`Saddam is toast'

Op 21 december 2001 gingen CIA-baas George Tenet en onderdirecteur McLaughlin naar het oval office. De bijeenkomst werd gehouden om `De Zaak' over massavernietigingswapens voor te leggen zoals deze zou kunnen worden voorgelegd aan een jury. De verwachtingen waren hoog gespannen. Naast de president waren vice-president Dick Cheney, nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice en stafchef van het Witte Huis Andrew H. Card Jr. aanwezig.

McLaughlin kwam naar voren voor een briefing met een reeks flip-overs. Dit was nog de ruwe versie, zo gaf hij aan, nog zeer geheim en niet bedoeld om publiek te maken. De CIA wilde een voorbehoud maken met betrekking tot wat er geopenbaard zou worden om bronnen en opsporingsmethodes te beschermen zolang er geen militair conflict was.

Toen McLaughlin zijn verhaal had afgerond trok de president een gezicht van `Wat is dit?' en bleef het even stil.

,,Leuke poging', zei Bush. ,,Ik denk niet dat dit aanslaat – het is niet iets dat Joe Public zou begrijpen of als betrouwbare informatie zou zien.'

Card was evenmin onder de indruk. De presentatie was een flop. In marketingtermen: de voorbeelden werkten niet, de grafieken werkten niet, de foto's waren niet pakkend, de onderschepte informatie nauwelijks overtuigend.

Bush wendde zich tot Tenet. ,,Er is mij al deze informatie gegeven over massavernietigingswapens en dit is het beste waar we mee kunnen komen?'

Aan de andere kant van het oval office stond Tenet op en gooide zijn armen in de lucht. ,,Het is als een slam-dunk scoren bij het basketbal!' zei de directeur van de CIA.

Bush drong aan. ,,George, hoe zeker ben je van alles?'

Tenet, een basketbalfan die altijd zoveel mogelijk thuiswedstrijden van zijn universiteit Georgetown bijwoonde, leunde naar voren en gooide opnieuw zijn armen in de lucht. ,,Maak je geen zorgen, het is een slam-dunk!'

Het was ongebruikelijk voor Tenet om zo zeker van zijn zaak te zijn. Na de presentatie van McLaughlin maakte Card zich zorgen dat er geen goedkeuring zou komen, maar de dubbele verzekering van Tenet over de slam-dunk was gedenkwaardig en bemoedigend. Vice-president Cheney zag geen reden om vraagtekens te zetten bij de verzekering van Tenet. Hij was tenslotte het hoofd van de CIA en zou er het meeste van af moeten weten. De president herinnerde zich later dat de presentatie van McLaughlin ,,het verstrijken van de tijd niet zou hebben doorstaan'. Maar, zo zei Bush, de verzekering van Tenet – ,,die was heel belangrijk.'

,,Er moet nog veel aan gedaan worden', zei Bush tegen Card en Rice. ,,Laten we er wat mensen bijhalen die in de praktijk een zaak voor een jury hebben gebracht.' Hij dacht aan advocaten, aanklagers als dat nodig was. Ze moesten toch iets naar buiten brengen.

De president zei meerdere malen tegen Tenet, ,,Zorg dat niemand dingen forceert om ons standpunt over te brengen.'

De president was vastbesloten om het bewijs over te dragen aan ervaren juristen die hiermee de best mogelijke zaak konden opbouwen. Dat werden de rechterhand van Rice, Stephen J. Hadley (rechtenstudie Yale '72) en de belangrijkste helper van Cheney, I. Lewis `Scooter' Libby (rechtenstudie Columbia '75).

Op zaterdag 25 januari gaf Libby een langdurige presentatie aan Rice, Hadley, onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage, onderminister van Defensie Wolfowitz, hoofd communicatie van het Witte Huis Dan Bartlett en speechschrijver Michael Gerson. Hoewel ze formeel niet langer in dienst was van het Witte Huis was Bush' rechterhand Karen Hughes ook aanwezig. Politiek adviseur van het Witte Huis Karl Rove liep tijdens de bijeenkomst in en uit.

Libby gaf de laatste stand in de zaak tegen Hussein. Hij begon met een lang gedeelte over inlichtingen via satelliet, onderschepte informatie en informanten. Er werd van alles opgegraven, verplaatst en opnieuw begraven. Niemand wist zeker waar het precies om ging, maar de locaties en de slinksheid van handelen pasten in het patroon dat gevolgd wordt bij het verbergen van massavernietigingswapens. Hij begon elk gedeelte met boude conclusies – Hussein had chemische en biologische wapens, produceerde en verborg ze; zijn banden met het Al-Qaedanetwerk van Osama bin Laden waren talrijk en sterk.

Libby zei dat Mohammed Atta, de leider van de aanslagen van 11 september, werd verondersteld in Praag een ontmoeting te hebben gehad met een officier van de Iraakse inlichtingendienst en gaf informatie over vier ontmoetingen. De anderen wisten dat de CIA bewijs had van misschien twee ontmoetingen, en dat er geen zekerheid was over wat Atta in Praag had gedaan en of hij de Iraakse officier daadwerkelijk ontmoet had. Libby sprak ongeveer een uur.

De belangrijkste reactie kwam van Karen Hughes. Vanuit communicatieoogpunt, zo zei ze, werkte het niet. De verstrekkende conclusies aan het begin van elk gedeelte waren teveel van het goede. De president, zei ze, wilde dat het net zo was als bij de oude televisieserie Dragnet: ,,Alleen de feiten.' Laat de mensen hun eigen conclusies trekken.

Dus wie zou de informatie aan het publiek moeten presenteren, vroegen Rice en Hadley zich af. De zaak zou overtuigend moeten worden voorgelegd aan de Verenigde Naties, dus de belangrijkste diplomaat, minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, was een logische keuze. Hadley was van mening dat er nog meer redenen waren om Powell te kiezen. Allereerst was het, om maximale geloofwaardigheid te bereiken, het beste om tegen het verwachtingspatroon in te gaan. En iedereen wist dat Powell mild tegenover Irak stond. Ten tweede was Powell zich zeer bewust van zijn geloofwaardigheid, en zijn reputatie. Hij zou de inlichtingen zorgvuldig onderzoeken. Ten derde, als Powell goed was voorbereid, kon hij heel overtuigend zijn.

,,Ik wil dat jij het doet', vertelde Bush de minister van Buitenlandse Zaken. ,,Jij hebt de geloofwaardigheid om het te doen.' Powell voelde zich gevleid dat hij gevraagd werd om te doen wat verder niemand anders kon.

Begin januari 2003 nam Bush minister Rumsfeld van Defensie apart.

,,Kijk, ik ben toch bang dat we dit moeten gaan doen', zei hij. [De oorlog beginnen.] ,,Ik zie geen mogelijkheid om hem [Saddam] in een positie te manoeuvreren waarin hij de dingen zal doen volgens de regels van de VN, en we moeten er vanuit gaan dat hij dat ook niet zal doen.'

En dat was reden genoeg voor Rumsfeld. Hij stelde voor er een paar belangrijke buitenlandse spelers bij te halen. De president gaf toestemming maar drong opnieuw aan bij Rumsfeld. Wat is laatste moment waarop ik een beslissing kan nemen?

,,Dat moment, meneer de President, is wanneer uw mensen andere mensen recht in de ogen kijken en zeggen dat u gaat.'

Een van de belangrijke spelers die erbij werden gehaald was Saoedi-Arabië. Dus op zaterdag 11 januari nodigde vice-president Cheney prins Bandar bin Sultan, de Saoedische ambassadeur uit in zijn kantoor in de westvleugel. Rumsfeld en generaal Richard B. Myers, stafchef van het Amerikaanse leger, waren ook aanwezig.

Gezeten aan tafel in het kantoor van Cheney, haalde Myers een grote kaart tevoorschijn die was gemarkeerd als TOP SECRET NOFORN. Waarbij `noforn' stond voor `no foreign' (geen buitenland) – geheim materiaal dat niet onder ogen mocht komen van een buitenlandse natie.

Myers legde uit dat het eerste deel van het krijgsplan zou worden gevormd door een omvangrijke luchtbombardementcampagne gedurende meerdere dagen tegen de Iraakse divisies van de Republikeinse Garde, de geheime diensten en de bevelvoering en controle over de strijdkrachten van Saddam Hussein. Daarna zou er een aanval over land volgen via Koeweit plus een noordelijk front via Turkije met de Vierde Infanteriedivisie, als Turkije hiervoor toestemming zou geven. Verder zou er een grote inzet van speciale eenheden en geheime paramilitaire teams komen om alle plaatsen in Irak in handen te krijgen van waaruit Hussein raketten zou kunnen lanceren of vliegtuigen zou kunnen laten opstijgen voor vergeldingsacties tegen Saoedi-Arabië, Jordanië of Israël.Speciale eenheden en medewerkers van de inlichtingendienst zouden 300 miljoen dollar verspreiden onder lokale Iraakse stammenleiders, religieuze leiders en de Iraakse gewapende strijdkrachten. De gehele Saoedisch-Iraakse grens zou moeten worden bestreken. Taken voor speciale eenheden, teams van de inlichtingendienst en andere aanvallen zouden vanaf daar moeten worden georganiseerd. Als er andere alternatieven mogelijk waren, zei Myers, dan zouden ze het de Saoedi's niet vragen.

Speurend op de geheime kaart van een halve meter bij een meter, stelde Bandar, een voormalig gevechtspiloot, een aantal vragen over luchtoperaties.

Kon hij een kopie krijgen van de grote kaart zodat hij kroonprins Abdullah op de hoogte kon stellen, vroeg hij, doelend op de feitelijke machthebber van Saoedi-Arabië.

,,Boven mijn bevoegdheid', antwoordde stafchef van het Amerikaanse leger Myers.

,,We geven u alle informatie die u wilt', zei Rumsfeld. ,,Wat de kaart betreft', ging hij verder, ,,die geef ik u liever niet, maar u kunt wel aantekeningen maken als u dat wilt.'

,,Nee, nee, het is niet belangrijk. Laat me er alleen even naar kijken', zei Bandar. Hij probeerde het allemaal tot zich door te laten dringen..

,,Hier kunt u op rekenen', zei Rumsfeld, wijzend op de kaart. ,,Vertrouw hier maar op. Dit is wat er gaat gebeuren.'

,,Wat is de kans dat Saddam dit overleeft', vroeg Bandar. Hij was ervan overtuigd dat Hussein erop gebrand was iedereen te doden die op hoog niveau betrokken was geweest bij de Golfoorlog in 1991, waaronder ook hijzelf.

Rumsfeld en Myers antwoordden niet.

Cheney, die tot dan toe even stil was geweest als altijd, antwoordde, ,,Prins Bandar, Saddam is toast, als we eenmaal beginnen.'

,,Ik ben er nu van overtuigd dat dit iets is waarmee ik naar mijn prins Abdullah kan gaan', zei Bandar, ,,Maar ik kan niet naar hem toegaan en vertellen dat ik dit van Myers en Rumsfeld en van u gehoord heb. Ik moet een boodschap van de president zelf kunnen overbrengen.'

,,Je hoort nog van me', antwoordde de vice-president. Nadat Bandar vertrokken was, sprak Rumsfeld enige bezorgdheid uit over de toast-uitspraak van de vice-president. ,,Jezus Christus, waar sloeg dat allemaal op, Dick?'

,,Ik wilde niet dat er bij hem enige twijfel zou blijven bestaan over wat we gaan doen', zei Cheney.

Op 10 april 2003 schreef Ken Adelman, een regeringsambtenaar uit de tijd van Reagan en voorstander van de oorlog in Irak, een opiniestuk in de Washington Post met als kop Cakewalk Revisited, zich min of meer in de handen wrijvend over wat een mogelijkheid voor een snelle overwinning leek, en waarin hij de lezers eraan herinnerde dat hij 14 maanden eerder had geschreven dat oorlog een cakewalk zou zijn. Hij gaf diegenen die een ramp hadden voorspeld ervan langs.

Vice-president Cheney belde Adelman, die met zijn vrouw Carol in Parijs was. Wat een scherpe column, zei de vice-president, je maakte ze echt met de grond gelijk. Hij zei dat hij en zijn vrouw Lynne een klein besloten diner gaven op zondagavond 13 april om bij te praten en het te vieren. De enige andere gasten zouden zijn: hoofdadviseur, I. Lewis `Scooter' Libby en onderminister van Defensie Paul Wolfowitz.

Toen Adelman die zondagavond het huis van de vice-president binnenstapte, was hij zo blij dat hij tranen in zijn ogen kreeg. Hij omhelsde Cheney voor het eerst in de dertig jaar dat hij hem kende. Er waren de afgelopen dagen meldingen geweest van massagraven en uitgebreid beeldmateriaal als bewijs van martelingen door de regering van Saddam Hussein, dus ze hadden het gevoel dat ze hun bijdrage leverden aan een goede ontwikkeling, waarbij 25 miljoen mensen bevrijd zouden worden.

,,We staan allemaal aan dezelfde kant. We laten het protocol voor wat het is; laten we gewoon samen praten', zei Cheney toen ze aan tafel gingen.

Wolfowitz begon aan een lange bespreking van de Golfoorlog in 1991 en wat een grote fout het was geweest om de Irakezen toestemming te geven om in helikopters te vliegen na de wapenstilstand. Hussein had ze gebruikt om opstanden neer te slaan. Cheney zei dat hij zich niet had gerealiseerd wat een traumatische tijd dat voor de Irakezen geweest was, met name voor de sjiieten, die het gevoel hadden dat de Verenigde Staten hen in de steek hadden gelaten. Hij zei dat deze ervaring bij de Irakezen de angst had veroorzaakt dat oorlog opnieuw geen einde zou maken aan het regime van Hussein.

,,Wacht even!' onderbrak Adelman hem. ,,Laten we het eens hebben over deze Golfoorlog. Het is zo geweldig om ergens trots op te kunnen zijn.' Hij zei dat hij alleen maar een adviseur van buitenaf was, iemand die de druk opvoerde op de publieke opinie. ,,Het is voor mij zo eenvoudig om een artikel te schrijven en daarin te zeggen `jullie moeten dit of dat doen'. Het is voor Paul veel moeilijker om het te verdedigen. Paul en Scooter, jullie geven intern advies en de president luistert naar jullie. Dick, jouw advies is het belangrijkst, de top. Het is een veel serieuzere zaak voor jou om het te verdedigen. Maar uiteindelijk was alles van wat we gezegd hebben niet meer dan advies. De president is degene die de beslissing moest nemen. Ik ben zeer onder de indruk van zijn vastbeslotenheid.' De oorlog was ontzagwekkend, zo zei Adelman. ,,Dus ik wil hierbij een toost uitbrengen, zonder al te goedkoop te klinken. Op de president van de Verenigde Staten.'

En ze hieven allemaal hun glas.

Ze stapten over op de minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, en er klonk gegrinnik rond de tafel. Cheney en Wolfowitz merkten op dat Powell iemand was die volgde hoe hij het in de populariteitspoll deed en daarover opschepte.

Wolfowitz zei dat Powell zorgde voor geloofwaardigheid en dat zijn presentatie voor de Verenigde Naties over de informatie over massavernietigingswapens belangrijk was geweest. Zodra Powell begreep wat de president wilde, zei Wolfowitz, was hij een goed, loyaal lid van het team geworden.

Cheney schudde zijn hoofd. Nee, Powell was een probleem. ,,Colin heeft altijd grote bezwaren gehad tegen wat we probeerden te doen.'

Cheney zei dat hij net had geluncht met de president. ,,Democratie in het Midden-Oosten is gewoon iets dat hij heel belangrijk vindt. Dat is wat hem drijft.'

,,Zeg eens', vroeg Adelman, ,,voordat dit echt een liefdesmaal wordt. Ik was gewoon verbijsterd dat we geen massavernietigingswapens gevonden hebben.' Enkele honderdduizenden troepen en anderen hebben het land uitgekamd.

,,We vinden ze wel', zei Wolfowitz.

,,We hebben het tenslotte nog maar over vier dagen', zei Cheney. ,,We vinden ze nog wel.'

Ik [Bob Woodward, red.] zei dat Cheney een soort Howard Hughes was geworden, de teruggetrokken multimiljonair die geen vragen wilde beantwoorden. ,,Dat is ook wat ik hem gezegd heb', zei Bush. Hij gaf aan dat Cheney meer naar buiten moest treden en meer interviews moest geven. Door je stil te houden, zo zei Bush, ,,loop je het gevaar dat je ofwel veel machtiger lijkt dan je bent, ofwel veel zwakker lijkt dan je bent. En dat is in werkelijkheid geen van beide het geval.'

Bush ging verder. ,,Ik ken Cheney heel goed. En hij is trouwens ook een hele goede vice-president.

,,Hij wil vanuit dat perspectief anoniem zijn en dat zou hij ook moeten zijn. Aan de andere kant was hij een echte rots in de branding: hij was standvastig en constant in zijn mening dat Saddam een bedreiging vormde voor Amerika en dat we hem moesten aanpakken.'

Hij voegde hieraan toe, ,,Nu hoort hij dat dit boek uitkomt tijdens een verkiezing en dan is hij er weer, ja gewoon, ongerust over, om eerlijk te zijn.'

We stapten over naar de vraag over twijfels. Ik citeerde wat de Britste premier Tony Blair onlangs gezegd had op zijn partijcongres: ,,Het is absoluut niet zo dat ik geen respect heb voor mensen die het niet met mij eens zijn.' Blair had ook gezegd dat hij brieven had ontvangen van mensen die zonen in de oorlog verloren hadden en die schreven dat ze hem haatten om wat hij gedaan had. Ik citeerde Blair: ,,En denk vooral niet dat je als je dergelijke brieven ontvangt niet iets van twijfel voelt opkomen'.

,,Tsja', antwoordde president Bush. ,,Ik heb geen twijfels gevoeld.'

,,Is dat echt zo?' vroeg ik. ,,Echt helemaal niet?'

,,Nee. En ik kan dat ook aan het volk overbrengen.' En aan de mensen die zonen of dochters hebben verloren, zei hij, ,,hoop ik dat ik dat op een nederige manier kan overbrengen'.

Ik vroeg op de volgende manier naar zijn vader: ,,Dit is een nog in leven zijnde man die ook in dit kantoor gezeten heeft en die de beslissing moest nemen om een oorlog te beginnen of niet. En het zou niet geloofwaardig zijn als u niet op een bepaald punt aan hem gevraagd had: `wat zijn de ingrediënten om dit goed te doen? Of: `wat denk jij ervan, dit is de keuze waar ik voor sta.''

,,Als het niet geloofwaardig zou zijn', antwoordde Bush, ,,dan moet ik denk ik maar gauw een antwoord verzinnen.'

,,Nee, nee', zei ik. ,,Ik ben hard en direct, omdat...'

,,Nee, nee, nee', antwoordde de president. ,,Dat moet je ook zijn. Kijk, ik praat natuurlijk met hem. Maar ik kan me geen moment herinneren waarop hij zei `doe dit niet' of `doe dat wel'. Ik kan me geen moment herinneren waarop ik tegen mezelf zei, misschien kan hij me helpen deze beslissing te nemen. Want je moet begrijpen, bij deze beslissing is het niet zo dat er plotseling een dreiging voor Koeweit bestaat. En boem. Dit maakt deel uit van een grotere verplichting die is ontstaan op 11 september 2001. Dit is onderdeel van een grote, en een ander soort oorlog. Het is als een front.

,,Ik probeer niet om ontwijkend te zijn. Ik herinner het me niet. Ik zou het hem kunnen vragen, of hij zich iets herinnert. Maar hoe vraag je iemand hoe het voelt om iemand de oorlog in te sturen om zijn leven te verliezen? En vergeet niet dat ik dat al eens gedaan heb, om te beginnen in Afghanistan.

,,De gesprekken zouden dan meer over de tactiek gegaan zijn. Hoe doen we het, hoe gaat het met de Britten? Hij volgt het nieuws nu. En dus praat ik hem bij over wat ik zie. Weet je, hij is niet de juiste vader om een beroep op te doen voor kracht. Daar is een hogere Vader voor.'

Eén onderwerp dat steeds terugkwam tijdens de drieëneenhalf uur die ik met de president sprak en de honderden uren waarin ik de mensen om hem heen en degenen die betrokken waren bij de beslissingen rond de oorlog in Irak ondervroeg, is de overtuiging van Bush dat hij de juiste beslissing heeft genomen.

In het tweede gesprek met hem, op 11 december 2003, zei de president dat hij ooit tegen veiligheidsadviseur Rice had gezegd: ,,`Ik ben bereid om mijn presidentschap op het spel te zetten voor wat ik denk dat goed is. Ik zou ingrijpen.' En als dat het presidentschap zou kunnen kosten, dan was ik mij daar volledig van bewust. Maar ik had zo sterk het gevoel dat dit de juiste beslissing was dat ik bereid was om het te doen.'

Ik vroeg of hij tijdens een van de bijeenkomsten in de aanloop naar de oorlog had gezegd: ,,Ik zou graag twee termijnen president zijn, maar als het maar één termijn wordt, dan is dat maar zo.'

,,Dat klopt', antwoordde de president. ,,Dat is hoe ik er tegenover sta. Absoluut.' Hij merkte op dat het mis had kunnen gaan op de grond, in de aanloop, of dat ze met eindeloze wapeninspecties door de VN te maken hadden kunnen krijgen.

,,En als deze beslissing u de verkiezingen kost?' vroeg ik hem.

,,Het presidentschap – dat is nu eenmaal hoe het is', zei Bush. ,,Volledig bereid daarmee te leven.'

Die dag, na twee uur, stonden we in het oval office en liepen we naar buiten. Het begon buiten net donker te worden. Bij de komende presidentsverkiezingen zou wellicht het eerste oordeel over de oorlog geveld worden, maar dat zou zeker niet de laatste keer zijn. Hoe zou de geschiedenis oordelen over zijn Irak oorlog, zo vroeg ik hem.

Het zou onmogelijk zijn om de betekenis duidelijk te krijgen op de korte termijn, zo zei de president, waarna hij eraan toevoegde dat het wel zo'n tien jaar zou duren voordat de impact en de ware betekenis van de oorlog echt duidelijk zouden worden.

De opinie zal waarschijnlijk op en neer gaan, zei ik. Zoals politiek adviseur Karl Rove denkt, herinnerde ik hem, de hele geschiedenis wordt beoordeeld aan de hand van resultaten.

Bush glimlachte. ,,Geschiedenis', zei hij, zijn schouders ophalend, zijn handen uit zijn broekzakken halend, en zijn handen in de lucht stekend alsof hij met deze lichaamstaal wilde zeggen dat dat nog zover weg was. ,,Dat zullen we nooit weten. Dan zijn we allemaal dood.'

Fragmenten uit Plan of Attack, The Road to War van Bob Woodward (uitg. Simon & Schuster, ISBN: 074325547X). De Nederlandse vertaling, Aanvalsplan, verschijnt 25 juni bij uitgeverij Balans. ISBN 9050187420, prijs ca. € 20,-

Gerectificeerd

Jaartal

In het begin van het artikel `Saddam is toast' (op 24 april, pagina 42) wordt een verkeerde datum genoemd. De bijeenkomst in de oval office vond niet plaats op 21 december 2001, maar een jaar later, in 2002.