Met de rug naar het water

In Dublin, de hoofdstad van Ierland, kruisen twee werelden elkaar dagelijks op de brug.

Zoals meer voormalige havensteden heeft ook Dublin zich van het water afgewend. De zeeschepen die vroeger aanmeerden aan de kades in de stad en de dagelijkse schuitenfile met vaten export-Guinness op de rivier zijn verdwenen. Eigenlijk heeft niemand nog iets langs de Liffey te zoeken. Als je daar toch wilt wandelen, moet je eerst de vrachtwagens en bussen trotseren die aan twee kanten over beide oevers razen.

Eigenlijk is er maar één plek waar het water nog tot zijn recht komt: op het gietijzeren bruggetje met zijn hoge rug dat de Liffey in het midden van Dublin overspant. Daar zie je ook hoe het de twee stadshelften, die allebei met hun rug naar het water staan, bij elkaar houdt, ja, naar elkaar toe trekt. Zou het daarom het symbool van de Ierse hoofdstad zijn geworden?

Dat bruggetje ligt er sinds 1816 en heette toen Wellington Bridge, naar de Britse hertog die een jaar eerder Napoleon zijn Waterloo bezorgde. Maar Ierland heeft het al langer niet zo op Britse helden. Het standbeeld van admiraal Nelson in O'Connell Street, een bijna-duplicaat van de zuil op Trafalgar Square in Londen, is opgeblazen door de IRA. Dublin sprak liever over de Metal Bridge en later de Ha'Penny Bridge, naar de halve penny tol die je moest betalen. En zo is dat bruggetje blijven heten.

De helft van de dag stroomt het water onder de brug gewoon van de bron naar de zee in het Oosten. De zee zelf zie je niet. Wel de gifgroene koperen koepel van het Custom House, het douanekantoor. En als de vloed opkomt, loopt het water onder de brug de andere kant op, naar het Westen. Waar de rivier een bocht maakt, is nog een koepel te zien: van het gerechtshof. Het stuk rivier tussen die twee groene koepels, van dezelfde achttiende-eeuwse architect, is de as van de stad. Het is een fysieke grens. En een sociale. Zie de grappen die Dubliners maken over hun stadsgenoten aan de overkant. Opgave uit het wiskunde-examen van de northside: Eamo wil een kilo cocaïne versnijden die hij heeft gekocht voor 7.000 piek om een winst van 2.000 procent te maken. Hoeveel strychnine heeft hij nodig?

Vraag uit het southside-examen: Als Chloë vier keer per week overgeeft, kan ze een Versace-jurkje maatje 28 aan. Wat wordt haar maat als ze maar twee keer overgeeft?

Het is overdreven, maar er zit iets in: het noorden als working-class, katholiek en een beetje link, het echte hart van de stad volgens de noorderlingen. Het zuiden, met de ministeries en de musea, is van het anglofiele establishment, van toeristen en verwend-verveelde rijkeluiskinderen. Die tegenstellingen zijn niet verdwenen door de economische revolutie die Ierland heeft meegemaakt sinds het in 1973 toetrad tot de Europese Unie. Het voormalige armenhuis van Europa werd de `Keltische tijger', eerst dankzij de miljarden uit Brussel en daarna steeds meer op eigen kracht, met lage lonen en belastingen die internationale banken, computer- en biotechbedrijven aantrokken. Ierland is gegroeid als kool en fors rijker geworden. Maar in de ene helft van de stad ging het sneller dan in de andere. In het zuiden heerst de cosmopolitan chic van tapas, café latte en die Versace-jurkjes. Daar is ook Temple Bar, het gerenoveerde `Quartier Latin' van Dublin, waar je tussen de toeristen moet laveren. In het noorden zijn de paardenmarkt, de vleesmarkt, het kinderziekenhuis en het busstation. Al doet de euro ook dáár wonderen: zie de nieuwe sierbestrating in O'Connell Street en de nieuwe Millennium Spire, een 120 meter hoge roestvrijstalen naald, waar de Ierse onafhankelijkheid in 1916 haar eerste valse start maakte.

Op Ha'Penny Bridge komen ze elkaar elke dag tegen: Dubliners, toeristen en de expats die er werken, met boodschappentassen, rugzakken en attachékoffertjes. Op de brug zit een vaste bedelaar. ,,De glanzende spiegel heeft een achterkant'', schrijft Fintan O'Toole in After The Ball, over de vraag hoe het verder moet met de Keltische tijger. ,,Ierland is óók heel goed in het produceren van iets wat we niet verpakken en verkopen: armoede en ongelijkheid.'' Sommigen blijven staan op de brug en kijken over het water. Anderen lopen snel door. De meesten negeren de colabeker die de bedelaar naar hen uitstrekt. Sommigen geven hem wat koperen eurocenten. Niet meer dan een halve penny.

Hotels

CLARENCE HOTEL. Eigendom van de popgroep U2, hip-chique.

6-8 Wellington Quay, Temple Bar.(00353) 14070800

GEORGIAN HOUSE HOTEL. Vlakbij St Stephens Green. Vraag om kamer in het oude deel. 18 Lower Baggot Street. (00353) 16345000

KILRONAN GUESTHOUSE. Rustig, ruim en schoon B&B. 70 Adelaide Road. (00353) 14755266

Restaurants

EDEN. Modern-Europees restaurant. Meeting House Square, Temple Bar +353 1 670 5372;

EPICURIAN FOOD HALL. Tegenover Ha' Penny Bridge; veel internationale eettentjes. 13-14 Liffey Street

STAG'S HEAD. Een van de weinige onbedorven Ierse pubs. 1 Dame Court, Temple Bar.