Schoonheid door licht

Stockholm, de hoofdstad van Zweden, weet heel goed haar mindere kanten te maskeren.

Iets klopt er niet met Zweden. Op het eerste gezicht is het een ideaal land. Nergens zijn sociale voorzieningen zo goed geregeld, nergens is de samenleving zo egalitair, nergens wordt zo gretig belasting betaald om al dat moois in stand te houden.

Maar hoe valt deze ogenschijnlijk ideale maatschappij te rijmen met het sombere beeld dat Sjöwall en Wahlöö van het land schetsen in hun politieromans? Met de verbijsterende moord op minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh, vorig jaar in het warenhuis Nordiska Kompanie? En natuurlijk met die simpele stoeptegel in het centrum van Stockholm, vaak met een bescheiden bosje bloemen erop, die de plek markeert van die andere voor Zweden traumatische moord, in juli 1986, toen de geliefde premier Olof Palme werd neergeschoten?

De Zweedse hoofdstad geeft haar achteloze bezoekers niet zomaar een antwoord op dit soort vragen. De stad weet haar minder mooie kanten met redelijk succes te maskeren. Dat maakt Stockholm voor toeristen bijzonder aantrekkelijk. Neem bijvoorbeeld het hart van de stad, Gamla Stan (oude stad). Dit nauwelijks een vierkante kilometer grote eiland is een waar doolhof van fraaie oude gevels, onverwachte pleinen, nauwe steegjes, restaurantjes, winkeltjes, historische gebouwen en kerken. De schoonheid wordt versterkt door de lichtinval. De laagstaande zon – en in Stockholm staat de zon al gauw laag – komt op onverwachte momenten via de smalle straatjes naar binnen en zet de terra-, oker- en oranjegekleurde gevels in een fraaie gloed.

De beide hoofdstraten van het eiland leiden naar de westelijke zijde en de oostelijke zijde van het koninklijk paleis. De Västerlånggatan is een soort Kalverstraat geworden: druk, benauwd en zeer toeristisch, de Österlångsgatan met kleine galeries en nijverheidswinkeltjes – en het vermaarde restaurant Den Gyldene Freden, dat in 1772 werd geopend en waar de achttiende-eeuwse troubadour Carl Michaël Bellman een graag geziene gast was. En trouwens ook de Nederlander Cornelis Vreeswijk, de zanger die in Zweden, en zeker in Stockholm, veel beroemder is dan in eigen land.

Wie Gamla Stan aan de noordkant verlaat, kan nauwelijks om het Riksdaghuset heen, het parlementsgebouw, waar de Zweden het leven van de bevolking van wieg tot graf proberen te regelen. Hier is besloten om hoerenlopen te verbieden, om een ongekend royale kinderopvang te organiseren, om alcoholische drank alleen van staatswege en tegen absurd hoge prijzen te verstrekken. Waarschijnlijk is nergens ter wereld het geloof in de maakbaarheid van de samenleving zo sterk als in dit massieve gebouw.

En toch, je hoeft maar een paar honderd meter verder te lopen om bij Sergels Torg, een immens plein, de grenzen van de Zweedse maakbaarheid te zien. Hier toont Stockholm alsnog zijn lelijke gezicht. Tussen de straatmuzikanten, jongeren met skateboards en andere grootstadse bedrijvigheid door, lopen talloze junks. Via een naar urine stinkende trap bereik je de Malmskillnadsgatan. De straatprostitutie vindt er nu alleen nog in het geniep plaats.

Dan toch maar liever naar Skeppsholmen, het kleine, groene, voormalige garnizoenseilandje ten oosten van Gamla Stan, of naar Djurgården, een eiland verderop, net zo groen, maar een stuk groter. Op beide eilanden is een groot aantal musea, waaronder het Vasamuséet, waar het zeventiende-eeuwse oorlogsschip Vasa in oude glorie is hersteld. Dit 62 meter lange zeilschip werd gebouwd in opdracht van koning Gustav II Adolf, maar het moest zo indrukwekkend zijn, dat het te zwaar was om te kunnen zeilen. Het verging zodra het buiten de haven was. Daar werd het in 1956 teruggevonden, waarna het in vijf jaar werd opgegraven en geconserveerd.

De Vasa verraadt misschien wel het geheim van Zweden. Want de Zweedse samenleving lijkt op dit prachtige, maar veel te rijk versierde schip. Zo rijk dat het niet vooruit te branden was. Het deerde de Zweden niet. Kosten noch moeite zijn gespaard om het uit het water te halen. En daar staat het, voor iedereen zichtbaar, fier en beschermd tegen de boze buitenwereld.

Hotels

HOTEL REISEN. In oude stad met uitzicht over het water. Skeppsbron 12 (00468) 223260.

HOTEL BIRGER JARL. Prachtig hotel met Zweeds design. Tulegatan 8. (00468) 6741810

HOTEL AUGUST STRINDBERG. Klein, mooi hotel met mooie tuin. Tegnergatan 38, (00468) 325006

Restaurants

Rondom het plein Stortorget in de oude stad zijn veel restaurants.

DEN GYLDENE FREDEN. Achttiende-eeuwse taveerne. Österlanggatan 51 (00468) 249760

CAFÉ OPERA. Beroemd restaurant. Gevestigd in Operahuset aan de Kungsträdgården. (00468) 6765807