Ongerepte parel van middeleeuwse architectuur

Tallinn, de hoofdstad van Estland, is onterecht onbekend bij toeristen.

Tallinn is geschiedenis, is Middeleeuwen, is een schijnbaar onaangeroerde still, een beeld dat eeuwen geleden bevroor en dat niemand sindsdien heeft ontdooid, want Tallinns centrum is, anders dan zoveel andere oude Europese steden, niet beroerd door moderner bouwstijlen. Je kunt er een verbluffend groot aantal prachtige (en vooral: prachtig behouden) kerken en koopmanshuizen, stadsmuren, verdedigingswallen, kanontorens en andere monumenten uit de 13de tot en met 15de eeuw bezoeken.

Maar gewoon ronddwalen in de Oude Stad aan de voet van de Toompea, de heuvel die vijftig meter boven Tallinn uitsteekt, is misschien nog leuker: stille, lange, smalle straten rond het Raekoja plats, het Raadhuisplein, die er bij liggen alsof er géén eeuwen zijn verstreken, een oude stad, niet uitbundig, en ook niet rijk als Vlaamse of Toscaanse steden, of Praag, maar ingetogen, en een beetje noordelijk-streng. Pasteltinten. Tallinn schreeuwt niet, roept ook niet. Tallinn is stil, maar laat zich wel graag zien.

Tallinn werd in de tiende eeuw door de Esten gesticht als luttel fort op een heuvel, boven een handelspost. In 1219 kwamen de Duitsers en de Denen met de pauselijke opdracht deze heidenen te bekeren. De Denen namen de Estse noordkust in en bouwden op de heuvel met dat luttele fort hun eigen Castrum Danorum, Kasteel van de Denen, dat de Esten later `Stad van de Denen' zijn gaan noemen: Taani Linn. Dat werd Tallinn. Het werd al snel een belangrijke handelspost tussen Europa en Novgorod in Rusland. Een Hanzestad, eeuwenlang bloeiend.

Tallinn valt uiteen in twee delen: op de heuvel de Toompea (van `Domberg'), met de Toomkirik (van `Domkirche'), het fort en de bestuursgebouwen. Op de Toompea woonden degenen die de dienst uitmaakten, en dat waren al die eeuwen lang achtereenvolgens (en vaak ook gelijktijdig) Denen en Duitsers, Polen, Zweden en – van 1710 tot de onafhankelijkheid van 1918 – Russen. Beneden, achter de verdedigingsmuur en de poorten, lag en ligt de oude stad. Daar woonden de Esten, handarbeiders, boeren. Esten heetten ze nog niet, nog in de 19de eeuw noemden ze hun eigen taal `boerentaal' en de Duitse adel en kooplieden, de elite van Tallinn, noemden hen `on-Duitsers'.

Het door die Duitse elite gedomineerde Tallinn bloeide zolang de Hanze bloeide. Het verval zette in met de lange, verwoestende en wrede Lijflandse Oorlog (1558-1583). De neergang zette door toen Peter de Grote de stad in 1710 veroverde en Tallinn voor twee eeuwen een Russische provinciestad werd. Groot werd de stad nooit; op dit moment wonen er 450.000 mensen. Klein, rustig, overzichtelijk. En onbekend.

De vraag is waarom Tallinn zo'n ongerepte parel van middeleeuwse architectuur is gebleven. Tallinn, zo schreef Lennart Meri, schrijver, etnograaf en ex-president van Estland, bloeide weliswaar drie eeuwen lang, maar was nooit zo rijk als veel andere Hanzesteden. Het was nooit zo rijk dat het zich kon permitteren bij oorlogen of branden beschadigde gebouwen af te breken en die door andere te vervangen. Het moest zich er, vooral in de Oude Stad, toe beperken die beschadigde gebouwen te herstellen. Tallinn bleef architectonisch dus ongerept, ongeschonden, uniform. Enige echte dissonant is de in 1901 voltooide Russisch-orthodoxe kerk op de Toompea. Niet lelijk, maar niet-passend, fehl am Platz.

Tallinn als parel aan de Finse Golf. En niemand die het weet. Nog geen miljoen buitenlandse bezoekers trok de stad in 2000. Trek er veel van de rond 680.000 Finse bezoekers af: de meeste Finnen komen om zich op de vier uur durende bootreis van Helsinki naar Tallinn belastingvrij te laten vollopen en dat op de terugweg nog eens te herhalen. Van de 300.000 anderen komt de helft uit Zweden, Letland en Rusland (en die Russen vooral voor familiebezoek). Resteren 150.000 toeristen uit de rest van de wereld. En dat voor een stad die misschien voor ons een beetje `uit de route' ligt, maar waar je voor een prikje heen kunt vliegen.

Hotels

HOTEL GUTENBERGS. Vlakbij de Dom in het hart van de stad. Doma laukums 1, (00371) 781 4090 of hotel@gutenbergs.lv. Kamers vanaf 100 dollar.

REVAL HOTEL LATVIJA. Van een onooglijke, bouwvallen sovjetconstructie veranderd in een luxe hotel waar de Letten trots op kunnen zijn. De Skylinebar op de 26ste etage biedt fenomenale uitzichten over Riga. Elizabetes iela 55, (00371) 7772222, latvija.sales@revalhotels.com. Vanaf €117.

KONVENTA SETA. Een hotelcomplex van gerestaureerde koopmanshuizen op de plek waar ooit het eerste kasteel van de kruisridders stond. Mooie locatie en goede service. Kaleju iela 9 / 11, (00371) 7087501, reservation@konventa.lv. Kamers vanaf € 81.

LAINE. Gelegen in het Jugendstildistrict niet ver van het oude centrum. Laat je niet afschrikken door de façade van het gebouw, vanbinnen ziet het er verzorgd uit en de prijzen zijn zeer redelijk. Skolas 11, (00371) 7288816, www.laine.lv. Vanaf €60.

Restaurants

ZIVJU. Sinds mensenheugenis leven de Balten van de visserij. Het beste visrestaurant in Riga is Zivju. Wil je een zeekreeft of forel, dan mag je deze zelf uit het aquarium kiezen. R. Vagnera 4, (00371) 7216713, maaltijden vanaf €35.

KIPLOKU KROGS. Knoflook is meer dan een geurige smaakmaker: het is een goed medicijn tegen een opkomende verkoudheid of griep, iets wat je in de Baltische landen gemakkelijk kan overkomen. In dit restaurant staan alle gerechten in het teken van knoflook, maar je mag wel zelf de dosis bepalen. Jekaba iela 3 / 5, (00371) 7211251, 12-24 uur, maaltijden vanaf €5.

ALUS SETA. Een leuk eetcafé in het centrum van de oude stad. Ingericht als bierhal met Letse spreuken en voorwerpen aan de muur. Tirgonu iela 6.