De burger heeft niet altijd gelijk

Arrogant bestuurder. Partij-apparatsjik. Megalomane plannenmaker. Tijdens zijn politieke carrière riep Hans Kombrink vooral heftige reacties op. Per 1 mei verlaat hij de Rotterdamse politiek. Een afscheidsinterview. `Burgemeester Opstelten is heel wendbaar meegebogen met de tijdgeest. En hij doet nu alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat het college het politiebeleid bespreekt.'

Er was eens een politicus die in verkiezingstijd zei: ,,Ik vind dat we in het voeren van een voorkeursbeleid voor migranten te ver zijn doorgeschoten. Migranten hebben rechten, maar ook plichten.'' Hij zei verder: ,,We voeren een campagne om weer met de gewone man in contact te komen. Dan moet je niet met een grote boog heenlopen om de onlustgevoelens die er leven.''

En om dat wat begrijpelijker te maken, gaf de politicus een voorbeeld. ,,Ik werd laatst gebeld'', zei hij, ,,door een mevrouw uit Australië die na vijfendertig jaar terug was gekomen naar Nederland. Haar dochter wilde Nederlands leren. Maar het arbeidsbureau vertelde haar dat zij niet aan de vereiste voorwaarden voldeed. Zij stond hier overal voor gesloten deuren, want ze viel onder geen enkele voorkeursregeling voor minderheden. Dan denk ik: dat kan toch niet de bedoeling zijn.''

De partij die de politicus vertegenwoordigde was de PvdA. Wouter Bos? In 2002?

Fout.

Aan het woord is Hans Kombrink. In 1994. Met Hans Simons voerde hij toen voor de PvdA de lijst aan bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam. Wie zich ervan wil overtuigen dat Nederland de afgelopen jaren een ander land is geworden, moet het interview lezen met `de twee Hansen' dat op 28 februari 1994 in Vrij Nederland stond.

Hans Kombrink (Steenwijk, 1946) geldt de laatste jaren als vertegenwoordiger van `de linkse kerk'. Hij noemde Pim Fortuyn een `Janmaat in het kwadraat'. Stond symbool voor de PvdA als `arrogante bestuurderspartij'. Bezig met grote projecten, maar het contact verloren met de gewone man. Iemand die zich als wethouder met een dienstauto van zijn woning naar het stadhuis liet rijden – met de fiets een afstand van tien minuten of minder, als de stoplichten meezitten. Hans Kombrink is, kortom, de oude PvdA.

Maar in 1994 vielen Simons en vooral Kombrink juist op omdat ze rechtser waren dan de rest van hun partij. Of, moet je achteraf misschien zeggen: vooruitstrevender. Hans Kombrink ging vaker tegen de partijlijn in. Hij behoorde tot Nieuw Links, de vernieuwingsbeweging binnen de PvdA in de jaren zestig. In 1972 kwam hij in de Tweede Kamer. Zesentwintig jaar, het jongste Kamerlid ooit. In 1994 noemde Vrij Nederland hem een Ausputzer. Omdat hij `harde' dingen zei over migranten.

Simons, in dat vraaggesprek: ,,Iedereen mag zeggen wat hij wil zeggen.''

En Kombrink: ,,Ik vind het hartstikke fout om mijn mond over zulke thema's te houden. Er leeft irritatie over die voorkeursregelingen voor migranten. Niet alleen bij fanatieke racisten en notoire CD-stemmers. Maar veel breder: bij tal van burgers. Het is een politiek thema waar je niet meer omheen kunt.''

Kombrink had het over regelingen als de soepele vestigingsvoorschriften voor etnische ondernemers en het gratis zwemmen voor Marokkaanse vrouwen. Die roepen alleen maar ergernis op, zei hij. En, constateerde hij: ,,In het verleden is te veel aandacht besteed aan de bevordering van de eigen taal en cultuur. Daar willen we mee breken.''

Menig partijgenoot liet zich niet overtuigen. En de interviewers evenmin. Ze zeiden tegen de twee PvdA'ers dat die deden aan `electoraal opportunisme'. En tegen Kombrink dat hij klonk `als Bolkestein'. Aan het einde van het gesprek concludeerden ze: ,,Wat we op jullie campagne tegen hebben (...) is dat jullie niet aan het verstand van de kiezer appeleren, maar aan hun sentimenten, aan het gevoel in hun onderbuik. Je bevindt je op een glijdende schaal.''

De PvdA verloor in 1994 in Rotterdam 6 van de 18 zetels. Maar Kombrink en Simons werden toch wethouder. Het nieuwe, brede college (PvdA, CDA, VVD, D66 en GroenLinks), waarvan zij met burgemeester Bram Peper het gezicht vormden, kondigde aan dat veiligheid prioriteit nummer één zou worden voor het stadsbestuur. In het bijzonder werd gewezen op het toenemende wapenbezit op scholen.

Hoe het verhaal afliep is bekend. In 2002 verloor de PvdA opnieuw. En nog veel erger, omdat er een politicus was die succesvol campagne voerde, vooral op de thema's immigratie en veiligheid. Hans Kombrink werd na acht jaar wethouderschap gewoon raadslid. En volgende week verlaat hij de gemeentepolitiek helemaal om zich te kunnen wijden aan een aantal adviseurschappen.

Rotterdam zal Hans Kombrink herinneren om de Erasmusbrug, die er onder zijn verantwoordelijkheid kwam. Om het Nieuwe Luxortheater. En om zijn succesvolle lobby voor de benoeming van Rotterdam tot Culturele Hoofdstad van Europa in 2001. Niet om zijn uitspraken uit 1994.

Had u in 1994 het idee dat u de multiculturele samenleving ter discussie stelde?

,,Ja. Althans de idealistische versie daarvan. Ik vond: je moet kunnen zeggen... niet wat je denkt, maar wel wat verkeerd is. Het hóórt niet dat iemand een vuilniszak van vier hoog op straat flikkert. Dat zouden we van autochtonen ook niet pikken.

,,En daar werd met argwaan op gereageerd. We verstoorden het beeld van de close harmony. Ik herinner me dat Herman Meijer en Bea Kruse van GroenLinks nog tijdens de campagne bij me op bezoek kwamen. Die vonden het nodig even kennis te maken. Wat is dat voor iemand, wilden ze weten. Wat voor vlees hebben we in de kuip?''

Had u een gevoel van urgentie?

,,Ja. De demografische revolutie werd zichtbaar: het immigratievraagstuk, de vluchtelingenstromen. Ik dacht: dit betekent wel wat voor de stad. Toen hebben we het inburgeringsbeleid ontwikkeld. Rotterdam liep daarin voorop.''

Toch deed u na de verkiezingen buitenskamers niet meer zulke uitspraken als tijdens de campagne. Hoe was dat in het college? Was dáár een gevoel van urgentie?

,,Ja, kijk, je probeert die ontwikkelingen te vertalen in beleid dat een positieve invloed heeft. Je probeert de werkloosheid te bestrijden. Dat lukte ook. Daarmee werd een potentiële bron van problemen weggenomen. Je probeert aan de integratie bij te dragen. Dat gebeurde met die inburgeringscursussen. En met meer variatie in het aanbod van woningen. Dat was onze positieve agenda.

,,Maar over veiligheid werd in het college nooit gesproken. Ik heb niet één keer meegemaakt dat een politiebegroting of een jaarverslag in het college werd geagendeerd. Er was wel een subcollege van de burgemeester en de wethouder `veilig'. Eerst Hans Simons. Later Sjaak van der Tak. Die zaten dus wel eens ergens bij. Maar het politiebeleid kwam niet op de agenda van het college. Als je er toch iets over zei, dan was de houding van de burgemeester altijd: daar ga ik over.''

Hoe kan dat?

,,Nou ja, zo is het formeel geregeld. Het sluiten van Perron Nul (de opvangplek voor verslaafden bij het centraal station, red.) in 1994 bijvoorbeeld, dat is ook helemaal buiten het college om gegaan. Daar hebben we zwaar tegen geprotesteerd, omdat de opvang niet was geregeld. En dáár gaat het college wel over. Maar we hadden het nakijken. Burgemeester Peper deed dat gewoon zelf.

,,Opstelten heeft het politiebeleid trouwens ook nooit aan de orde gesteld in het college. Ja, nu. Na 2002. Opstelten is heel wendbaar meegebogen met de tijdgeest. En hij doet nu alsof het allemaal de gewoonste zaak van de wereld is. Maar toen vroeg je er echt niet naar. Er was ook geen gevoel: het gaat fout met de veiligheid. Het was georganiseerd. Het zat in een subcollege.''

In de acht jaar dat u wethouder was dacht u niet: het gaat niet vooruit met de veiligheid?

,,Ik zag het wel, maar meer in algemene zin. Niet als specifiek voor deze stad. Maar eerlijk gezegd: ik heb niet gezien hoe sterk die veenbrand van onvrede nog aanwezig was. Ik geloof niet dat ik de enige was trouwens. Menigeen heeft zich twee jaar geleden de vraag moeten stellen: waarom heb ik het niet gezien? Ik ook.

,,Als je bestuurder bent en tachtig uur in de week werkt, dan loop je het risico dat je geen signalen meer opvangt. Je luistert daarom naar wat de leden van je fractie horen. Maar ook in de hele raad was zo'n soort debat afwezig. Onderzoekers zagen het niet. Journalisten zagen het niet. Het bleek ook niet uit de peilingen. Wij leken een vrij tolerant volk. Dan is het moeilijk te zien.''

Maar in 1994 zag u het wel?

,,Ja. Maar dat kwam misschien ook door die nieuwe partijen. De CD. CP'86. Toen waren er signalen. De vraag is: waren die signalen er acht jaar later weer? Ik denk dat elf september een grote impact heeft gehad. Daarna veranderde er iets fundamenteel in de samenleving.''

Werd daar ook over gesproken in het college?

,,Ik zit me dat af te vragen. We zaten bij elkaar toen het gebeurde, want we hadden begrotingsoverleg. Maar daarna? Nee... ik denk het eigenlijk niet.''

Was u misschien te druk met uw eigen dossiers?

,,Ja. Ja, dat is altijd het risico. Je wordt opgeslorpt, hoe zeer je ook je best doet dat te voorkomen. Je loopt je uit de naad, je bent op een hoop plaatsen, maar je bent toch vooral bezig met jouw portefeuille. Je loopt het risico dat je de grote lijnen uit het oog verliest.''

Jonge wethouders van uw partij zijn tegenwoordig twee dagen in de week bezig met luisteren naar burgers. Een tevreden burger, dat is hun ambitie. Niet een groot theater of een brug, zoals bij u. Kan dat nog wel, in deze tijd, zulke grote projecten?

,,Ik hoop het wel. Het zou een verarming zijn voor de stad, als dat niet meer kon. Dan kom je aan de toekomst van de stad niet meer toe. Ik denk wel dat het goed is dat er periodiek even op je deur wordt geklopt: vergeet de korte termijn niet, vergeet het directe contact niet.

,,Maar stel dat we dat hadden gedaan. Zou dat dan een rol hebben gespeeld bij de vorige verkiezingen? Ik denk eerlijk gezegd van niet. De hoofdkwestie was die forse immigratie. Nou, probeer dat als stadsbestuur maar eens te beïnvloeden.

,,Je kunt proberen duizend mensen extra te laten inburgeren. Maar daar gaat het niet om. Je kunt zorgen voor een meer gevarieerd aanbod van woningen. Dat stond ook in mijn nota woonbeleid. Maar dat kost tijd. Die plannen worden nu uitgevoerd.''

Maar dat is beleid. Het gaat toch ook om beeldvorming? Het huidige college straalt weer urgentie uit.

,,Ja, we hebben de migratie naar de stad – daar moeten we eerlijk in zijn – niet als een probleem gedefinieerd. We hebben niet gezegd: die migratie moet worden beperkt, kansarmen horen niet thuis in de stad. Maar ik vind dat ook een negatieve agenda. En nu door wetgeving de immigratie is beperkt, is het ook de vraag of het probleem nog zo groot is. Als sociaal-democraat heb ik trouwens allereerst de neiging te zeggen: dan gaan we wat doen aan die kansarmoede.''

Maar die negatieve agenda wordt positief beoordeeld, zo blijkt uit enquêtes onder de bevolking.

,,Ja, dat is zo. Maar dat komt ook doordat de politie weer op sterkte is. In onze tijd had je ontzettend veel vacatures. De wijkteams waren vaak maar voor de helft bezet. Dat was overal in het land zo. Dus daar werd vanuit het kabinet ook op gereageerd. Maar ja, dan duurt het toch drie, vier jaar voordat die mensen zijn opgeleid.''

Had een veiliger stad tot een andere verkiezingsuitslag geleid?

,,Ik denk het niet. De mensen hadden de perceptie: de stad verloedert. Maar verloedering is een ingewikkeld begrip. Er komt van alles in samen. Niet alleen onveiligheid. Ook werkloosheid. En armoede. Slechte zorg. En al dat ongenoegen wordt dan verbonden door het idee dat er te veel mensen zijn die willen wat jij ook wilt.

,,Dus ik denk dat de relatie tussen onvrede en onveiligheid niet zo causaal is als dit college veronderstelt. Binnen het gevoel van verloedering verandert de kiezer steeds van agenda.''

U bedoelt: het programma van het huidige college, met zijn nadruk op meer veiligheid, was niet nodig op basis van de verkiezingsuitslag?

,,Ik zeg niet dat het er niks mee te maken had. Dat moet ik toegeven. Maar je moet uitkijken dat je niet tot een nieuwe eenzijdigheid komt. Dat het doorslaat naar de andere kant. Want dat risico is aanwezig. Het is actie en reactie. De pendule gaat heen en weer.

,,Ikzelf blijf het bijvoorbeeld van groot belang vinden aan een attractieve stad te werken. Mensen vinden het prettig dat ze nu naar een nieuw theater kunnen. Dat is óók onderdeel van hun leven. Dat er nu een pr-campagne moet komen om te laten zien dat deze stad ook allemaal goeie kanten heeft: dat is toch triest? In elk geval is het inefficiënt, met een campagne je eigen eenzijdige accenten repareren.''

Denkt u dat de kiezer het ook zo ziet?

,,Dat weet ik niet. Ik denk in elk geval dat er geen één op één verband is tussen wat je doet als lokaal bestuurder en hoe de kiezer stemt. De politieke agenda van mensen verschuift voortdurend. En dan heb je ook nog dat landelijke kwesties in de verkiezingen in grote steden vrij sterk domineren.''

Hoe kijkt u aan tegen het middel van enquêtes onder de bevolking, dat dit college vaak inzet om te weten te komen wat er leeft?

,,Daar zitten een hoop vragen niet in. Ik zou wel willen weten hoe mensen denken over de verdere ontwikkeling van de stad. Hoe ze de toenemende werkloosheid duiden. De ontwikkelingen in de thuiszorg. Maar dat wordt niet gevraagd. Men wil alleen de opvattingen over de eigen beleidsinzet achterhalen.

,,Zelf vraag ik me af of het voor partijen lucratief is om elkaar bij de volgende verkiezingen tot het laatst te beconcurreren op het veiligheidsthema. Dat werkt weinig onderscheidend. En ik vermoed dus dat de kiezer tegen die tijd alweer een andere agenda heeft.''

Dus u wilt wel weten wat de kiezer denkt, maar tegelijk vindt u dat een bestuurder zijn eigen lijn moet trekken?

,,Ja. Je moet zelfs tegen de gevoelens van mensen in durven gaan. Er bestaat zoiets als bestuurlijke verantwoordelijkheid. Omdat je een scope hebt die breder is dan de individuele positie van mensen. Die scope wordt ook van je verwacht. Als je nieuwe wijken wilt bouwen, moet je eerst oude huizen slopen. En als je sloopt, jaag je mensen tegen je in het harnas. Maar toch moet dat.''

De kiezer en u hoeven geen vrienden te zijn?

,,Nee. En ik denk dat de kiezers dat ook inzien. Ja, tenzij je overdrijft natuurlijk. Het is een beetje een antirevolutionaire houding, maar ik denk dat mensen een extreem populistische bestuurder op een dag niet meer vertrouwen. Dat ze gaan denken: zoals de wind waait, waait zijn jasje.

,,In die zin vind ik wel eens dat de burgemeester vanuit zijn specifieke verantwoordelijkheid meer zou moeten doen dan hij doet. Bij die moskeekwestie bijvoorbeeld heeft hij toch niet helemaal de goeie dingen gezegd. Hij nam geen afstand van die opmerkingen over de hoogte van minaretten.

,,Af en toe tegen de wind in zeilen is je plicht als bestuurder. Je moet niet alleen maar met de golven meegaan.''

Vindt u van uzelf dat u het evenwicht tussen de ivoren toren en de straat hebt weten te behouden?

,,Ik heb het geprobeerd. Perfect doe je het natuurlijk nooit. Maar we deden wel degelijk grote en kleine dingen. We bouwden een brug en een theater, maar we knapten ook pleintjes op. Daarmee lieten we de bewoners zien: hier staan wij geen verloedering toe. En zo waren er meer van die dingen.

,,Maar als je terugkijkt, moet je bijna per definitie zeggen... als je verrast wordt, ook als je dingen echt niet wist... dan is het toch niet gelopen zoals de mensen vonden dat het had moeten lopen.

,,Of het tempo was niet goed. De dingen gingen niet snel genoeg. Je moet kritisch op jezelf blijven.

,,Maar ik kijk wel met verbazing terug, ja.''