou zelf niet in beeld kom. Maar je kunt ook denken: nu bereiken we tenminste iets als college.''

Zelf denkt Leers dat hij het burgemeesterschap `zes, hooguit acht jaar volhoudt'. Leers: ,,Dan moet er weer worden opgebouwd, dus daar is dan iemand anders voor nodig. En als je het te lang doet, wordt het ook: daar heb je hem weer met zijn kunstje. Dan werkt het niet meer.'' En dan? ,,Dan zie ik wel.''

Denken zijn oude collega's dat hij dan misschien minister wil worden? Rob van Gijzel: ,,Wat hij nu doet schenkt hem veel voldoening. Hij is niet iemand die bezig is met zijn carrière. Echt niet.''

Pieter Jan Biesheuvel: ,,Hij geniet hiervan. Hij zou heel goed minister kunnen worden natuurlijk. Maar dat heeft hij niet als vooropgezet doel. Zijn doel is: iets neerzetten waar hij echt in gelooft.''