Rotterdam - Zevenhuizen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Zuid-Holland.

'k Weet niet waarom, er geen zon staat, aan de hemel. Stormig weertje...

Stormig weertje, zeg dat wel. De bermen en de bomen beweren dat de lente in volle gang is; het groen wordt in wreedaardige hoeveelheden en tinten in je gezicht gesmeten, de bloesem wappert alom aan de twijgen, aan de grond bloeit het veldgroeisel uitbundig en op de raarste plekken prijken vergeelde zwerfnarcisjes. Maar wie dacht eindelijk fijn die eeuwige trui in te kunnen ruilen voor een blouse komt bedrogen uit. Die is blij dat ze een paar handschoenen van vorige week in haar jaszak treft. Wat een gure wind, wat een valse sluipregenvlaagjes.

Genoeg gezeurd. Zie je die enorme parkeerterreinen? Die weitjes? Die bankjes, die veelvertakte paadjes, die aanduiding `jeu de boules'? Die steigers en jachthavens en terrasstoelen en verhuur van kano's, waterfietsen en wat niet al? Dat duidt op volk, op veel volk. Bij mooi weer. Nu niet.

Nu hangt in de bleke plassen een enkel zeiltje scheef, verder niets. De waterhoentjes, altijd als de dood, scharrelen op hun gemakje in het riet, direct aan de weg. Nu is het goed wandelen hier, want nu kun je zien wat er mooi is. De stille kades waar kloeke, Rotterdamse kasten van huizen uit de jaren twintig en dertig zich verkneukelen langs het bewaaide water. De paadjes die schutteren door plantsoenbos. De strakke kades, langs de Bergsche Plassen, langs de Rottemeren, soms geflankeerd door zandwallen. Klim je erop en loop je bovenlangs, dan zie je nog verder en nog meer. Een broedende zwaan, verscholen op een rieteiland. Een rijtje aalscholvers in glijvlucht. Een clubje zich warm springende lammeren.

Allemaal ruimte, allemaal uitzicht over water en polders, bij gebrek aan zon en zoelte exclusief voor man en voor mij, en nu en dan voor een tegenwandelaar.

Stil is het niet. Onmiskenbare voetbalveldgeluiden (gesyncopeerde kreten en het doffe páf van de leren bal) doen zich voor. Even later klinkt het gezoef van roeiende vrouwen en de mysterieuze door een meefietsende coach uitgekreten opdracht: ,,Je mag rond maken in de ganzenbocht!'' Het ratelend geritsel van een onzichtbare vlieger is nog niet weggestorven of daar is een autoracebaan, met tarzanbocht en sponsorborden van garages en autschadebedrijven. Niet schrikken, de voertuigen zijn geluidsarm, ze gieren beschaafd. Het zijn elektronische schaalmodellen, door de kastjes in handen van enthousiaste bestuurders opgehitst tot hoge snelheden over hindernissen die de voertuigjes soms een meter in de lucht laten vliegen, waarna ze keurig op hun bandjes belanden. Nee, eenzaam en verlaten is het hier niet. Het is eenzaam en gezellig.

16 km. Kaart 10, 11, 12 uit: Oeverloperpad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2001. Openbaar vervoer is schaars, zeker in het weekend.

Regiotaxi (1 uur van tevoren bestellen) tel. 0800 0220900.