Revolutie in traditionele wielersport

De internationale wielrenunie (UCI) presenteerde deze week revolutionaire plannen voor een nieuwe wedstrijdkalender vanaf 2005.

Wielrennen is een traditionele sport, waarbij de beoefenaars elke verandering met argwaan volgen. Toen de Nederlandse bestuurder Hein Verbruggen zo'n vijftien jaar geleden het wereldbekerklassement introduceerde om het aantal `gekochte' koersen te verminderen, werd hij overladen met kritiek. Inmiddels is de Coupe du Monde zo'n vanzelfsprekendheid, dat de tegenstanders van weleer nu pleiten voor het intact laten van de wereldbekercyclus. Zij protesteerden afgelopen week in alle hevigheid tegen de revolutionaire plannen van Verbruggen. De voorzitter van de internationale wielrenunie (UCI) presenteerde deze week een nieuwe wedstrijdkalender die vanaf 2005 moet ingaan.

ProTour heet de profcompetitie die is afgekeken van de autosport (Formule 1) en de het voetbal (Champions League). Achttien elite-ploegen van maximaal 25 renners komen volgend jaar in aanmerking voor de dertig belangrijkste wielerwedstrijden ter wereld. De aangewezen ploegen hebben een startplicht. Daarnaast maken zeven ploegen van de tweede categorie (continentale afdeling) aanspraak op een wildcard voor deze dertig koersen. Hoe zwaarder de wedstrijd (Tour, Giro, Vuelta) hoe meer punten er zijn te verdienen. Aan het einde van het seizoen wordt een klassement opgemaakt en het totale prijzengeld verdeeld.

Verbruggen is vanzelfsprekend enthousiast over zijn revolutionaire plannen. Hij verwacht dat meer grote sponsors geld willen steken in de wielersport, zonder dat de geldschieters de macht in handen krijgen zoals bij het tennis. De bonden blijven de baas. Het is de vraag of de doelstelling van Verbruggen realistisch is. Wielrennen kan in financieel opzicht niet tippen aan bijvoorbeeld het voetbal en de autosport en mist mondiale uitstraling. Buiten Europa en enkele afzonderlijke landen zoals Colombia trekt het wegrennen relatief weinig toeschouwers en weinig televisiekijkers. Het baanrennen is breder georiënteerd, maar daarover gaan de plannen van de UCI niet.

Verder hoopt Verbruggen met de ProTour meer toppers aan de start te krijgen van meer wedstrijden. Wielrennen wordt steeds meer een sport van specialisten (klimmers, sprinters, tijdrijders) en dat is geen goede ontwikkeling voor het publiek. Zo is vijfvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong dit voorseizoen slechts een paar keer te bewonderen geweest in Europa, het epicentrum van het cyclisme. De vraag is of zijn sponsor US Postal, dat als collectief moet starten, de Amerikaanse kopman vaker zal laten overvliegen dan nu het geval is. Een individuele meldingsplicht ging Verbruggen en de zijnen te ver. Armstrong zou immers altijd een smoes (ziekte, blessure) kunnen verzinnen.

Moeten de voordelen van de ProTour nog worden aangetoond, de nadelen zijn volgens de critici legio. Organisatoren van de kleinere koersen vrezen slechts renners van de tweede signatuur te krijgen; de beste coureurs hebben immers al een overvol programma met de dertig verplichte topwedstrijden. Zij zouden zich niet meer inschrijven voor de semi-klassiekers die niet tot de A-categorie behoren.

Veel kritiek op de ProTour komt ook uit de hoek van goede renners zonder klimtalent. Zij voelen zich benadeeld bij de samenstelling van de topcompetitie, die voornamelijk uit koersen op een geaccidenteerd terrein bestaan. Volgens Verbruggen moet de moderne wielrenner van alle markten thuis zijn en hebben de sprinters die een beetje kunnen klimmen niets te klagen over de ProTour. Overigens sprak de UCI-voorzitter in 2002 tijdens het wereldkampioenschap in Zolder nog andere taal, toen hij werd geconfronteerd met het vlakke parcours en het voorspelbare koersverloop. `Sprinters moeten ook aan hun trekken komen', zei Verbruggen toen.

In het Nederlandse wielerkamp overheersen de negatieve reacties. Alleen de Amstel Goldrace en een (nieuwe) ploegentijdrit op Nederlands grondgebied behoren tot de dertig topwedstrijden van de UCI. Vanaf 2005 is er geen plaats meer voor de Ronde van Nederland, die met de Ronde van België en de Ronde van Luxemburg zal samensmelten tot de Ronde van de Benelux. Hoewel de eerste gesprekken over de overkoepelende rittenkoers pas deze week zijn gevoerd, noemt Verbruggen het samengaan van deze kleine rittenkoersen een voldongen feit.