Sympathie voor de Duivel

Aanstaande vrijdag is het Walpurgisnacht en hebben Satan en zijn trawanten vrij spel tot zonsopgang. Pieter Steinz wijdt deel 17 van zijn serie over thema's in de wereldliteratuur aan de Duivel in het algemeen en Boelgakovs Meester en Margarita in het bijzonder.

`Manuscripten verbranden niet' luidt een van de symbolisch geworden uitspraken in De meester en Margarita. De pen is machtiger dan het zwaard, de verbeelding wint het uiteindelijk van terreur, en welk beter bewijs daarvoor is er dan het meesterwerk van Michail Boelgakov (1891-1940)? Een eerste versie van het verhaal over de Duivel in Moskou werd nota bene door de schrijver zelf aan de vlammen prijsgegeven; en hoewel Boelgakov besefte dat een satire op het literaire leven onder Stalin nooit uitgegeven kon worden, bleef hij er tot zijn dood aan werken. Pas in 1966 slaagde zijn weduwe erin om een zwaar gecensureerde versie in een Russisch tijdschrift gepubliceerd te krijgen. Het was het begin van de zegetocht van De meester en Margarita, dat in het Oostblok gelezen werd als een vrolijke aanklacht tegen communistische tirannie en in het Westen bovendien als een van de vroege voorbeelden van magisch-realisme.

De meester en Margarita is een tjokvol boek. In steeds wisselende stijlen laat Boelgakov drie verhalen door elkaar lopen: de opschudding die Satan en zijn trawanten veroorzaken als zij een bezoek brengen aan vooroorlogs Moskou; de liefde van de zelfbewuste en beeldschone Margarita voor een door het regime vervolgde schrijver; en het alternatieve evangelie dat deze `meester' heeft geschreven in de vorm van een roman over de uit de Bijbel bekende Romein Pontius Pilatus. Het resultaat is een krankzinnige roman waarin absurdisme in de traditie van Nikolaj Gogol en Daniil Charms wordt afgewisseld met een vlammende satire op de Russische schrijverswereld van de jaren twintig en dertig.

Boelgakov had een appeltje te schillen met zijn collega's van het literaire staatsapparaat. Al vanaf de (halverwege afgebroken) feuilletonpublicatie van zijn autobiografische roman De witte garde (1925) had hij geleden onder censuur. Zo was zijn science-fictionsatire Hondehart maar een van de vele verhalen die niet mochten verschijnen omdat ze draak staken met de Nieuwe Economische Politiek en de stalinistische bureaucratie; terwijl bijna alle toneelstukken die hij schreef als assistent-producer van het Moskouse Kunsttheater al vóór de première verboden werden. Toen hij eind jaren dertig een inventaris maakte van alle krantenknipsels die er ooit aan hem en zijn werk waren gewijd, constateerde hij dat er 298 negatief van toon waren en slechts drie positief.

Maar zijn wraak was zoet: in De meester en Margarita worden de letterbonzen op hun allerdomst en -lafhartigst neergezet. De voorzitter van `een der meest vooraanstaande Moskouse letterkundige groeperingen' wordt door toedoen van Woland, zoals de Duivel in het boek heet, al in het derde hoofdstuk geguillotineerd door een tram. Het schrijvershuis, waar alle partijgebonden pennenlikkers zich ophouden, gaat in vlammen op. En Woland bewerkstelligt volledige rehabilitatie van de in een psychiatrische inrichting opgeborgen meester. Daarvoor moet Margarita dan wel haar ziel verkopen, maar dat doet ze met liefde. Met Woland en zijn vrienden verveel je je nooit; nu eens laten ze het bankbiljetten regenen, dan weer scheppen ze chaos door een soort Dwaze Dagen in een Moskous theater te organiseren. En wat is er nou leuker dan naakt op een betoverd varken boven Moskou te vliegen? De Duivel fluit de mooiste liedjes, zouden de Engelsen zeggen.

Over liedjes gesproken: niet lang na de verschijning van de Engelse vertaling van De meester en Margarita brachten de Rolling Stones hun lp Beggars Banquet uit, met daarop de opzwepende klassieker `Sympathy For The Devil'. Het verhaal wil dat tekstschrijver Mick Jagger op het idee voor zijn Satansmonoloog kwam door het lezen van Boelgakov. Veel verder dan de eerste twee hoofdstukken zal de Stones-zanger getuige de tekst niet gekomen zijn; maar de moraal is dezelfde: wees aardig voor de Duivel want echt, hij is zo slecht nog niet.

Reacties: steinz@nrc.nl

M.A. Boelgakov:

`De meester en Margarita' (vert. Marko Fondse en Aai Prins, uitg. G.A. van Oorschot).

Volgende week in `Lees mee met NRC': de Tweede Wereldoorlog. Besproken boek: `De tweeling' van Tessa de Loo.