Beeld van ravage in N-Korea

Internationale hulpverleners in Noord-Korea, die op verzoek van het stalinistische bewind in Pyongyang naar de door een treinramp getroffen stad Ryongchon zijn gereisd, hebben beelden beschreven van grote verwoesting.

Bij de ontploffing, eind vorige week, nadat twee goederentreinen met explosieve stoffen tijdens het rangeren op elkaar zouden zijn gebotst, zouden zeker 161 mensen zijn gedood en 1.300 mensen gewond zijn geraakt. Onder de overlevenden zouden veel slachtoffers met zware brandwonden zijn.

De precieze details over de ramp blijven onduidelijk omdat het ontoegankelijke Noord-Koreaanse bewind zeer terughoudend is met het vrijgeven van nieuws. Hulpverleners van het Internationale Rode Kruis en de Verenigde Naties hebben verteld dat het omvangrijke gebied dat door de explosie werd verwoest, vrijwel geheel was ontruimd toen zij in Ryongchon arriveerden.

Tony Banbury, van het Voedselprogramma van de Verenigde Naties, vergeleek het beeld van de enkele overlevende die hij het rampgebied had zien verlaten met ,,vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog''. Volgens de VN is 40 procent van Ryongchon, even ten zuiden van de Chinese grensstad Dandong, getroffen.

Ook over de exacte oorzaak van de explosie blijft onduidelijkheid bestaan. Aanvankelijk werd gesproken van een botsing tussen goederenwagons gevuld met LPG en olie, toen van een lading explosieven en inmiddels zou het gaan om kunstmest en olie. Beide ladingen zouden bij het rangeren zijn ontbrand door vonken afkomstig van de bovenleiding, die weer zouden zijn ontstaan toen twee wagons met elkaar in botsing kwamen.