`Zeurpieten' voor een klas `tasjesrovers'

Na een cursus verhalen vertellen staan 55-plussers in Rotterdam voor de klas. `Wij gingen vroeger `klieken' op straat, jullie `chillen' hè?'

ALS ILSE-MARIE GROISE (72) en Miep Oosterling (57) een school binnenstappen, krijgen ze blikken van `wat doen twee oudjes nou hier'. Logisch want ze bevinden zich op `vreemd' terrein: het territorium van jongeren. Zoals jongeren zich in een verzorgingstehuis op onbekend grondgebied bevinden. Maar op straat komen die twee werelden wel bij elkaar. Of beter: die werelden botsen, want beide partijen beschikken over een arsenaal aan vooroordelen. Ouderen klagen, zeuren, bemoeien zich met dingen waar ze niets mee te maken hebben en horen eigenlijk gewoon binnen. Jongeren vernielen alles, beroven oude dames van hun tasjes en kennen geen manieren meer. Kortom: hoogste tijd voor een goed gesprek.

Dat is de insteek van het project `Vertel mij wat!', ontstaan op verzoek van het Programmabureau Veilig van de gemeente Rotterdam. Twee ouderen bezoeken samen een school en vertellen in de klas een verhaal over (on)veiligheid op straat. Daarna gaan ze met de leerlingen in discussie, waarbij ook aandacht wordt besteed aan culturele verschillen in denkbeelden en omgangsvormen. Het COS (Centrum voor Internationale Samenwerking) heeft een bijpassende lessenserie gemaakt. Met foto's van herkenbare situaties – een oudere dame die in de tram moet staan, terwijl een jongere met zijn benen languit over het gangpad twee stoelen bezet houdt – en vragen hierover kan ook in de klas een gesprek op gang komen over veiligheid op straat.

`Vertel mij wat!' is een onderdeel van `Verhalenderwijs', een Rotterdams vertelproject voor 55-plussers met verschillende culturele achtergronden. Het wordt georganiseerd door de Stichting Pluspunt, een ondersteuningsinstelling voor ouderen en ouderorganisaties en het COS Rijnmond & Midden Holland. Binnen `Verhalenderwijs' vertellen ouderen over vroeger op bibliotheken, buurthuizen, zorgcentra en scholen. De in totaal dertien vertellers zijn opgeleid door Paul Middellijn, oprichter van de Tori Academie in Rotterdam, een internationaal opleidingsinstituut voor verhalenvertellers.

Het gesprek dat Groise en Oosterling voeren bij `Vertel mij wat!' is dus geen spontaan gesprek, maar een ingestudeerde dialoog, geschreven door Paul Middellijn. Rode draad in het verhaal zijn de ervaringen rondom veiligheid van tientallen ouderen die hierover zijn geïnterviewd. Wel spontaan is de aansluitende discussie met de leerlingen. Ilse-Marie Groise: ``ze hebben in het begin allemaal een houding van `kom op, oude bok, wat heb jij ons nou te vertellen. Maar gaandeweg zie je dat ze gaan nadenken over wat wij vertellen.''

Vandaag zijn Groise en Oosterling te gast op het Einstein College in Hoogvliet. ``Wij gingen vroeger `klieken' op straat, maar jullie `chillen' hè?'' Met die opmerking heeft Groise meteen de lachers op haar hand. ``Met een woord als `chillen' dat ze niet uit de mond van een oud mens verwachten, kun je heel goed het ijs breken'', zegt de Surinaamse dame na afloop. Samen met Oosterling praat ze over `vroeger', toen zij ook een eigen jongerentaal hadden en ook wel eens wat uitvraten. Ze praten over een vriendin die zo'n haast had om bij het pinapparaat weg te komen dat ze haar gepinde geld vergat mee te nemen. Over hoe ze in de bus omgeven werden door twintig, dertig jongeren, allemaal blèrend in mobieltjes, over elkaar en over de banken rollend, tot de chauffeur de bus aan de kant zette: `En nu moven'. Ze praten over respect, over omgangsvormen en over oud worden. Groise: ``Als het jullie lukt worden jullie eens ook oud. En oud zijn is heus geen ziekte hoor!''

De leerlingen van 3-havo luisteren, de één wat meer geboeid dan de ander. Maar stil is het. Ook tijdens de discussie blijft het vrij rustig. Maar een paar leerlingen doen hun mond open. Dat is wel eens anders, vertelt Oosterling. ``Soms komen we op vmbo-scholen, met veel allochtone leerlingen, en dan gaat het er heel wat feller aan toe. Dan beginnen ze ook over ouderen die zich ongevraagd met van alles bemoeien.''

Oosterling is sinds twee jaar vertelster. Wat haar het meest opvalt is de voor haar vreemde kronkel in solidariteitsgevoelens waar sommige jongeren blijk van geven. ``Ik vraag bijvoorbeeld wat ze zouden doen als ze een groepje leeftijdsgenoten zien die een oude dame achter een rollator willen gaan beroven. Dan zeggen ze: `als we ze niet kennen zouden we wel iets doen, gaan schreeuwen, of zo'. Maar als het kennissen of vrienden zijn ligt het anders. Dan doen ze niks, omdat ze het dan als `verraad' beschouwen. En dat vinden ze kennelijk erger dan een beroving.''

Op de vraag aan de 3-havisten van het Einstein College of het terecht is dat ouderen een blokje om gaan als ze een groep jongeren op hun weg vinden, schudt Laura (15) haar hoofd. ``Want er zijn ook jongens en meiden die niks doen.'' Maar Mike (15) kan deze oudjes geen ongelijk geven: ``Je kunt nooit weten.'' Zelf loopt hij, net als Laura overigens, ook geregeld een blokje om. ``Gewoon als voorzorgsmaatregel.''

Oosterling vraagt de klas of zij ook wel eens in een groepje `hangen' en wat ze in dat groepje zoeken. `Veiligheid', wordt er gezegd, `gezelligheid'. ``En vriendschap'', helpt Groise. ``Dat ook'', zegt Shirley (14). Op Groise's vraag of ze wel eens heeft meegemaakt dat iemand uit zo'n groepje iets `kwaads' wilde gaan doen, knikt ze. ``En als jij dat dan niet wilt, word je dan een mietje genoemd?'' Het meisje lacht, maar geeft toe dat het wél moeilijk is om `nee' te zeggen. Waarop Groise haar op een portie levenswijsheid trakteert: ``Als zij jou niet accepteren, dan zijn het geen echte vrienden.''

Meer informatie: www.pluspuntrotterdam.nl