Bijbels Museum zal schraler worden

Het Bijbels Museum is een van de zes musea die geen geld meer kregen in het advies van de Raad voor Cultuur. Het museum vraagt een heroverweging. ,,Anders moeten we de herinrichting stoppen.''

,,Waarom donateur worden van het Bijbels Museum?'', vraagt een poster in de museumwinkel. Het antwoord wordt er meteen bijgeleverd. De eerste reden luidt: ,,Omdat het Bijbels Museum bijna geen overheidssteun ontvangt.''

De kans is groot dat directeur Janrense Boonstra het woordje `bijna' na de derde dinsdag van september kan schrappen. Vier jaar geleden werd het museum voor het eerst in zijn 152-jarige bestaan opgenomen in de Cultuurnota, voor een bedrag van 201.840 euro. De nieuwe aanvraag voor 295.000 euro werd echter door de Raad voor Cultuur afgewezen. Het museum is één van de zes waar de subsidiekraan rigoreus wordt dichtgedraaid. Boonstra: ,,Toen ik het advies vorige week zondag in handen kreeg moest ik het wel drie keer overlezen om te bevatten wat er stond: nul euro.''

Het zou het Bijbels Museum volgens de Raad ontbreken aan ,,een duidelijke visie op intercultureel beleid''. En dat terwijl diezelfde Raad anderhalf jaar geleden in een monitorgesprek de kwalificatie `uniek' gebruikte in zijn omschrijving van de zaal waarin De Tempelberg in Jeruzalem wordt benaderd vanuit Christendom, Islam en Jodendom.

Het publiek zou beperkt en voornamelijk gelovig zijn. Maar de statistieken tonen een forse groei van 24.000 bezoekers in 2000 tot 36.000 vorig jaar. De schooljeugd wordt bediend met een verhalenzolder. Een speciaal `kinderspoor' verlevendigt de bijbelse thematiek met bijvoorbeeld een geurenkabinet waar gesnuffeld kan worden aan mirre, olijfolie en dadels. Toch stelt de Raad dat het museum hoort ,,bij een wegebbend wereldbeeld dat door jongeren niet meer begrepen wordt''.

,,Als dat het criterium is dan kan je ook stellen dat jongeren zeventiende-eeuwse kunst niet snappen en dat alle musea die dat tonen ook uit de Cultuurnota geschrapt moeten worden'', zegt Boonstra.

Dat een groot deel van de bezoekers van huis uit inderdaad gelovig is, blijkt uit onderzoek. ,,We zijn ons ervan bewust dat het woord `bijbels' voor nogal wat mensen een drempel vormt. We hebben in onze aanvraag dan ook een voorstel gedaan voor imago-onderzoek. Maar dat wordt nu gebruikt als stok om ons te slaan. Het voelt aan alsof we worden gestraft voor onze zelfreflectie en openheid.''

En de naam is één ding. Want wie voorbij de banieren aan de gevels kijkt, ziet vooral een breed opgezet cultuur-historisch museum. In de gewelvenkelder wordt Het Boek aan de hand van duizend hoogst waardevolle antieke bijbels neergezet als hoeksteen van de Nederlandse taal en staat. De stijlkamer – inclusief kabinet vol Egyptische artefacten – geeft een mooi beeld van de typisch negentiende-eeuwse verzameldrift van museumoprichter dominee Leendert Schouten (1828-1905). Daarnaast heeft de monumentale behuizing, de Cromhouthuizen aan de Amsterdamse Herengracht, grote historische waarde. Het herbergt een van de oudste keukens van Nederland en op de plafonds prijken schilderingen van de achttiende-eeuwse Jacob de Wit.

Die kunstwerken zijn grondig gerestaureerd in 2000. Het was het startschot voor de uitvoerige en volledige interieurvernieuwing die mogelijk werd toen het Bijbels Museum in de vorige Cultuurnota overheidsgeld kreeg. De ouderwetse vitrine-opstelling is nu alleen nog te vinden in de zaal met tempelmaquettes. ,,We zitten op tweederde van de herinrichting. Maar als we de subsidie kwijtraken dan moeten we alles stopzetten.''

En dat is niet alles. Ook tijdelijke presentaties zoals de Chagall-tentoonstelling (in 2002) of de huidige met devotioneel Della Robbia-beeldhouwwerk worden dan onhaalbaar. Boonstra: ,,We zullen minder risico kunnen nemen met duurdere tentoonstellingen. Daardoor verschraalt het aanbod. Terwijl dat wel net het onderdeel is waarmee we extra bruggen slaan naar een nieuw publiek.''

Het Bijbels Museum is niet – zoals de Raad in haar advies suggereert – noodlijdend. Ook zonder overheidsgeld zal het doorgaan, zij het op een lager niveau. Het museum zal moeten terugvallen op gemeentelijk geld en nieuwe donateurs moeten aantrekken, hoewel Boonstra al vier jaar geleden signaleerde dat die laatsten steeds meer `zapgedrag' vertonen. De Raad voor Cultuur stelt dat het beëindigen van de subsidie het museum zal ,,stimuleren een wezenlijk andere richting in te slaan''. ,,Wat dat betekent, weet ik niet'', bekent Boonstra. ,,Het is de gratuite conclusie van een verhaal met veel ongenuanceerde opmerkingen.''