Zeekastelen

Het hoort tot de historische gebeurtenissen die je niet mag verzuimen, als je toch in de buurt bent. Ik bedoel live, erbij staan. Alles in de echte drie dimensies. Ondanks jezelf toch onder de indruk zijn. Je weer eens ouderwets vergapen. Voelen dat zich een stille opwinding van je meester maakt. Dan beseffen dat je later aan je kindskinderen kunt vertellen, dat je het allemaal met eigen ogen hebt gezien, en niet op de televisie. Ik heb het nu over de vroege morgen van 22 april 2004. Een grijze nevel hing nog over de Hudson. Gedreun van tientallen zware motoren vervulde de lucht, het altijd toch weer – al sinds Vietnam – onheilspellende plop-plop-plop van de helikopters, het diepe ronken van snelle motorboten, en af en toe het hoge gillen van sirenes. Alles meer dan anders. En toen, in de verte maar duidelijk door alles heen hoorbaar, een zware scheepshoorn. Een geluid dat heel zeldzaam is geworden. Toen wist ik het plotseling. Na haar voorspoedige eerste reis over de Atlantische Oceaan was de Queen Mary 2 veilig aangekomen. Ik had het niet gezien, maar in ieder geval wel gehoord.

Zeekastelen. U kunt het geloven of niet, maar nauwelijks een halve eeuw geleden was je op dit middel van vervoer aangewezen als je van Amerika naar Europa of vice versa wilde. Iedereen heeft van de Titanic gehoord, omdat die op een ijsberg liep en zonk waarna er een film van is gemaakt. Maar de eerste Queen Mary, de Normandie, de Bremen, de Statendam, de Nieuw Amsterdam? Ik weet er nog iets van omdat ik als kind de foto's van die prachtschepen in een boekje plakte en er het een en ander aan bijzonderheden bij schreef: tonnage, aantal knopen bij maximum snelheid, aantal leden van de bemanning en passagiers. En vooral welk schip het snelst was, en dan de Blauwe Wimpel mocht voeren. Het ging tussen de Franse Normandie en de Britse Queen Mary. Onze Nieuw Amsterdam maakte geen kans, hoewel ik dat schip het mooiste van allemaal vond. Hoe moet je bewondering voor schoonheid met dit knagend besef van een tekort aan snelheid verzoenen? Het is me niet gelukt.

Verdenk me niet van `nostalgie'. Gewoon, objectief, vind ik de oude schepen met hun schoorstenen mooier dan de moderne cruiseschepen die er met hun opeenstapeling van dekken uitzien als langwerpige flatgebouwen in het water. En andersom, van zo'n flatgebouw kun je uit de verte denken dat het een zeekasteel is. En nog een verschil: toen ging je aan boord uit noodzaak. Nu om vakantie te vieren. Eetzalen, danszalen, massagezalen, bars, zonnebanken, zelfs een bron waaruit verjongend water in een meertje borrelt, waar je dan gewoon in kunt springen, zolang de overtocht duurt, zes dagen lang. Zes dagen op zee, met 2600 wildvreemden plus 1250 man personeel, in of op een kasteel waar je niet uit of af kunt. Om gek van te worden. Maar ieder zijn smaak. Als er mensen zijn die er een fortuintje voor willen betalen om zich op deze manier te laten vervoeren – mijn zegen hebben ze. En het voordeel is dat je vrij van jetlag aan wal gaat (denk ik). De duurste hut op de QM2 kost 27.000 dollar, maar je hebt ze ook al van 1800 of daaromtrent. En eerlijk is eerlijk, dit schip heeft ook nog een duidelijk zichtbare schoorsteen.

Dat ik er een stukje over schrijf, heeft een andere reden. Terwijl sommige passagiers nog vlug even in het verjongende bronwater sprongen en andere liefhebbers een paar rivierkreeftjes voor het ontbijt bestelden, koos een vloot van helikopters bij de nadering van de QM2 het luchtruim, en maakten aan boord van de snelle motorboten kikvorsmannen zich gereed om eventuele terroristen, of andere gekken met kleefmijnen, bijtijds onschadelijk te maken. Aan de oevers langs het water en op de daken stonden de mannen en vrouwen van de speciale antiterreurbrigade gereed. `We hebben geen bijzondere dreigementen ontvangen,' zei hoofdcommissaris Raymond Kelly. `We doen dit allemaal wegens de belangstelling die de aankomst van dit schip zal veroorzaken.'

Natuurlijk heeft de hoofdcommissaris gelijk. Maar ik heb het nooit zo beknopt en duidelijk gehoord. Te land, ter zee en in de lucht is een ware krijgsmacht gemobiliseerd, `wegens de belangstelling'. Dat je tegenwoordig tot op het bot wordt gecontroleerd vóór je een vliegtuig binnen mag, dat ligt voor de hand. Dat je, als je deel uitmaakt van een massa belangstellenden die naar een betrekkelijk kleine historische gebeurtenis kijkt, alzijdig in de gaten wordt gehouden, terwijl in het zeekasteel de laatste passagiers van hun zonnebank afkomen – tsja, om met Martin Bril te spreken, dat heeft in ieder geval voor mij iets absurds, van een tegenstelling op het krankzinnige af, ook al gaat het om de algemene veiligheid. Of is het, zoals W.F. Hermans het noemde, het raadsel van de gelijktijdigheid? En wat zou een eigentijdse Karl Marx ervan gezegd hebben?

Gelukkig is het allemaal weer goed afgelopen. Op de televisie verscheen commodore Ronald W.Warwick, een door en door betrouwbaar uitziende zeerob van het oude stempel. Grijs ringbaardje, commodorepet, en met een blik waaraan je kon zien dat die meestal op de einder gericht was, en anders op het kompas. In onopgesmukte bewoordingen vertelde hij dat ze zwaar weer achter de rug hadden, maar niet van de koers waren afgeweken. Plotseling waren de Scheepsjongens van Bontekoe even terug.