Textiel in vele gedaanten

,,En wie kan mij vertellen wat dit met identiteit te maken heeft?'' Talloze keren rolt dezelfde vraag uit de mond van de educatief medewerker die een groep middelbare scholieren door het Nederlands Textielmuseum leidt. Het 4de deel van Flexible, een serie internationale tentoonstellingsprojecten rondom textielkunst, heeft een expliciet thema meegekregen: identities.

Bij de combinatie textiel en identiteit komen al snel namen boven als Anna Verwey-Verschuure, Marinus Boezem of – van recenter datum – Tracey Emin. Van de laatste is inderdaad werk te zien in Tilburg. Niet één van haar rauwe, autobiografisch-exhibitionistische borduursels die verhalen over abortus of een ellendige jeugd, maar een wit laken met de tekst ,,Your brain's a first class cunt''. Een statement dat pas echt gaat leven als je op de hoogte bent van de gelijkschakeling tussen seksualiteit, artistieke prestatie en persoonlijkheid die de rode draad vormt in Emins oeuvre.

Veel duidelijker in het thema past het werk van Saskia van Santen Kolff en Elma van Imhoff, die met hun siamese tweeling-jurkjes vragen stellen over hoe inwisselbaar identiteit is. Hetzelfde geldt voor Johannes Deimling. In zijn video staat de Duitser bovenop een kiosk te zwaaien met een reusachtige, loodzware vlag waarop het woord ich is geprint. Na verloop van tijd bezwijkt de man onder het gewicht van zijn ego, dat hij eerst zo fier de lucht instak.

Maar de samenstellers van de expositie rekken het identiteitsbegrip verder op. Er is ruimte voor de vluchtelingenverhalen die Petter Hellsing met kruissteekjes op de zittingen van stoelen aanbracht. En bij Lucy Orta krijgt identiteit een therapeutische en een functionele invulling. Zij liet bewoners van een Leger des Heilshuis in Parijs afdankertjes ombouwen tot nieuwe kleding. Onder het werk vertelden de workshop-deelnemers verhalen over hun sociaal isolement. En de gebruikte handschoenen en ritsen transformeerden tot broek of handtas.

De wens zo volledig mogelijk te zijn leidt tot een ongeïnspireerd nummertje sociaal-politiek commentaar. De pin-up foto's van Ulrike Lienbacher werken op de gaapspieren. Net als de traditionele schorten die Monika Pichler maakte voor moderne vrouwelijke professionals en die een politieke correctheid ademen die humorloos en gedateerd is. Liever dan de milde ironie van John K. Rausteins `I'm trying to be a handyman'. Met de wand- en tafelkleden met daarop minutieus geborduurde afbeeldingen van gereedschap vraagt hij zich af wat zijn keuze voor het `vrouwelijke' medium textiel doet met zijn mannelijkheid.

Van sommige werken krijg je het gevoel dat ze er met de haren zijn bijgesleept. ,,Wat heeft dit dan te maken met identiteit?'', kaatsen de CKV-kids de vraag-van-de-dag terug als ze voor Nico Parlevliets Crying Carpet staan. En die opmerking is zeker terecht bij het opblaasbare tapijt dat leegloopt via een verzameling fluitjes. Ook de verantwoording bij Michael Kienzers Das Innen-Aussen-Problem, Rot Kariert – een binnenstebuiten getrokken reistas als portret van de eigenaar – klinkt te vergezocht.

Het meest dubbele gevoel wordt opgeroepen door het werk van Erna van Sambeek. Haar Hollandse boerenzakdoek met daarop het in gouddraad geborduurde Arabische woord voor `vreemdeling' is te plat, een schot voor open doel. What can I say daarentegen, een tweeluik waarop links Einsteins relativiteitstheorie is gestikt en rechts de eerste woorden van een kind, laat zich ongemakkelijk vangen in de uitleg dat het hier gaat om het begin- en het hoogtepunt van het menselijk kunnen en daarom de menselijke identiteit. Dan blijkt een containerbegrip als `identities' – hoe handig ook als aanleiding voor het tonen van uiteenlopende, hedendaagse kunst – flink in de weg kan zitten.

Tentoonstelling: Flexible 4: Identities. T/m 6 juni in Nederlands Textielmuseum, Tilburg. Catalogus: €19,95.