`We wilden de regels niet voor niets'

Het is schokkend dat minister Donner meer mogelijkheden wil voor deals met criminelen, vindt de fractievoorzitter van de ChristenUnie.

Tussen neus en lippen door kondigde minister Donner (Justitie) deze week aan dat hij mogelijk af wil van het wetsvoorstel dat toezeggingen aan en `deals' met criminele kroongetuigen regelt. Voor het oud-lid van de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa, André Rouvoet (ChristenUnie), geldt dat als een zeer belangrijke erfenis van de IRT-affaire. Hij is tegen meer mogelijkheden voor criminele kroongetuigen. ,,Ik hoop dat er in de Tweede Kamer nog voldoende binding met het IRT-verleden is om vast te houden aan dat wetsvoorstel.''

Geen enkel Kamerlid sloeg alarm toen de minister meedeelde dat de richtlijn voor de inzet van kroongetuigen te veel beperkingen oplegt en mogelijk helemaal van tafel moet.

,,Terwijl het een tamelijk schokkende mededeling is. Hier is in de Kamer stevig over gedebatteerd. De minister zegt niet met een wetsvoorstel uit de voeten te kunnen, terwijl hij het in de Eerste Kamer nog moet verdedigen. Het is, hoe dan ook, ook zíjn wetsvoorstel.

,,Ik heb aan de wieg gestaan van de IRT-affaire. Maar inmiddels ben ik, met Boris Dittrich van D66, zo'n beetje het enig overgebleven Kamerlid uit die tijd. Nieuwe Kamerleden halen hun schouders op als het gaat om regulering van opsporingstechnieken.''

Waarom moet de inzet van criminele kroongetuigen aan strakke banden gelegd worden? Justitie en politie klagen dat ze de georganiseerde misdaad onvoldoende kunnen bestrijden.

,,We kwamen er als commissie-Van Traa achter dat politie en justitie vrij baan hadden bij de inzet van dergelijke kroongetuigen en bij het gebruiken van infiltratietechnieken. Een agent wist exact waar hij zich aan te houden had als hij iemand moest aanhouden wegens een verkeersovertreding. Maar als het ging om kroongetuigen of infiltratie volstond een mededeling aan de officier van justitie. Dat was een vrijbrief die tot ernstige ontsporingen heeft geleid en eind jaren negentig tot wetgeving.

,,De Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Bob) regelt sinds 2000 wat er wel en niet mag bij infiltratie, pseudokoop of undercoverpraktijken. De Wet op de kroongetuigen regelt de deals met criminele informanten. Die wet moet nog door de Eerste Kamer behandeld worden, de Bob-wet is nog niet eens geëvalueerd. Ik wil dat achter de rug hebben voordat we over meer armslag in de opsporing kunnen praten.''

Dit wetsvoorstel uit 2001 ligt nog steeds voor behandeling bij de Eerste Kamer. Als de parlementaire behandeling al was afgerond, had Donner deze kans niet eens gekregen.

,,De VVD maakte bij de behandeling in de Tweede Kamer een fout bij de stemmingen. En het was de vooravond van het Kamerreces, dus die fout werd niet hersteld. Er was reparatiewetgeving nodig om die blunder te herstellen. Maar toen viel het kabinet-Kok, kwamen er nieuwe verkiezingen, weer een kabinetscrisis en de behandeling van die reparatiewet werd op de lange baan geschoven. Waarop de senaat terecht stelde dat zij daar het wetsvoorstel niet in behandeling zou nemen zolang de Tweede Kamer haar werk niet had afgerond. Geen kwade opzet van wie dan ook, maar zo is het gelopen.''

Het openbaar ministerie heeft de commotie rondom de Amsterdamse officier van justitie Plooy aangegrepen om aan het strenge regime van dat wetsvoorstel te ontsnappen. En Donner lijkt daar nu in mee te gaan.

,,Daar is geen enkele aanleiding voor. Deals met kroongetuigen zijn mij toch al een doorn in het oog. Ik kan ermee leven onder het regime van het huidige wetsvoorstel. Als Donner verdere stappen wil zetten op dat glibberige pad, ga ik niet met hem mee. Bovendien, als hij wil morrelen aan het huidige wetsvoorstel, is er ook weer nieuwe behandeling in de Tweede Kamer nodig. En daar zijn ellenlange procedures mee gemoeid.''

Dus blijven justitie en politie zitten met richtlijnen waarmee ze niet uit de voeten kunnen?

,,We hebben het nu hier in Nederland strak geregeld. Strakker dan in de meeste andere Europese landen. Maar daar hadden we hier vanwege de IRT-affaire goede redenen voor. Mogelijk dat het over een aantal jaren een tandje minder kan. Dan is duidelijk dat de cultuur en werkwijze inderdaad veranderd zijn. Maar zo lang de huidige regels en wetgeving naar aanleiding van de IRT-affaire niet geëvalueerd zijn, is er enkele aanleiding nu al in te grijpen.''