Lingerieleed

Elke week in Leven &cetera een column uit het on line jongerenmagazine Spunk, gelieerd aan NRC Handelsblad. Deze week de (bekorte) column van Renske de Greef (20).

Gespannen kijkt de jongen in bed toe hoe ik mijn kleren uit doe. Ondertussen probeer ik de lappen textiel zo gracieus mogelijk van me af te werpen. Maar dan vertrekt zijn gezicht van gespannen en hooggeschatte verwachting naar verbazing en teleurstelling. Ik kijk naar beneden. Ik heb zojuist met jammerlijk veel aandacht en tromgeroffel een zwarte kanten opgevulde bh met daaronder een grote witte oma-boxershort onthuld. De combinatie is van een verbluffend lachwekkend gehalte. Ik schraap met moeite al mijn waardigheid en sex appeal bij elkaar en duik snel in bed. Onder de dekens zie je het toch niet meer.

Ik koop uit principe geen lingerie. Ik ben lingerie-atheïst. Ik geloof niet in lingerie. Het is heel erg duur en het gaat toch weer uit. Het zit niet lekker dus het gaat toch weer uit. De kleurtjes combineren moeilijk maar het gaat toch weer uit. De onnuttigheid van het gehele product staat mij zo helder voor ogen, dat ik voor mezelf heb besloten dat het een gril is waar ik niet aan mee doe. Mijn dag komt nog, de dag dat de kanten stringetjes, de zeegroene satijnen bh'tjes en de strakke panterslipjes massaal halfstok aan de vlag worden gehangen, en iedereen is bevrijd van het leed dat lingerie heet.

Je moet het zien als omhulsel. Pakpapier wordt ook altijd verfrommeld onder de tafel gegooid. Lingerie is de hoes, de doos, het papier, het omhulsel, het beschermlaagje, het bubbeltjesplastic (al geven enge maniakken daar wel extra aandacht aan), het overtrek. Het is leuk om even naar te kijken, maar uiteindelijk wil je toch liever zien wat erin zit.

En toen kreeg ik opeens een cadeautje. Van een vriendin. Een lingeriegelovige, behorend tot de geestelijke top in de lingeriekerk. Kasten propvol strings, topjes en bh's, maar ook kanten kousen, korsetten en jarretels. Ze was op een missie. Ze wilde de heiden bekeren. En ze had grof geschut meegenomen. Toen ik het pakpapier eraf rukte, onthulde ik het mooiste lichamelijke pakpapier wat ik ooit had gezien. Koraalrood, kant, zacht. Het kleinste ienemienemuizestringetje ooit. En mijn hart liep over. Het was alsof heel de kamer ineens in licht baadde. Alsof het rood me riep. Alsof de string straalde. Ik had het licht gezien. Ik trok snel het setje aan.

De hele avond liep ik anders, lachte ik anders, voelde ik me anders. Als iemand die een geheim heeft. Als iemand die een verrassing in petto heeft. Sexy en mysterieus. Kortom, als iemand die onder zijn kleren een heel aanwezig rood lingeriesetje aan heeft. In mijn donkere jaren, waarin ik was verstoken van het ondergoedbesef, had ik nooit gedacht dat het zo'n invloed op mij kon hebben.

Maar toch, ik kan me niet echt aansluiten. Hoewel de kant naar me lonkt, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om de stap helemaal te zetten. Ik flirt met het geloof, maar blijf een non-gelover. Ik draag mijn stier-verblindende rode setje nog steeds graag, maar kan geen afscheid nemen van mijn meisjes-boxershorts (,,verbranden! verbranden!'' hoor ik de lingeriemeisjes in mijn hoofd sektarisch scanderen). Ik heb er geen geld, geen geduld en geen gevoel voor. Ik blijf half. Soms in het delicaatste stofje gehuld, de andere keer van top tot teen in ouderwets katoen. Maar ach, weet je: het gaat toch weer uit.