Een donderdag in het groen

Brussel, de hoofdstad van België, is ook de speeltuin van de Europese Unie. Alles komt hier bij elkaar.

`Jaaaa chouchou, heel knap!' Een Congolese moeder met zonnebril kijkt naar haar dochter van drie, die van de glijbaan roetsjt. Ze heeft totaal geen zin om het kind op te vangen, want ze zit op het terras naast het speeltuintje met een Portugese grootmoeder en een Libanees, die vanachter een kop koffie een schuin oog houden op hún kleine schatjes. Zij noemen ze Querido en Habibti.

Er zijn genoeg plekken in Brussel die op de een of andere manier `typisch' zijn. Plekken die je in andere Europese hoofdsteden niet vindt, zoals het Atomium, het Afrika-museum of de gigantische kruispunten waar bijna alle verkeerslichten tegelijk op groen springen. Maar die belichten vaak maar één aspect van de geschiedenis, de sfeer of de (on)hebbelijkheden van België. Jeux d'Hiver, de oude brasserie in het Ter Kamerenbos met het speeltuintje ernaast, belichaamt er een heleboel tegelijk: van de koloniale ambities van wijlen koning Leopold II tot het feit dat Brussel de hoofdstad van Europa is, van de Belgische voorliefde om overal en nergens te parkeren tot de ruzies tussen gemeenten, stadsbestuur en gewest in deze hybride stad vol verschillende `autoriteiten', van de onmiskenbare kwaliteit van het Brusselse leven tot het feit dat dit de groenste stad van Europa is.

Om een mild en genietbaar klapje van al deze molens te krijgen, hoef je alleen maar op een willekeurige, zonnige dag je kinderen onder de arm te nemen en een uur of wat in het speeltuintje te gaan zitten.

Waar in Europa vind je zo'n variëteit aan nationaliteiten als hier, in de `groene long' van Brussel? Kinderen, schoenen vol zand, gillen in het Pools, Hebreeuws, Italiaans of Frans naar elkaar. De ouders, die vaak voor een van de vele Europese instellingen in de stad werken (of voor de lobby- of advocatenkantoren of NGO's) leggen op hun beurt, en zelden in accentloos Frans of Engels, contact. Als er ergens een plek is die aangeeft welke rol Brussel in de wereld speelt, dan is het wel deze. Jeux d'Hiver stond daar ruim honderd jaar geleden, grappig genoeg, óók al symbool voor. Op het bordje bij het pad dat naar dit oude chalet leidt, staat het al: `Ancient Colonial Lounge'.

Aan het eind van de negentiende eeuw, toen dit bos tot park werd omgetoverd, financierde de megalomane koning Leopold de bouw van prachtige paviljoens en priëlen met zijn inkomsten uit de Congo. Dat was Leopolds persoonlijke kolonie. Hij zoog het land compleet leeg. Nu is het park eigendom van de stad Brussel. De meeste paviljoens zijn afgebrand (zoals het Chalet Robinson, op een eiland in de vijver), of totaal vervallen. De enige twee oude gebouwen die nog gebruikt worden, lijken nog steeds op de ansichten uit 1910. De ene is het Chalet des Rossignols, dat nu Jeux d'Hiver heet, omdat het een tijdlang alleen op donderdag open was (jeudi) en omdat het er zo groen (vert) is. Het chalet dat vijftien jaar geleden door een groep studenten ontdekt werd, is oker geverfd. Het wittige latwerk van de luiken en het hek om de terrassen is nog net als vroeger. Het uitzicht ook: een immens, glooiend gazon vol spelende kinderen, voetballende jongens en wandelaars, omzoomd door eeuwenoude eiken. Vlak ernaast ligt het Chalet du Gymnase, dat ook nog steeds een café is (maar iets minder branché), met de oude ijsbaan.

`Goh', zegt de Libanees bij de speeltuin, ,,nú begrijp ik waarom de banken in het café net zo bekleed zijn als de hoedjes van Mobutu.'' Hij is net aan de bar binnen drankjes gaan halen voor de Congolese, de Portugese en hemzelf. De geweien aan de muur zijn hem ook opgevallen, maar hij dacht dat dat gewoon hip was. ,,Interior decorating, of zo.'' De Congolese moet lachen. Wat een grap! Nee, zij wist dit ook niet. En ze komt hier al jaren. ,,Zelfs als hier de nationale feestdag wordt gevierd, op 21 juli. De kinderen vinden het énig.''

Door het Ter Kamerenbos lopen gewoon autowegen. Tien jaar geleden werden er weleens autoraces gehouden. Nu word je geflitst als je harder dan 50 rijdt. Want zeker ter hoogte van de speeltuin knalde de ene automobilist na de andere op voertuigen die gewoon op de weg geparkeerd stonden. Voor 's nachts. Dan begint het park aan een tweede leven. In een bijgebouw aan de achterkant, door bomen aan het zicht onttrokken, baat Jeux d'Hiver een van de beste discotheken van de stad uit. Als het warm is, dans je er in de open lucht. Stagières van de Europese Commissie huren de hele tent soms af voor een feest. Omdat er maar een klein parkeerplaatsje is, moet je je bolide wel op de weg zetten. Stad, gemeente en gewest Brussel kunnen het niet eens worden over het verkeersbeleid. Als de één besluit om het park autovrij te maken, al is het maar in het weekend, maakt de ander het weer ongedaan. Ook dat is typisch Brussel.

De Portugese grootmoeder roept haar kleinkinderen. Schatjes, naar huis! Het opblaaskasteel waar ze net nog op sprongen, zakt al in elkaar. Het wordt donker. ,,À demèn?'' zegt ze tegen de anderen, de arm vol vesten, sokken en schepjes. ,,À demaing'', zegt de Congolese. ,,À demain'', zegt de Libanees. ,,En pas op dat u niet overreden wordt.''