Het heelal krioelt van kleine ultra-compacte dwergsterrenstelsels

In het heelal krioelt het waarschijnlijk van extreem kleine, maar tevens extreem compacte sterrenstelsels. Deze stelsels zijn duizend maal zo klein als ons melkwegstelsel, maar bevatten altijd nog tientallen miljoenen sterren. Doordat ze ook in grote telescopen op gewone sterren in ons melkwegstelsel lijken, werden deze `ultra-compacte dwergen' (UCD's) tot voor kort door astronomen niet opgemerkt. De ontdekking van deze nieuwe klasse van sterrenstelsels werd bekendgemaakt door Britse en Australische astronomen tijdens de – serieuze – bijeenkomst van de Royal Astronomical Society die op 1 april in Londen werd gehouden.

De eerste ultra-compacte dwergen werden drie jaar geleden door dezelfde groep astronomen bij toeval ontdekt tijdens waarnemingen aan de Fornax-cluster. Dat is een grote verzameling sterrenstelsels op een afstand van ongeveer 60 miljoen lichtjaar van ons melkwegstelsel. Steve Phillipps en zijn collega's vonden toen in die richting enkele puntvormige objecten die veel op de sterren van ons eigen melkwegstelsel leken, maar ze bleken toch tot de Fornax-cluster behoorde.

Nieuwe waarnemingen hebben nu enkele tientallen van deze sterachtige objecten in de Fornax-cluster aan het licht gebracht. En ook in de Virgo-cluster, een andere grote verzameling van sterrenstelsels die eveneens op een afstand van ongeveer 60 miljoen lichtjaar staat, zijn ze gevonden. Uit het betrekkelijke gemak waarmee deze ultra-compacte dwergen worden gevonden, leiden de astronomen af dat ze tot de standaardbevolking van zulke clusters behoren en er misschien wel in grotere aantallen in voorkomen dan de gewone sterrenstelsels. De UCD's hebben een diameter van gemiddeld 120 lichtjaar, slechts dertig maal de afstand van de zon tot de meest nabije ster. Maar uit hun helderheid blijkt dat in dat gebiedje tientallen miljoenen sterren zitten.

De sterren in dit nieuwe type sterrenstelsel zitten net zo dicht opeen als de sterren in het centrum van ons melkwegstelsel. De astronomen denken dan ook dat het hier gaat om de kernen van sterrenstelsels waarvan de buitenste delen geheel zijn afgestroopt. Dat zou kunnen gebeuren als zo'n stelsel een groter stelsel ontmoet en een sterke getijdenwerking ondervindt. De compacte kernen zouden in dit geval de overblijfselen van het proces van het ontstaan van grote sterrenstelsels kunnen zijn. Grotere stelsels zijn vaak door het opslokken van kleinere buren aan hun huidige afmetingen gekomen.