Nederlandse en Vlaamse cultuur in Brusselse `Balie'

Het heeft even geduurd. Dertig jaar om precies te zijn. Maar op 24 juni wordt dan toch het Vlaams-Nederlands huis in Brussel feestelijk geopend. Het is de tegenhanger van het Vlaamse cultuurhuis in de Amsterdamse Brakke Grond, dat meer dan twintig jaar geleden werd geopend. Volgens intendant M. van den Bergh zal de programmering voorlopig ,,bescheiden'' zijn, omdat de verbouwing nog niet klaar is.

Van den Bergh wil de nieuwe instelling een bredere rol geven dan de Brakke Grond. Zij maakt een vergelijking met de Amsterdamse Balie, waar veel ruimte is voor debat. ,,Wij zijn de Brusselse Balie.'' Dit najaar wordt, ook al wegens het Nederlandse EU-voorzitterschap, aandacht besteed aan Europese thema's. ,,We heten Vlaams-Nederlands Centrum voor Europa'', onderstreept Van den Bergh die zal samenwerken met andere culturele instituten van EU-lidstaten in Brussel.

Van den Bergh was het afgelopen jaar als `informateur' nauw betrokken bij de voorbereidingen door een gemengd Nederlands-Vlaamse ambtelijke werkgroep. Zij was eerder onder meer vice-voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Amsterdam, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie en voorzitter van het Fonds voor de Letteren. Al in 1974 sloot toenmalig minister M. Klompé een akkoord met de Belgische overheid, die de bevoegdheid voor cultuur later overdroeg aan de Vlaamse deelstaat, over oprichting van cultuurhuizen in Amsterdam en Brussel. De drang om tot daden over te gaan was in Vlaanderen altijd groter dan in Nederland. Voor de Vlaamse overheid is een duidelijke aanwezigheid in Brussel ook om politieke redenen belangrijk.

In Nederland trapte het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur jarenlang aan de rem. Het uitdragen van eigen taal en cultuur is voor Nederland altijd veel minder een prioriteit geweest dan voor landen als Frankrijk en Duitsland. Buitenlandse Zaken hechtte er wel aan dat het Vlaams-Nederlandse centrum in Brussel er zou komen.

Toenmalig staatssecretaris van Cultuur R. van der Ploeg en zijn Vlaamse collega B. Anciaux brachten weer beweging in het dossier door af te spreken dat het Vlaams-Nederlandse huis in Brussel nadrukkelijk ook een Europese functie moet krijgen.

De doorbraak kwam toen de Vlaamse overheid op initiatief van minister van Cultuur P. van Grembergen besloot zelf een gebouw voor het Vlaams-Nederlandse centrum in te richten en een pand kocht naast de Brusselse Muntschouwburg. In de locatie schuilt enige symboliek. Het was na de opvoering van de opera De Stomme van Portici in de Muntschouwburg dat op 25 augustus 1830 de rellen uitbraken waarmee de Belgische opstand tegen Nederland begon.

De Vlaamse overheid betaalt de verbouwing en de aanbouw van een auditorium. ,,Zij maakt een heel mooi gebaar'', zo beaamt hoofd culturele zaken G. Heykoop van de Nederlandse ambassade. Van de jaarlijkse exploitatiekosten van 1,5 miljoen euro komt tweederde voor rekening van Nederland en eenderde van Vlaanderen. Heykoop voorziet dat een deel van zijn taak als ambassaderaad zal worden overgenomen door het centrum.

Voor de opening op 24 juni door staatssecretaris M. van der Laan en minister P. van Grembergen is een tentoonstelling van Vlaamse en Nederlandse videokunstenaars georganiseerd. Ook zullen beelden te zien zijn uit het tv-archief van de VRT over Vlaamse en Nederlandse schrijvers.