Elke safari is nu eenmaal een beetje afzien

In Berlijn, de hoofdstad van Duitsland, kun je de stad bekijken vanuit een ronkende Trabant.

Een toerist is het gewend dat hij naar een stad kijkt, maar de stad niet naar hem. In Berlijn bestaat de mogelijkheid de stad te bekijken en tegelijk bekeken te worden – zonder daarbij doorgaans bedekte lichaamsdelen te ontbloten. Voetgangers deinzen achteruit, wachtenden bij het verkeerslicht stoten elkaar aan. Oudjes in een toeristenbus springen op, klappen en knikken bemoedigend: Kom op jongen, je kunt het wel.

In een grote blauwe rookwolk en begeleid door oorverdovend motorgeronk weet ik weg te komen uit een parkeerplaats aan de Gendarmenmarkt. Het kost spierkracht. En zelfvertrouwen. Na drie meter geven de twee cilinders het op. In de bus gieren de oudjes het uit. Te weinig gas, doceert gids Hans, een bijklussende toneelspeler. Frummelen aan de choke. Vooral kalm blijven nu. De motor springt weer aan, de buitenspiegel trilt en ook het glas achterin vibreert

hevig. We rijden weer. Even teruggrijnzen naar die bus.

Hans begeleidt safari's, zogeheten Trabisafari's. Dat zijn stadsrondritten waarbij men zelf mag rijden in een autootje van DDR-makelij. Is dat kitscherig? Zeker.

De Trabi, Trabant, is een symbool bij uitstek van Ostalgie, van weemoed naar de verdwenen DDR, naar een wereld in het Oosten die op 1 mei weer een stapje verder de geschiedenis in schuift. Gedurende anderhalf uur heeft men de kans iets van die nostalgie op te snuiven en tegelijk bij te dragen aan de instandhouding van de mythe. `Kijk, ze zijn er nog, die Trabantjes. Wie niedlich!' Dat een vorige bezitter tien, twaalf, misschien wel zestien jaar op zijn eigen auto moest wachten, verklapt het schattige uiterlijk niet. Dat het dak bestaat uit een soort bakeliet vermengd met katoen (Duraplast) omdat metaal in de DDR altijd schaars was, kun je ook niet zien. (Wel horen, als je op het dak klopt.)

Elke safari is een beetje afzien. De Trabant heeft de pook aan het stuur en vereist robuust gebruik van het gaspedaal. Ervaring in een 2CV strekt tot aanbeveling. Als we met 30 kilometer per uur over de kasseien van de Niederkirchnerstrasse richting Checkpoint Charlie denderen, krijg ik spijt van die Milchkaffee bij de lunch. In ruil voor de matige vering en de beduimelde zwartgele bekleding is het dashboard aangenaam overzichtelijk. Slechts één metertje leidt de aandacht af. Groene lichtjes in een halfronde cirkel geven het brandstofverbruik weer: de Mausekino, muizenbioscoop. Waarom het metertje zo heet, weet Hans ook niet. (De brandstofvoorraad kan alleen met behulp van een peilstok in de tank onder de motorkap gecontroleerd worden. De peilstok is standaard.).

Nadat we de Gendarmenmarkt met de twee koepelkerken en het Schauspielhaus van Schinkel van alle kanten hebben gezien, durft Hans het met de nieuwe chauffeur wel aan. Zeker na een geslaagde noodstop voor een dame in bontjas die onverwachts voor het Hilton de straat oprende. Het gaat in oostelijke richting. We hebben de tocht `Wild East' geboekt.

Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, eerste bezienswaardigheid, blijkt al meteen de zwakke plek van dit type rondrit. Men moet én rijden én kijken én luisteren. Hans zit vol wetenswaardigheden. Hoe mooi het atrium is, dat je er ook als passant koffie kunt drinken, dat het gebouw ondergronds verbonden is met een veel ouder gebouw. Ik vertraag tot 15 kilometer per uur. Zoals veel gebouwen in de regeringswijk weerspiegelen de opeenvolgde bewoners episodes uit de Duitse geschiedenis. Eerst de Reichsbank, toen het Centraal Comité van de SED, vervolgens de Volkskammer, die er stemde over de Duitse eenwording en tegenwoordig Joschka Fischer van de Groenen. Zeven decennia Europese geschiedenis in 30 seconden. Ik mis een afslag naar links.

Later koersen we over de Karl-Marx Allee, vroeger Stalinallee, langs de woning waar de ostalgische film Goodbye Lenin werd opgenomen. ,,Er zijn destijds 1 miljoen Russen geofferd om Berlijn te bevrijden'', weet Hans. ,,De Amis lieten de Russen toen hier het vuile werk opknappen.'' Voor ons ligt de B1 naar Polen. Op een dak staat nog een oude Tsjechoslowaakse lichtreclame. De Trabant ronkt luid, maar zelfverzekerd. Op de achtergrond ratelt Hans maar door. De zon kleurt de socialistische pronkboulevard zachtroze. Het liefst zou ik blijven zitten en gemoedelijk naar Warschau hobbelen. Maar Hans is onverbiddellijk. Hij wil me per se een van de inmiddels zeldzame restjes van de Muur laten zien.

Hotels

ADLON. Kopie van legendarische voorganger vlak naast Brandenburger Tor. Behoort tot de duurste van de stad en gold in de jaren '90 als hét hotel. Inmiddels heeft Berlijn een keur aan herbergen met vijf sterren. Unter den Linden 77. (0049) 3022610

SAVOY. Stijlvol, ouderwets hotel in West-Berlijn met rijke geschiedenis en prachtige bar. Een enkele slijtageplek maakt deel uit van de charme. Fasanenstrasse 9. (0049) 30311030

KÜNSTLERHEIM LUISE. Avontuurlijk hotel in Oost-Berlijn. Wel omschreven als `een galerie met bedden', omdat elke kamer een kunstwerk is. Luisenstrasse 19. (0049) 3028448

Restaurants

BORCHARDT. Dé plek voor politici en lobbyisten in hartje stad. In Berlijn heb je het pas echt gemaakt als je hier door de achterdeur naar binnen mag. Französische Strasse 46. (0049) 3020387110

PARIS BAR. Sfeer en kaart van een klassieke bistro. Wereldberoemd, ondanks pittige prijzen, arrogant personeel en abominabele wc. Vast adres voor filmsterren. Kantstrasse 152. (0049) 3138052

CAFÉ AM NEUEN SEE. Restaurant/Biergarten midden in park Tiergarten met verhuur van roeiboten. Lichtensteinallee. (0049) 302544930