Succesploeg door blessures niet op EK

Bij de EK turnen in Amsterdam ontbreken volgende week alle turnsters die deel uitmaakten van de succesvolle Nederlandse ploeg bij de WK in Gent (2001). Het gevolg van kwetsbaarheid in de pubertijd.

Zet meisjes uit de bovenbouw van een willekeurige basisschool op een rijtje en op basis van hun postuur zijn de potentiële turnsters zo aan te wijzen. Voor volumineuze meisjes is op voorhand geen plaats in de turnzaal, wel voor de magere, kleine, iele types. Of je gevoel voor bewegen hebt, over een goed coördinatievermogen beschikt en mentaal bent opgewassen tegen de hoge trainingsintensiteit zal daarna pas blijken; maar alleen met het ideale figuur is de top haalbaar.

Na de natuurlijke selectie begint het pas, want turnen is één groot gevecht: tegen het vetpercentage, tegen het gewicht, tegen de groei, tegen blessures, tegen de tijd, tegen de jury, tegen de trainer, tegen de bond, tegen de hoge verwachtingen, maar vooral tegen de transformatie van meisje tot vrouw. De ideale leeftijd voor topturnsters ligt globaal tussen de veertien en achttien jaar, uitgerekend de pubertijd. Het was geen toeval dat de Nederlandse successen in 2001 en 2002 werden behaald onder aanvoering van vijftien- en zestienjarigen als Verona van de Leur, Gabriëlla Wammes en Rikst Valentijn.

De tengere bouw en het lage vetpercentage, mede een gevolg van intensieve trainingen, veroorzaken bij vrijwel alle topturnster een verlate menarche. Het komt voor dat de eerste menstruatie plaatsheeft rond hun twintigste, als turnsters stoppen. Renske Endel en Fieke Willems, beiden van De Hazenkamp uit Nijmegen en jarenlang deel uitmakend van de nationale selectie, zijn daar voorbeelden van. Zij spraken daar onbeschroomd over.

Niet de menstruatie op zich is het probleem, maar de gevolgen. Die kunnen voor een turnster ingrijpend zijn. Door verandering van het figuur wijzigen de verhoudingen die zo nauw luisteren. Turnen is finetuning van het lichaam; waar een rank meisje oefeningen automatisch uitvoert, verliest een gegroeide turnster al haar vanzelfsprekendheden.

Er is sprake van een ernstige balansverstoring van het coördinatievermogen. Een onthutsende gewaarwording voor meisjes die dan het gevoel hebben met een ander lichaam te moeten turnen. En het scheelt procentueel nogal wat wanneer je als lichtgewicht een paar kilo extra moet meetorsen. Om maar te zwijgen over de mentale gevolgen: velen brengen het niet op terug te vechten en verlaten de sport.

Hét voorbeeld in Nederland van een turnster die met een `nieuw' lichaam moet leren omgaan is Verona van de Leur. Zij raakte een jaar geleden ernstig geblesseerd, kwam langdurig tot stilstand en dijde uit. Een illusie armer door het missen van de Olympische Spelen, een operatie verder en tien kilo zwaarder vecht Van de Leur terug om er volgend jaar bij de wereldkampioenschappen in Melbourne weer bij te zijn. De sportvrouw van het jaar 2002 wil van geen opgeven weten; zij blijkt minder laconiek dan ze op haar hoogtepunt menigmaal liet blijken.

De veronderstelling dat een verlate menarche bij turnsters standaard het gevolg is van extreme inspanningen, is gebaseerd op praktijkervaringen en kent geen wetenschappelijke onderbouwing. Dr. Jacques van Rossum van de faculteit bewegingswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam noemde de bewering ooit ,,een mythe'' en heeft een genetische verklaring. Turnsters worden volgens hem geselecteerd uit een groep mensen die lang klein en lenig blijven en laat rijp zijn.

Gelet op de kwetsbaarheid van turnsters ligt een intensieve medische begeleiding, gebaseerd op wetenschappelijk inzicht, voor de hand. Maar daarvan is geen sprake. In Nederland worden de turnsters uit de nationale selectie bijgestaan door één bondsarts en één fysiotherapeut, die het nadeel hebben dat de meisjes over vijf plaatsen in het land zijn verspreid. De clubs hebben weliswaar afspraken op lokaal niveau, maar een algemene klacht is dat de technische programma's van de topturnsters te weinig medische ondersteuning krijgen. Met de wetenschappelijke kennis is het nog treuriger gesteld: er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de gevolgen van hoge belasting van jonge turnlichamen.

Begin jaren tachtig wilde sportarts Peter Vergouwen onderzoeken in hoeverre de zware trainingen voor turnsters schadelijk zijn. Hij werkte destijds voor het Nederlands Olympisch Comité op het nationaal sportcentrum Papendal, waar hij als begeleidend arts optrad voor het turninternaat van de toenmalige gymnastiekbond KNGV. Vergouwen legde tussen 1980 en 1984 van alle turnsters een gedetailleerd medisch dossier met röntgenfotomappen aan.

Maar Vergouwens opzet om een vergelijking te maken tussen de turnsters van toen en hun fysieke gesteldheid 25 jaar later kan niet worden uitgevoerd, omdat `Rijnstaete' tien jaar later heeft besloten alle informatie te vernietigen. Tot woede van de sportarts, die spreekt van ,,een dramatische gebeurtenis''. In zijn perceptie mag informatie van topsporters nooit verloren gaan, zelfs niet na het overlijden. Bovendien is hij boos dat het ziekenhuis geen contact heeft opgenomen, zodat hij zelf voor de archivering had kunnen zorgen.

Gebrekkige begeleiding, gebrekkig onderzoek en gebrekkige kennis hebben niet direct geleid tot de blessures bij Nederlandse topturnsters, maar een verband is er wel. Renske Endel, Fieke Willems, Monique Nuijten, Gabriëlla Wammes en Rikst Valentijn maakten deel uit van de ploeg die in 2001 vijfde bij de WK in Gent werd. Inmiddels zijn ze gestopt, mede omdat ze geblesseerd waren. Bij een andere turnster van die ploeg, Verona van de Leur, werd de diagnose enkelblessure zo laat gesteld, dat zij uiteindelijk moest worden geopereerd en anderhalf jaar heeft verspeeld. En dan is het nog de vraag of ze zich kan terugknokken.

Volgende week beginnen in de Amsterdamse RAI de Europese kampioenschappen en de complete Nederlandse ploeg die bij de WK van 2001 doorstootte naar de wereldtop en tweemaal op rij sportploeg van het jaar werd, is er niet meer bij. Binnen één olympische cyclus werden de turnsters van potentiële medaillekandidaten bij de Spelen in Athene tot toeschouwers. Een ontwikkeling die schreeuwt om meer aandacht en nader onderzoek.