H. Tjeenk Willink: de bureaucratie drukt de professionals weg

Vice-president van de Raad van State H. Tjeenk Willink zegt tegen Folkert Jensma dat agenten, onderwijzers en huisartsen grotere invloed op het openbaar bestuur moeten krijgen.

Maar we luisteren toch al heel goed naar de praktijk? Ieder journalistiek verhaal begint er, het parlement houdt speciale hoorzittingen voor ze, politici lopen verplicht op straat om te horen wat daar gevonden wordt?

,,Ik merk natuurlijk dat men vaker op zoek gaat naar de mensen in het veld. Maar de consequenties worden vaak niet getrokken. Neem nu dat artikel over het ontstaan van het vmbo (Z, 13 maart). Dat schooltype bleek sterk geïnspireerd door deskundigen met een ideaal, terwijl er scepsis was in het veld. De onderwijsgevenden hebben zich er maar bij neergelegd. Vervolgens blijkt dat het niet loopt. Dan zeggen de deskundigen: we zouden eigenlijk iets anders moeten. Die mensen worden dus twee keer in de steek gelaten. Er wordt niet eerst gevraagd naar een analyse door henzelf: wat zien zij nou als probleem? Bij integratie hetzelfde. Er zijn natuurlijk veel mensen op scholen die heel goed weten wat de problemen zijn. Maar daar gaan we niet van uit. We schuiven daar allerlei sociale en politieke uitgangspunten onder en dat vertalen we in bureaucratische beheersmaatregelen. Het benauwende is dat vroeger de bureaucratische bemoeienis met de publieke voorzieningen vooral van de overheid kwam. Nu zijn daar allerlei verzelfstandigde diensten bijgekomen. Maar ook private ondernemingen doen eraan mee, bijvoorbeeld de verzekeringswereld in de gezondheidszorg. Die tussenlaag kijkt alleen naar elkaar. Niet meer naar de professional, niet meer naar de burger en eigenlijk ook niet meer naar de politiek. Dat is een wereldje van meestal goedbetaalde functionarissen die elkaar de bal toespelen. Zo druk je dus de professionaliteit van de uitvoerders weg.''

Die `professionals' hebben overigens ook vaak het beste met zichzelf voor. Voor hún idealen is doorgaans ook geen budget groot genoeg.

,,Ik zeg niet dat je hen niet hoeft te controleren. Maar dat kan je ook onderling laten doen, door collega's in de beroepsgroep. Of je schakelt de patiënten in, of de ouders, of de wijkbewoners. Je moet het natuurlijk niet financieel uit de hand laten lopen. Maar het gaat mij om die tussenlaag, die nu volkomen buiten beeld is. Wat mij verbaasde is de verbazing over de salarissen die worden verdiend door de top van die zelfstandige bestuursorganen. Dat wisten we toch!''

Goed, maar zodra er wel zo'n instantie in beeld komt, schakelt de politiek meteen over op Heilige Verontwaardiging. Dan gaat het opeens over het verschil tussen marmer en natuursteen en de vraag of de parkeerkelder meetelt in de vierkantemeterprijs.

,,Dat noem ik geen serieuze controle. Dat is een incident. Plotseling inzoomen om te kijken of het beeld met de eigen werkelijkheid klopt. Hier kon je vooral de verbazing waarnemen over het feit dat ook in die tussenlaag dit soort kantoren normaal zijn geworden. Ook dat hadden we kunnen weten. Je kunt niet zelfstandigheid verlenen en bedrijfsmatig werken opleggen en tegelijk het soort soberheid verlangen dat niemand in Nederland meer in acht neemt. De gebouwen van de Kamer zien er ook mooi uit. Prima, mij zul je er niet over horen. Maar dan die verontwaardiging... nou, nou. Of we niks beters te doen hebben.''

U gaf in uw jaarverslag een vrij akelige analyse van de staat van de overheid: privatiseren en afstoten van overheidstaken leidde tot een bureaucratische tussenlaag waar alle bestuurlijke vernieuwing smoort. De Kamer wil te vaak vooraf meesturen, in plaats van achteraf controleren. Incidentjes geven de toon aan. Van onze `instituties', regering en Staten-Generaal, kennen we de regels en omgangsvormen niet meer. Waarom lees ik nergens het woord crisis?

,,Daar moet je vreselijk voorzichtig mee zijn. Er zijn veel mensen bij de overheid die bereid zijn te veranderen. Die willen ook iets doen aan het ongenoegen van de burgers. Ik wil vooral kijken hoe dat komt. We zeggen steeds dat de afstand tussen burger en politiek te groot is. Komt dat door een verkeerd kiesstelsel? Of door wat politici zeggen en burgers ondervinden niet parallel loopt? Of dat burgers al hun ongenoegen en risico's op de overheid afwentelen? En waar komt dát dan door? De maatschappij is zo ingewikkeld geworden dat de politiek zich daartegen vaak niet opgewassen voelt. Maar ze wordt daarop wel aangesproken. Die tussenlaag is er ook om dat op te vangen.''

Als we dan eens begonnen met de burgemeester te kiezen.

,,Ik ben daar niet tegen, maar ik wil wel graag weten welk probleem we ermee oplossen.''

Bijvoorbeeld het gebrek aan vertrouwen tussen burger en politiek.

,,Maar uitgerekend tussen de burgemeester en de burger is dat vertrouwen er meestal wel. Misschien moet je de burgemeester wel kiezen, maar dan voor de versterking van zijn positie ten opzichte van de wel (indirect) gekozen wethouder. Degene die het probleem definieert heeft vaak de oplossing al in het hoofd. Het probleem wordt het spiegelbeeld van die vooronderstelde oplossing.''

Toch is het hervormingsenthousiasme nog nooit zo groot geweest. Referenda, nieuw kiesstelsel, duaal gemeentebestuur. U zou enthousiast moeten zijn, maar u houdt een beetje moedeloos de boot af, lijkt me.

,,Nee, dan moet ik ermee ophouden en dat ben ik niet van plan. Je merkt inderdaad dat men nu wil veranderen. Maar weten we waarom? Anders ontdekken we een paar kabinetten verder dat we het juist hebben verergerd. Ik noem de vaste adviescolleges voor departementen – die hebben we in de jaren '80 gesaneerd. Daar waren we allemaal zeer tevreden over. Maar ik zet daar nu vraagtekens bij. De mogelijkheid voor het openbaar bestuur om dure adviseurs in te schakelen is groter geworden. Was dat ook de bedoeling? Is het te veel gevraagd om eerst te zien of er iets terecht is gekomen van wat we toen dachten?''

Dus nóg maar eens terug naar de tekentafel, nóg maar eens een advies?

,,Adviezen met oplossingen worden vaak verward met analyses van problemen. De hele wereld is veranderd, de problemen zijn veranderd, maar een aantal zaken die D66 40 jaar geleden voorstelde worden nog steeds als de oplossing aangeboden. Ik sluit helemaal niet uit dat dat ook kan. Maar je moet je toch ten minste afvragen of dat logisch is. Zijn we tevreden over de resultaten van de grote operaties uit de jaren '80:

de sanering van de adviescolleges, deregulering, decentralisatie, modernisering van de overheid, privatiseren en afstoten van taken. En zo nee, waar ging het dan mis?''

Maar de politiek is een bij uitstek zenuwachtig, conjunctuurgevoelig proces geworden, waar men zich geen tijd meer gunt voor zo'n omslag in het denken.

,,Maar die omslag wilden we toch? Daaraan wil ik bijdragen door aan te geven dat de overheid niet alleen openbaar bestuur is: publieke voorzieningen. Het staatsbestel omvat meer: het domein van de politiek en het recht en de spelregels die die terreinen beheersen. We concentreren ons alleen op de publieke voorzieningen. We geven daar meer vrijheid, we stoten taken af, we laten het beheer buiten de deur doen, we huren adviezen adhoc in. Het staatsbestel raakt uit balans. Ik vraag dan: `doen we het wel goed?'''

Heeft u de indruk dat er typische overheidstaken zijn zoekgemaakt?

,,De markt is niet in alles een oplossing. De overheid kan het ook niet allemaal van bovenaf. Ik vraag dan: zullen we als burgers nog eens iets samen doen? Er werken hier van oudsher veel sociale verbanden van burgers. Het sociale

zekerheidsstelsel is eruit ontstaan. Veel scholen ook. Dat is in de loop van de tijd verstatelijkt, geprofessionaliseerd. We zijn het ten onrechte als louter `CDA-bolwerken' gaan zien. Maar die gedachte van burgers die zich druk maken om het publiek belang is aantrekkelijk. Men vormt hier coöperaties, denkt na over landbouw, beveiligt samen wijken, of publiceert samen kranten, ja, voordat de commercie toesloeg dan. Het aantal vrijwilligers is hier zeer groot – het veroudert, maar het is nog steeds zeer groot. Ons staatsdenken is deels gebaseerd op die publieke inzet van burgers. Subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring. Dat hebben we verwaarloosd. Waarom gaan we daar niet opnieuw mee aan de slag? We zouden meer aan de burger als `publieke ambtsdrager' moeten overlaten.''