Noord-Korea bevestigt treinramp en vraagt hulp

De Noord-Koreaanse regering heeft gisteren bevestigd dat donderdag een treinramp is gebeurd waarbij doden zijn gevallen.

Een functionaris van de Verenigde Naties in Noord-Korea zei gisteren dat het ministerie van Buitenlandse Zaken een etmaal na de ramp voor het eerst mededelingen had gedaan. Twee goederenwagons met springstof zouden op het station van Ryongchon, bij de grens met China, tijdens het rangeren in aanraking zijn gekomen met elektriciteitsdraden en zijn geëxplodeerd. De explosieve stof was bedoeld voor de aanleg van een irrigatiekanaal.

Noord-Korea heeft verder laten weten dat de ramp ongeveer 150 mensen het leven heeft gekost. Of dit dodental juist is, valt te betwijfelen. Pyongyang heeft de hulp ingeroepen van het Rode Kruis, wat er op wijst dat het gaat om een grote catastrofe. Noord-Korea heeft ook de door de VN aangeboden hulp aanvaard. Verschillende internationale organisaties waren al in het land voor voedselhulp.

Ook de omvang van de explosie maakt een zeer hoog dodental aannemelijk. De gevolgen zijn vanuit de ruimte te zien. Satellietfoto's van achttien uur na de ontploffing laten nog grote rookwolken zien. De beelden, die de BBC op zijn website heeft getoond, wijzen er mogelijk op dat nog steeds een grote brand woedt in Ryongchon.

Het Rode Kruis bereidt zich voor op de opvang van ruim 4.000 mensen die door de ramp dakloos zijn geworden. Een woordvoerder van de organisatie in Peking meldde gisteren dat zeker 1.800 huizen volledig zijn verwoest en nog eens 6.000 zijn beschadigd.

Donderdag kwam over de ramp alleen nieuws uit Zuid-Korea en China. Noord-Korea deed toen geen mededelingen. Volgens Zuid-Koreaanse media hadden de Noord-Koreaanse autoriteiten telefoonverbindingen afgesloten om te voorkomen dat informatie over de ramp zou uitlekken. Zuid-Koreaanse en Chinese media meldden donderdag dat mogelijk 3.000 doden waren gevallen bij een explosie na een botsing tussen twee treinen.