De portemonnee van gehandicapten

Wie beheren het geld van de circa 130.000 verstandelijk gehandicapten in Nederland? En wie is hiervoor het beste toegerust: de gehandicapte zelf, zijn familie, zorgverleners of de notaris?

Al maanden probeert Nicolette de Lange te achterhalen wat er maandelijks wordt afgeschreven van de bankrekening van haar gehandicapte zus Patricia. Patricia (47), een mongoloïde vrouw, woont in een appartementencomplex waar zij en vijftig andere verstandelijk gehandicapten ook worden verzorgd. De Lange kwam erachter dat Patricia's bankpasje en rekeningafschriften bij de directie van de zorginstelling liggen. Toen zij daar vroeg om inzage in de financiële administratie van haar zus, werd er agressief gereageerd. ,,Zo agressief'', zegt De Lange, ,,dat ik de nodige argwaan kreeg. De directie zei dat zij geen verantwoording hoeft af te leggen omdat Patricia handelingsbekwaam is. Maar wie houdt in de gaten of zij zorgvuldig met mijn zus' geld omspringt? Patricia kan dat niet en ik vertrouw het niet. Laatst kocht de leiding bijvoorbeeld heel veel drank op kosten van de bewoners. Maar die drinken helemaal geen alcohol.''

Het komt vaker voor: onduidelijkheid over wie de financiën beheert van een verstandelijk gehandicapte, en familieleden die een zorginstelling wantrouwen omdat die in hun ogen nonchalant of verkwistend omspringt met diens geld. Medewerkers van telefonische hulplijnen, opgezet door belangenverenigingen van ouders van verstandelijk gehandicapten, zeggen dagelijks te moeten bemiddelen tussen familieleden en zorginstellingen die problemen hebben over geld. Die kunnen overal over gaan: over een duur theateruitje waarvoor de familie onaangekondigd de rekening krijgt gepresenteerd tot ontevredenheid over de geleverde zorg – en de prijs daarvan. Soms lopen conflicten zó hoog op dat de rechter eraan te pas moet komen.

,,Als je een verstandelijk gehandicapt kind hebt, moet je gaan nadenken over het beheer van zijn financiën als hij 16 of 17 jaar is'', zegt Monica de Visser, die de hulplijn beheert bij Philadelphia, een protestants-christelijke belangenvereniging voor (familie van) verstandelijk gehandicapten. ,,Vanaf zijn achttiende is een persoon handelingsbekwaam, óók een verstandelijk gehandicapte die misschien de verstandelijke vermogens heeft van een kind van zeven.'' Met andere woorden: als een 18-jarige schulden maakt of andere financiële problemen krijgt, is hij daar zelf verantwoordelijk voor. Tenzij via de rechter een andere persoon of instantie is benoemd tot financiële zakenbehartiger.

Dat kan op twee manieren: door een bewindvoerder aan te stellen of een curator. Een persoon onder curatele stellen en een curator aanstellen die in zijn plaats alle beslissingen neemt, inclusief de financiële, is de meest verstrekkende beslissing. Wie onder curatele staat is formeel niet meer handelingsbekwaam en elke beslissing die hij neemt kan teruggedraaid worden. Voor sommige meervoudig verstandelijk gehandicapten die zelf niets kunnen regelen en de gevolgen van hun daden niet overzien, is dit de beste oplossing. Maar drastisch is het wel: degene die onder curatele staat verliest bijvoorbeeld ook zijn kies- en stemrecht. De rechter, die als enige beslist over curatele en bewindvoering, legt deze zwaarste maatregel niet snel op.

Een bewindvoerder aanstellen gebeurt vaker, al waarschuwen juristen dat rechters hierin terughoudender zijn geworden. ,,Een rechter kijkt tegenwoordig heel kritisch of bewindvoering écht nodig is'', vertelt Siem van den Broek, jurist bij Philadelphia Zorg, een zorginstellingsketen die op 600 locaties 6.000 gehandicapten zorg biedt. Zoals de meeste grote zorginstellingen voor verstandelijk gehandicapten heeft ook Philadelphia Zorg speciaal voor het beheer van bewindvoeringen van cliënten een stichting opgezet: Stichting Philadelphia Bewindvoering en Vermogensbeheer.

Volgens Van den Broek wijzen rechters bewindvoering soms af als zij denken dat een gehandicapte zijn zaken ook zelf kan regelen, of als deze geen bewindvoerder wil. Meestal wordt een familielid of goede vriend voorgedragen, maar op verzoek van de gehandicapte, diens familie of de officier van justitie, kan ook een instantie worden aangewezen.

Volgens Bert Vedder, manager zorgplanning bij Philadelphia Zorg, voeren zorginstellingen via hun stichtingen alleen bewindvoeringen uit omdat sommige gehandicapte cliënten dat graag willen. ,,Zelf doen we het liever niet.'' Van den Broek: ,,We zijn geen bank. Het is een dienst naar onze cliënten toe. We verdienen er ook niks mee.'' Volgens De Visser van belangenvereniging Philadelphia – die al decennia losstaat van Philadelphia Zorg – is een persoonlijke bewindvoerder vaak dé oplossing. ,,Op die manier verzekeren degenen die echt betrokken zijn bij de gehandicapte zich van invloed.''

Als een familielid of vriend tot bewindvoerder wordt aangesteld, krijgt hij zware financiële bevoegdheden; die houdt hij, ook als hij een externe instantie zoals een stichting bewindvoering of een notariskantoor machtigt om namens hem de bewindvoering uit te voeren.

Nicolette de Lange, die zich zorgen maakt over het geld van haar zus, zou als zij bewindvoerder was, bijvoorbeeld inzagerecht hebben. Daardoor zou zij het financiële deel van Patricia's patiëntendossier kunnen lezen – en achterhalen hoe er met Patricia's geld wordt omgesprongen.

Maar de meeste families treffen volgens De Visser geen officiële regelingen. ,,Zij proberen onderhands, in overleg met de gehandicapte, afspraken te maken over het beheer van diens geld.'' Bewindvoering vinden zij `betuttelend' of `kleinerend' of zij realiseren zich niet dat formele afspraken nodig zijn om invloed te kunnen uitoefenen (bijvoorbeeld bij een zorginstelling) op het geldbeheer. Maar volgens De Visser is het de bedoeling dat ook de persoonlijke bewindvoerder beslissingen neemt in overleg met de gehandicapte. Daardoor zou het wel meevallen met de betutteling.

Volgens Wim van Minnen, directeur van de Federatie van Ouderverenigingen (FvO), koepelorganisatie van vijf belangenorganisaties waaronder Philadelphia, is het ook mogelijk om informeel, met een aantal persoonlijk betrokkenen zoals familieleden en vrienden, iemands financiële zaken te regelen. ,,Door de verantwoordelijkheden te delen, is de kans op onderling wantrouwen over de centen klein en blijft de werkbelasting beperkt. Bovendien, vijf weten meer dan één.''

Bij verstandelijk gehandicapten, die op een erg laag niveau functioneren, valt volgens Van Minnen de keus vaak terecht op een formele oplossing (curatele of bewindvoering). ,,Maar de meeste problemen rond financiën ontstaan bij mensen die relatief hoog scoren qua verstandelijke vermogens en veel kunnen. Dan functioneert een informeel netwerk beter dan een andere opgelegde maatregel.''

Bewindvoering door een stichting raadt de FvO af. Volgens Van Minnen is deze niet echt onafhankelijk van de zorginstelling, al zijn de verschillende geldstromen tegenwoordig wel gescheiden. Bijkomend nadeel zou zijn dat een stichting niet zoveel tijd heeft (of neemt) voor allerlei bijkomende zaken waarmee het inkomen opgepept kan worden, zoals geld terugvorderen via de belastingdienst of bijzondere bijstand aanvragen bij de gemeente. De Visser: ,,Familieleden lopen meestal toch iets harder, uit persoonlijke betrokkenheid.''

Verstandelijk gehandicapten die zelfstandig hun financiën regelen, bestaan natuurlijk ook. Maar volgens Van Minnen wordt deze groep kleiner doordat er steeds meer meervoudig gehandicapten van een laag niveau bijkomen. ,,Bovendien is het voor iemand met een normaal verstandelijk vermogen al ingewikkeld genoeg om het inkomen van een gehandicapte te beheren.''

Met name het beheer van het zogenaamde Persoons Gebonden Budget (PGB), een uitkering in geld waarmee de gehandicapte zelf zorg mag inkopen, is ingewikkeld. Steeds meer zorginstellingen oefenen druk uit op gehandicapte cliënten om het beheer van hun PGB uit te besteden. Om die druk te kunnen weerstaan en te kunnen blijven onderhandelen over zorgverlening en prijs is wél belangrijk dat de verstandelijk gehandicapte sterk vertegenwoordigd wordt. Geduld, boerenslimheid en onderhandelingstalent zijn onontbeerlijk voor mensen die zich op dit pad begeven.