De ijle hoogte van Joost Zweegers

Het podiumbeeld is wat bizar. De linkerkant lijkt leeg, aan de andere kant verdringen zich vijf muzikanten van wie de drummer en de toetsenman voor een groot deel van de zaal achter de rechter luidsprekertoren verdwijnen. Waarom dat zo is, blijkt als Joost Zweegers zijn gitaar en de zangmicrofoon verruilt voor een piano, die ter linkerzijde blijkt opgesteld.

De Belgische band Novastar draait eerst en vooral om Zweegers, die ooit een theatertournee ondernam met geen ander gezelschap dan zo'n piano. Hier ging hij alleen tijdens de toegift over tot zo'n solo-opzet, want bij de vormgeving van zijn muzikale wensen bewijst zijn band goede diensten. Zweegers is zo'n zanger die in het drama zijn kracht ziet, die eerder de ijle hoogten opzoekt dan de mannelijke diepten. Geen doorsnee rocker, eerder iemand die in het ambacht van Crowded House of in de druilerige grandeur van Coldplay verwantschap herkent.

Zo achter de piano gezeten, of overeind komend als het echt dramatisch moet worden, is het inderdaad alsof hij Coldplay's Chris Martin naar de kroon wil steken. Maar hoewel Novastar duidelijk op hetzelfde publiek mikt, komt Zweegers daarvoor tekort. Zijn stem pakt je niet meteen in en de liedjes hebben te vaak een diffuus karakter. In de uitvoering wordt dat weer enigszins goedgemaakt, waarbij die band weer op de proppen komt.

Tegenover een overmatig geacteerde vocale uithaal staat een mooie arrangeervondst zoals een doorlopend gitaarloopje, tegenover een misplaatste kopstem staat de dynamiek die de band als geheel opbrengt. Maar het is Zweegers onnauwkeurig gestuurde pathos die Novastar de das omdoet. Kamino, Belgische landgenoten in het voorprogramma, liet als prettig contrast zien dat je met een sympathieke uitstraling en een minimum aan pretenties enig gebrek aan diepgang heel mooi kunt compenseren.

Concert: Novastar en Kamino. Gehoord: 21/4, Vera Groningen. Herhaling 28/4, Melkweg A'dam, 7/5, Effenaar Eindhoven, 14/5, Nighttown R'dam.