Cyprioten laveren tussen `enosis' en `taksim'

Het conflict op Cyprus stamt al uit de tijd dat de Britten nog de baas waren op het eiland. 44 jaar na hun vertrek is het nog steeds niet uit de wereld.

Alweer een beslissende dag voor Cyprus – de zoveelste in een schier eindeloze reeks. Het eiland treedt op 1 mei, hoe dan ook, toe tot de Europese Unie. Maar het is nog steeds niet duidelijk welk Cyprus dat zal zijn: alleen het Griekse deel of een Cyprus dat op de valreep en onder forse internationale druk instemt met het herenigingsplan van secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties.

De kwestie-Cyprus is een ongewenste erfenis van Britse dekolonisatie. Eind negentiende eeuw was het eiland na drie eeuwen Turkse heerschappij in Britse handen gevallen. De Britten verleenden het in 1925 de status van kroonkolonie, met een zekere mate van zelfbestuur. Maar dat bleek niet voldoende voor het overwegend Grieks-Cyprische deel van de bevolking.

Deze Grieks-Cyprioten streefden, aangemoedigd door Athene, steeds nadrukkelijker naar aansluiting met het Griekse moederland (`enosis'). En daar moest op haar beurt de Turkse minderheid (natuurlijk) niets van hebben. Haar stond veeleer `taksim' voor ogen, deling van Cyprus over beide bevolkingsgroepen. Deze strijd mondde in de jaren vijftig uit in een regelrechte guerrilla-oorlog.

Groot-Brittannië, Griekenland en Turkije bereikten in 1959 een akkoord. Het voorzag in onafhankelijkheid van Cyprus, met dien verstande dat de Britten militaire bases op het eiland mochten houden, en dat van aansluiting bij Griekenland danwel opdeling van het eiland geen sprake kon zijn.

Lang hield de overeenkomst niet stand. In 1963 werd er een regering gevormd zonder vertegenwoordigers van de Turks-Cyprioten. Zij zagen zich gedwongen zich steeds meer terug te trekken in enclaves met name op het noordelijk deel van het eiland, beschermd door eigen paramilitaire milities.

In de nadagen van het Griekse kolonelsbewind, in 1974, probeerde Athene heel Cyprus nog een maal in te lijven. De coup mislukte, maar hij was voor Turkije wel aanleiding troepen te sturen en een derde deel van het eiland te annexeren. Daarmee werd de deling in feite bezegeld, al weigerde de internationale gemeenschap die te erkennen, óok nadat de Turks-Cyprische leider Rauf Denktas in 1983 de Turkse Republiek van Noord-Cyprus uitriep. Uitsluitend Ankara erkende de afscheiding.

Indrukwekkend is het leger internationale diplomaten dat sinds het midden van de jaren zestig heeft geprobeerd de rivaliserende (leiders van beide) bevolkingsgroepen met elkaar te verzoenen. Het voortouw was (en is nog) steeds in handen van de VN, die hun mandaat voor vredestroepen op het eiland jaar-in, jaar-uit zagen verlengd. Maar nadat de Europese regeringsleiders in juni 1994 op het Griekse Korfu besloten dat toetreding van Cyprus tot de Europese Unie ,,prioriteit'' verdiende, groeide ook de Brusselse bemoeienis.

Eind 1997 zette de EU de deur voor Cyprus' toetreding officieel open, in de stellige verwachting dat werkende weg een bevredigende politieke oplossing zou worden gevonden. Twee jaar later begonnen in New York onder regie van de VN opnieuw onderhandelingen over een `algehele regeling van de kwestie-Cyprus'. Kort daarop onderstreepten de EU-regeringsleiders in Helsinki dat zo'n regeling voor Cyprus' aansluiting bij de EU ,,wenselijk, maar niet noodzakelijk'' was, een formule waarmee zowel Athene als Ankara – dat immers ook bij de EU wil komen – onder druk werd gehouden.

De gecombineerde VN/EU-strategie werkte, ook in Griekenland en Turkije, zó disciplinerend dat VN-chef Annan eind 2002 een gedetailleerd herenigingsplan waagde voor te leggen. Kort daarop kreeg Cyprus van de EU een entreeticket, per 1 mei 2004. Even leek een oplossing voor de 800.000 Cyprioten – 150.000 in het `Turkse' noorden, 650.000 in het `Griekse' zuiden – nabij. De hermetisch gesloten scheidslijn ging alvast een beetje open. Maar een definitief akkoord bleef uit, tot veler teleurstelling, ook op Cyprus.

Daarom is, zo werd wel overeengekomen, het woord vandaag ten langen leste aan de Cyprioten zelf. In twee afzonderlijke referenda kunnen zij hun oordeel geven over het (licht bijgestelde) VN-plan. In een ultieme poging hen gunstig te stemmen, zegde een internationale donorconferentie in Brussel vorige week twee miljard euro aan steun toe. Mits ze kiezen voor het plan-Annan. Zoniet, dan wordt de Europese Unie volgende week een curieus kruitvat rijker.